De Porsche mag naar het museum
DE aarde warmt op, de poolkappen zijn zachtjes aan het smelten en daardoor zal de zeespiegel onrustwekkend hoog stijgen en komt er steeds extremer weer. Dat is ongeveer waar de meeste wetenschappers het ondertussen min of meer over eens zijn. Heel wat van hen wijzen er daarbij ook op dat het nu twee voor twaalf is om nog maatregelen te treffen tegen die opwarming.
Ook de politiek heeft die boodschap ondertussen bewezen. Ministers aller landen zijn dan ook naarstig op zoek naar manieren om de uitstoot van CO2 (het gas dat mee verantwoordelijk is voor het broeikaseffect) te beperken. Ook in ons land probeert de regering de hoeveelheid koolstofdioxide die in de atmosfeer gestoten wordt, in te dammen. Onder meer de auto wordt daarbij in het vizier genomen.
Zo zal vanaf 2009 niet de fiscale pk's, maar de uitstoot van CO2 als basis genomen worden voor de autobelasting. Het principe is simpel: een auto die weinig uitstoot zal zijn chauffeur minder kosten dan eentje die veel broeikasgas uitblaast.
Tot het zover is, worden de pijlen vooral op de bedrijfswagens gericht. Nu is het zo dat bedrijfswagens voor vijfenzeventig procent fiscaal aftrekbaar zijn. Die uniformiteit wordt opgeheven en vervangen door een variabel systeem. Een auto die veel koolstofdioxide uitstoot, wordt maar zestig procent aftrekbaar; de beste leerlingen van de klas mogen dan weer op negentig procent aftrek rekenen. Overigens worden bedrijfswagens die ook voor privé-doeleinden gebruikt worden, nu al onderworpen aan een maandelijkse CO2-bijdrage.
Er bestaat ook een premie van vijftien of drie procent op de aankoopprijs van wagens die minder dan respectievelijk 105 of 115 gram CO2 per kilometer uitstoten. Die geldt enkel voor particulieren en werd aanvankelijk verrekend via de personenbelasting, waardoor ze dus pas voelbaar werd na twee jaar. Voortaan wordt ze meteen uitgekeerd.
Of die premie zo zaligmakend is, is overigens maar de vraag. Er zijn op de Belgische markt momenteel welgeteld drie modellen die van de premie van vijftien procent kunnen profiteren: de Smart ForTwo, de VW Polo met BlueMotion-motor en de hybride Toyota Prius.
Voor de wagens die minder dan 115 gram uitstoten, kan men zich dan weer afvragen of een premie van drie procent genoeg zal zijn om een consument te verleiden. Zeker omdat het bijna allemaal kleine en goedkope wagens zijn, waardoor die drie procent al helemaal niet veel meer uitmaakt.
De aanpak van vervuilende auto's is niet alleen een Belgisch verhaal. Ook Europa buigt er zich al langer over. Zo komen er bijvoorbeeld almaar strengere CO2-normen waaraan de motoren van nieuwe wagens moeten voldoen. Sinds oktober vorig jaar is zo de Euro4-norm van kracht en komt in oktober van 2009 de Euro5-norm.
Die laatste norm zal autofabrikanten verplichten om de uitstoot van hun producten met nog eens twintig procent te verlagen.
Tegen (waarschijnlijk) 2012 komt dan de nog strengere Euro6-norm. Daarvan verwachten de constructeurs dat die bijna enkel met hybride motoren zal gehaald kunnen worden, motoren dus die zowel op fossiele brandstof als op elektriciteit werken. En dat, zo zeggen ze, zal een auto heel wat duurder gaan maken. Het prijskaartje voor een gewone middenklassewagen zou zo'n 3.600 euro zwaarder worden. Dat is de meerprijs voor de inbouw van zo'n hybride motor, volgens de sector.
Om een gewone benzine- of dieselmotor aan Euro6 te laten voldoen, mag die niet meer dan respectievelijk 4,5 of vijf liter op honderd kilometer verbruiken. Dat komt overeen met een uitstoot van ongeveer 120 gram CO2 per honderd kilometer, het maximum dat dan van kracht wordt.
Tot nu slagen alleen heel kleine en lichte wagentjes er in om dat cijfer te halen, maar natuurlijk zijn er ook consumenten die graag een wat grotere wagen kopen.
Net daarom werken zowat alle constructeurs ter wereld in verhoogd tempo aan hybride modellen. Zo plant bijvoorbeeld Volkswagen een hybride Golf tegen 2009. En ook andere constructeurs, onder meer Mercedes, zouden rond die tijd een hybride model voorstellen.
Maar wat dan gedaan met de absolute topklasse? Zeg maar de Porsches en Ferrari's van deze wereld. Ook die zouden in theorie een hybride motor onder de kap kunnen krijgen. Maar dat is iets wat bijvoorbeeld Febiac, de koepel van autoconstructeurs niet meteen ziet gebeuren. ,,Om de prestaties en de vormgeving evenwaardig te houden, zou dat zo verschrikkelijk veel geld gaan kosten, dat die auto's in de praktijk naar het museum verdwijnen,, zegt Joost Kaesemans van Febiac. ,,Ook de terreinwagens en grote monovolumes zouden in de problemen komen.,
Omdat het net al die categorieën zijn, die het meest het milieu vervuilen, lijkt Europa die museumgedachte niet eens zo ongenegen. (fpe)