J3rry
Legacy Member
JPV zei:SABAM kan vaststellingen doen vanaf de openbare weg (bvb geluidsvaststellingen). SABAM kan, als het over een fuif gaat zonder gesloten deuren, ook het pand betreden en vaststellingen doen. Meestal gaat het niet over een woning of dergelijke, zodat de onschendbaarheid van de woning niet telt gezien er geen privé-karakter is. Iedereen heeft idd het recht om nee te zeggen, iedereen mag echter ook een publieke fuif betreden en daar foto's nemen. Ze verspreiden is nog een andere zaak.
ik ben er zeker van als jij aan mijn deur staat en de voet tussen de deur steekt omdat ik je niet binnen laat dat je ofwel:
1) je voet kwijt bent
2) enkele maanden werkonbekwaam zal zijn
het is perfect mogelijk een prive fuif te geven in een gebouw omringd door een groot terrein
als jij het pand huurt heb jij daar zeggen over net zoals een huur woning
en als ik zeg dat jij er niet op komt mag jij dat komen bewijzen in persoon door toch te proberen met de gevolgen nadien

SABAM moet ook kunnen bewijzen dat jij muziek speelt waar zij rechten op hebben, en wettelijk kunnen ze dat niet bewijzen want opnieuw
moeten ze dit laten vaststellen door een gerechtsdeurwaarder
Op grond van artikel 66 van de Auteurswet en op grond van artikel 870 Ger.W. heeft Sabam de plicht te bewijzen dat de voorwaarden voor haar vordering vervuld zijn. De bewijslast berust bij haar.
Welnu, Sabam brengt het bewijs niet bij dat de vijf groepen, waarvan met zekerheid vaststaat dat zij opgetreden hebben op het bewuste Gothic festival, of minstens dat muziek van deze vijf groepen is gespeeld, haar verzocht hebben hun rechten te beheren.
Integendeel, X maakt aannemelijk voor twee groepen dat zij dit beheer niet wensten (zie de niet betwiste citaten op de pagina’s 10 en 11 van de conclusie van X). Op grond van het derde lid van artikel 66 van de Auteurswet, kan een auteur steeds het beheer van zijn rechten zelf uitoefenen.
Het loutere bestaan van akkoorden tussen Sabam en analoge Duitse en Franse auteursverenigingen is niet voldoende om te bewijzen dat aan Sabam het beheer van de rechten van de groepen werd toevertrouwd. Sabam moet nog steeds aantonen dat de muziekgroepen waarvoor zij vergoedingen voor de reproductie wil innen, bij deze buitenlandse verenigingen aangesloten zijn en deze verzocht hebben hun rechten te beheren. Dit bewijs ontbreekt. Het is niet voldoende dat zij in haar syntheseconclusie (op p. 5) schrijft: “De gespeelde muziek is wel speciaal doch belet niet dat de auteurs aangesloten zijn voor hun auteursrechten bij zusterorganisaties in andere landen.”. Ook wat Sabam op pagina 15 van haar syntheseconclusie schrijft, vormt geen bewijs, maar blijft bij een bewering.
Het is evenmin een voldoende bewijs te schrijven: “Dat bij onderzoek heel duidelijk blijkt dat voor verschillende groepen met zekerheld kan gesteld worden dat de com*ponisten aangesloten zijn bij een auteursvereniging waarmede Sabam een wederke*righeidsovereenkomst heeft en dat zij dan recht zullen hebben op auteursrechten naar gelang de frequentie dat hun repertorium wordt gebruikt (kan natuurlijk door zichzelf gebeuren of met een groep).” (p. 7 van de syntheseconclusie van Sabam). Sabam moet minstens de stukken van dat “onderzoek” bijbrengen, zodat de tegen*partij en het hof deze kunnen beoordelen.
Sabam werpt op dat er tienduizenden auteurs bij haar aangesloten zijn, met nog veel meer beschermde werken en die lijst bezwaarlijk elke dag meegedeeld kan worden aan alle potentiële organisatoren. Dit is geen rechtsgeldig verweermiddel of argu*ment. Zij blijft degene die moet bewijzen dat een auteur haar het beheer van zijn rechten heeft toevertrouwd, vooraleer zij van een organisator vergoedingen kan vra*gen. Nu daarover betwisting bestaat, moet zij dit bewijs leveren.
Sabam brengt ten slotte de wettelijke basis niet bij op grond waarvan telkens voor*afgaand aan een muziekfestival een “voorafgaandelijke aanvraag tot toelating” (p. 5 van de syntheseconclusie van Sabam) zou moeten worden ingediend. Deze vooraf*gaandelijke aanvraag tot toelating lijkt aldus een praktische werkwijze te vormen voor Sabam, voor het beheer van de aangesloten auteurs. Dit is evenwel iets anders dan een juridisch afdwingbare wettelijke verplichting.
Het feit dat Sabam met alle middelen van recht, vermoedens en getuigenissen inbe*grepen, het bewijs zou mogen leveren van het feit dat bepaalde muziek daadwerke*lijk gespeeld wordt, is niet relevant, gelet op het voorgaande. Het gaat hier om het bewijs van een opdracht aan de auteursvereniging.
in het verleden zijn daar al mooie voorbeelden van trouwens
SABAM draagt de bewijslast dat aan de voorwaarden van haar vordering is voldaan | Goede raad is goud waard - Advocatenkantoor Elfri De Neve
De vraag rijst wat de invloed is van het feit dat X op het festival van augustus 2006 vaststellingen door Sabam heeft verhinderd. Nu de wet hiervoor geen sanctie bepaalt, nu het festival op een privéterrein doorging, waarop de uitbater in beginsel niet verplicht is toegang te verlenen en nu Sabam niet de tussenkomst van het publiek gezag gevorderd had, blijft dit gedrag zonder sanctie.
Het feit dat X dreigende taal gebruikt, vormt geen rechtsgrond voor het innen van vergoedingen voor auteursrechten en kan desgevallend met de gepaste vordering bestreden worden.
ik weet zelfs ook een zaak waar SABAM een bouwwerf betreede en geld wou innen voor de muziek die de bouwvakkers aan het luisteren waren
waar het bedrijf de controleur van de werf gestuurd heeft en SABAM toch nadien de factuur opstuurde
en uiteindelijk was ook hier bepaald voor een rechter dat SABAM:
1) geen recht heeft zonder toestemmingen zomaar je domein of huis te betreden
2) moet effectief kunnen bewijzen/vaststellen volgens de wet dmv een gerechtsdeurwaarder dat er X aantal liedjes gespeeld waren waar zij rechten op hebben