FreakyJP
Legacy Member
Inauguration of the Pleasure Dome (K. Anger, 1954) 8/10
lees de recensie hier
Shijie The World(J. Zhang-Ke, 2004) 7.3/10
Met Shijie schetst Jia Zhang-Ke een beeld van de invloed van het globaliseringsproces om het hedendaagse China, dit soort een aantal mensen te volgen die in het amusementspark The World (vergelijk het met ons Mini-Europa, maar dan van de wereld) werken. Een zeer origineel uitgangspunt, en het levert enkele prachtige scènes op, die ook een beetje bevreemdend aanvoelen (de Parijs scène
). De film voelt qua stijl ook zeer schizofreen aan, waarbij de regisseur zijn eigen minimalistische stijl ment met scènes die esthetisch meer aansluiten bij de 5de generatie regisseurs en zelfs animatie, wat totaal overbodig aanvoelde.
Lucifer Rising (K. Anger, 1972) 9/10
lees de recensie hier
Intolerance (P. Mulloy, 2000) 8/10
Intolerance II: The Invasion (P. Mulloy, 2001) 7.3/10
Kitscherige sci-fi satire die commentaar geeft op de intolerantie en kleingeestigheid van mensen, dit met Mulloy's typische primitieve, minimalistische en extreme stijl
Goodbye, Mr. Christie (P. Mulloy, 2010) 6.7/10
In deze film, gebaseerd op een kortfilm serie, gooit de heer Mulloy zijn stijl echter overboord voor een wel zeer opmerkelijk stijl. Het verhaal is absurd en compleet van de pot gerukt, de dialogen zijn hilarisch
Ren xiao yao Unknown Pleasures (J. Zhang-Ke,2002) 7/10
Nog een filmpje van Zhang-Ke, dit keer over de invloed van de US pop-culture op Chinese jongeren, die steeds verder lijken te vervreemden van hun eigen maatschappij. Een goede film, die vaak even deprimerend als amusant is. Vooral de Pulp Fiction interpretatie-scène was geniaal. Voor mensen die eens iets' 'anders' willen zien, kan ik het werk van Jia Zhang-Ke alvast aanrader.
A Little Trip to Heaven (B. Kormákur, 2005) 6.7/10
Visueel knappe neo-noir, met een vrij basic verhaal over de 'corruptie' van verzekeringsagenten. Forest Whitaker speelt zeer sterk.
Sabrina (B. Wilder, 1954) 7/10
Leuke, sprookjesachtige film van Billy Wilder. Wel zijn zwakste van wat ik tot nu toe van hem gezien heb. Humphrey Bogart is zalig, zoals altijd!
Allez raconte! (J-C Roger, 2010) 6/10
Frans/Belgische animatiefilm, over twee kinderen die hun vader inschrijven voor een TV-show waarin vaders het tegen elkaar opnemen door verhalen te vertellen. Het verhaal is zeer basic en voorspelbaar (mja, 't is dna ook een kinderfilm), en de stijl is zeer simpel (mij sprak ze alvast niet aan). Wat wel leuk was, is dat elk verhaaltje in een andere visuele stijl vertelt werd.
True Grit (J. & E. Coen,2010) 7.5/10
Na John Wayne brengen nu ook Joen en Ethan Coen een bezoekje aan de gelijknamige roman van Charles Portis. Ik heb bewust de versie uit 1969 niet op voorhand gezien, om met een onbevooroordeelde geest naar deze te kijken. En het resultaat is meer dan goedgekeurd. De gebroeders Coen leveren een interessante mix van humor en een grauwe western. De cast speelt ook zeer sterk, alleen Matt Damon is niet echt noemenswaardig. Het verhaal is gelukkig net interessant genoeg om het 2u lang boeiend te houden (al blijft het wat simpel). Visueel oogt de film zeer knap, met een aantal sublieme en soms wat clichématige shots (eigen aan het genre zeker ) De sfeer druipt er ook vanaf, en gelukkig zit de balans tussen humor en het bleke, haast fatalistische ook goed, iets waarvoor ik in het begin een beetje begon te vrezen. Wat ik wel miste was de feeling die eigen is aan een Coen brothers film, hoewel het soms wel een beetje naar boven kwam (al mocht het wel wat meer voor mij)
lees de recensie hier
Shijie The World(J. Zhang-Ke, 2004) 7.3/10
Met Shijie schetst Jia Zhang-Ke een beeld van de invloed van het globaliseringsproces om het hedendaagse China, dit soort een aantal mensen te volgen die in het amusementspark The World (vergelijk het met ons Mini-Europa, maar dan van de wereld) werken. Een zeer origineel uitgangspunt, en het levert enkele prachtige scènes op, die ook een beetje bevreemdend aanvoelen (de Parijs scène
). De film voelt qua stijl ook zeer schizofreen aan, waarbij de regisseur zijn eigen minimalistische stijl ment met scènes die esthetisch meer aansluiten bij de 5de generatie regisseurs en zelfs animatie, wat totaal overbodig aanvoelde. Lucifer Rising (K. Anger, 1972) 9/10
lees de recensie hier
Intolerance (P. Mulloy, 2000) 8/10
Intolerance II: The Invasion (P. Mulloy, 2001) 7.3/10
Kitscherige sci-fi satire die commentaar geeft op de intolerantie en kleingeestigheid van mensen, dit met Mulloy's typische primitieve, minimalistische en extreme stijl
Goodbye, Mr. Christie (P. Mulloy, 2010) 6.7/10
In deze film, gebaseerd op een kortfilm serie, gooit de heer Mulloy zijn stijl echter overboord voor een wel zeer opmerkelijk stijl. Het verhaal is absurd en compleet van de pot gerukt, de dialogen zijn hilarisch
Ren xiao yao Unknown Pleasures (J. Zhang-Ke,2002) 7/10
Nog een filmpje van Zhang-Ke, dit keer over de invloed van de US pop-culture op Chinese jongeren, die steeds verder lijken te vervreemden van hun eigen maatschappij. Een goede film, die vaak even deprimerend als amusant is. Vooral de Pulp Fiction interpretatie-scène was geniaal. Voor mensen die eens iets' 'anders' willen zien, kan ik het werk van Jia Zhang-Ke alvast aanrader.
A Little Trip to Heaven (B. Kormákur, 2005) 6.7/10
Visueel knappe neo-noir, met een vrij basic verhaal over de 'corruptie' van verzekeringsagenten. Forest Whitaker speelt zeer sterk.
Sabrina (B. Wilder, 1954) 7/10
Leuke, sprookjesachtige film van Billy Wilder. Wel zijn zwakste van wat ik tot nu toe van hem gezien heb. Humphrey Bogart is zalig, zoals altijd!
Allez raconte! (J-C Roger, 2010) 6/10
Frans/Belgische animatiefilm, over twee kinderen die hun vader inschrijven voor een TV-show waarin vaders het tegen elkaar opnemen door verhalen te vertellen. Het verhaal is zeer basic en voorspelbaar (mja, 't is dna ook een kinderfilm), en de stijl is zeer simpel (mij sprak ze alvast niet aan). Wat wel leuk was, is dat elk verhaaltje in een andere visuele stijl vertelt werd.
True Grit (J. & E. Coen,2010) 7.5/10
Na John Wayne brengen nu ook Joen en Ethan Coen een bezoekje aan de gelijknamige roman van Charles Portis. Ik heb bewust de versie uit 1969 niet op voorhand gezien, om met een onbevooroordeelde geest naar deze te kijken. En het resultaat is meer dan goedgekeurd. De gebroeders Coen leveren een interessante mix van humor en een grauwe western. De cast speelt ook zeer sterk, alleen Matt Damon is niet echt noemenswaardig. Het verhaal is gelukkig net interessant genoeg om het 2u lang boeiend te houden (al blijft het wat simpel). Visueel oogt de film zeer knap, met een aantal sublieme en soms wat clichématige shots (eigen aan het genre zeker ) De sfeer druipt er ook vanaf, en gelukkig zit de balans tussen humor en het bleke, haast fatalistische ook goed, iets waarvoor ik in het begin een beetje begon te vrezen. Wat ik wel miste was de feeling die eigen is aan een Coen brothers film, hoewel het soms wel een beetje naar boven kwam (al mocht het wel wat meer voor mij)
Hilariteit alom.

.