dit is eigenlijk wat fysica, en er zijn vele verschillende redenen.
de meeste zijn al vermeld, het 'kleefeffect' ôm op de baan te blijven, f1 wagens liggen veel dieper, de tractie, de bandentypes, enz ...
bij f1 en wegrace in het algemeen is het vooral belangrijk de ideale lijn te hebben en een laat rempunt (voor de bocht).
rally is een gans ander principe dat met volledig andere fysische kenmerken werkt. als je op losse ondergronden rijdt, zijn de fysische wetten sterk anders.
in feite heeft het allemaal te maken met de 'grip', met de vrijving tussen band en ondergrond.
in rally moet je het ideale punt vinden waar die wrijving optimaal is, zowel bij remmen als accelereren. ga je te ver dan dreig te ter plaatste te blijven staan, te langzaam en je haalt geen snelheid. het ideale punt geeft je de meeste grip om zo de bochten het snelst weer uit te komen doordat je het best kan acceleren. duw ja uw gas te diep dan ga je eerder ter plaatste 'spinnen', donout draaien.
f1 beantwoord niet zo aan die kenmerken, de banden zijn anders, de wagen ligt veel dieper waardoor er amper ruimte is tot spinnen, ...
hier moet men veel 'zachter' (relatief dan), de bochten uit komen minder brute overgaan, gas en rem mag dus niet zo bruut overgaan zoals in rally.
het is bovendien niet zo intressant ook omdat snelheid op het rechte stuk belangrijker is en de banden moeten gespaard blijven.
het is echter mogenlijk donuts te draaien met een f1 of indycart, zie zanardi. die draaide steeds een paar donuts na elke zege.
wie soms gaat karten weet dat wel, tot een bepaald punt kun je sterk remmen, ga je net te ver dan ga je eerder spinnen ...