PBR Streetgang
Legacy Member
The Hustler - 8.5/10 (Robbert Rossen, 1961)
Rossen maakt hier een schitterende film over een jonge prodigieuze poolspeler, maar in plaats van het typische Hollywood sportfilm-formule toe te passen, maakt hij een steengoed drama. Rossen schrikt niet terug om de donkere en minder plezierige zijde te tonen van de personages, en het zijn juist die kanten die het verhaal voortzetten. Paul Newman speelt zijn rol fantastisch goed en bevestigt weeral zijn status als een van Amerika's meest getalenteerde acteurs. Maar de hele supporting cast speelt ook echt heel goed: Piper Laurie in een glansrol als alcoholverslaafde liefde en George C. Scott als een onprettige mentor. De uitzichtloosheid van dit drama vindt toch ook zeker zijn lichte kant in de momenten waar er pool wordt gespeeld. Knappe cinematografie en lekker sfeervolle locaties/sets maken van de pool-scenes echt iets bijzonder moois. In zekere zin zou je dit kunnen beschouwen als een voorloper op Raging Bull; ook fantastisch goed geacteerd en met prachtige boksscenes, maar de ware kracht van de film zit hem in het drama dat zich buiten de spelruimte bevindt.
The Color Of Money - 7/10 (Martin Scorsese, 1986)
Deze sequel op The Hustler kan beter bekeken worden als een volledig losstaande film. Er is een duidelijk verschil in stijl en plot, en de sfeer die de film creëert is volledig anders; het drama -hoewel het zeker aanwezig is- wordt niet zo naar de voorgrond geschoven. Paul Newman kruipt weer in zijn rol als Eddie Felson, maar deze keer wordt hij zelf de mentor van een ander veelbelovend genie: Tom Cruise. Samen gaan ze op tour om wat te poolen met anderen, maar de eindeloze ruzies tussenNewman, Cruise en zijn vriendin zorgen ervoor dat ze ermee kappen. De gevolgen van deze splitsing maken de laatste act van het verhaal bijzonder spannend. De film zit jammer genoeg boordevol slechte muziek (alhoewel bij de beste scenes er wel wat goede muziek te horen is), en de '80s cheese komt hier en daar wel naar voren, maar toch maakt Scorsese helemaal niet de typsiche sportfilm.
Bluebeard - 6/10 (Edgar G. Ulmer, 1944)
Tja, dit zijn geen films die ik kan aanraden aan anderen; je moet er gewoon voor te vinden zijn. Veel mensen kunnen genieten van films uit de jaren '80 of '90 die zo overduidelijk slecht zijn, maar net daarmee kunnen ze lachen. Voor een groot deel zijn dit de B-films waar iedereen van houdt, en het is Edgar G. Ulmer die een van de 'original' B-movie regisseurs is. Ik kan dus absoluut niet ontkennen dat Bluebeard een slechte film is, maar godverdomme hij heeft toch echt wel een serieus meelijwekkende charme. En het is juist die charme die de latere B-films dus ook hebben: sommige films van Romero, Jackson en Carpenter tonen dat ook , alleen zijn de carrières van die filmmakers helemaal niet tragisch.
Rossen maakt hier een schitterende film over een jonge prodigieuze poolspeler, maar in plaats van het typische Hollywood sportfilm-formule toe te passen, maakt hij een steengoed drama. Rossen schrikt niet terug om de donkere en minder plezierige zijde te tonen van de personages, en het zijn juist die kanten die het verhaal voortzetten. Paul Newman speelt zijn rol fantastisch goed en bevestigt weeral zijn status als een van Amerika's meest getalenteerde acteurs. Maar de hele supporting cast speelt ook echt heel goed: Piper Laurie in een glansrol als alcoholverslaafde liefde en George C. Scott als een onprettige mentor. De uitzichtloosheid van dit drama vindt toch ook zeker zijn lichte kant in de momenten waar er pool wordt gespeeld. Knappe cinematografie en lekker sfeervolle locaties/sets maken van de pool-scenes echt iets bijzonder moois. In zekere zin zou je dit kunnen beschouwen als een voorloper op Raging Bull; ook fantastisch goed geacteerd en met prachtige boksscenes, maar de ware kracht van de film zit hem in het drama dat zich buiten de spelruimte bevindt.
The Color Of Money - 7/10 (Martin Scorsese, 1986)
Deze sequel op The Hustler kan beter bekeken worden als een volledig losstaande film. Er is een duidelijk verschil in stijl en plot, en de sfeer die de film creëert is volledig anders; het drama -hoewel het zeker aanwezig is- wordt niet zo naar de voorgrond geschoven. Paul Newman kruipt weer in zijn rol als Eddie Felson, maar deze keer wordt hij zelf de mentor van een ander veelbelovend genie: Tom Cruise. Samen gaan ze op tour om wat te poolen met anderen, maar de eindeloze ruzies tussenNewman, Cruise en zijn vriendin zorgen ervoor dat ze ermee kappen. De gevolgen van deze splitsing maken de laatste act van het verhaal bijzonder spannend. De film zit jammer genoeg boordevol slechte muziek (alhoewel bij de beste scenes er wel wat goede muziek te horen is), en de '80s cheese komt hier en daar wel naar voren, maar toch maakt Scorsese helemaal niet de typsiche sportfilm.
Bluebeard - 6/10 (Edgar G. Ulmer, 1944)
Tja, dit zijn geen films die ik kan aanraden aan anderen; je moet er gewoon voor te vinden zijn. Veel mensen kunnen genieten van films uit de jaren '80 of '90 die zo overduidelijk slecht zijn, maar net daarmee kunnen ze lachen. Voor een groot deel zijn dit de B-films waar iedereen van houdt, en het is Edgar G. Ulmer die een van de 'original' B-movie regisseurs is. Ik kan dus absoluut niet ontkennen dat Bluebeard een slechte film is, maar godverdomme hij heeft toch echt wel een serieus meelijwekkende charme. En het is juist die charme die de latere B-films dus ook hebben: sommige films van Romero, Jackson en Carpenter tonen dat ook , alleen zijn de carrières van die filmmakers helemaal niet tragisch.
Daarna verzonk het wat in filmclichés. Maar bon, als b-film vond ik het nog plezant. En uiteindelijk is het qua sfeer en stijl wel in orde.
.