Therapie voor Marokkaanse gezinnen
Hans Werdmölder
Psychiatrisch onderzoek heeft aangetoond dat er onder Marokkanen van de tweede generatie - het gaat hier om mannen en vrouwen tussen 15 en 29 jaar - acht keer zo vaak schizofrene stoornissen worden geconstateerd dan onder autochtone leeftijdsgenoten. Over de precieze oorzaken van dit opmerkelijke verschijnsel is men nog onkundig, maar psychiaters stellen vast dat het bij Marokkaanse jongeren vaak ontbreekt aan elke vorm van wroeging, spijt of doorleefde gevoelens. Marokkaans-
Riffijnse jongens zouden zich bovendien moeilijk kunnen verplaatsen in de ander en ze onderscheiden zich door een sterk eergevoel. In situaties waar Marokkaanse jongens onvoldoende worden bevestigd, wanneer hun trots en eer in het geding komen, kan dit nogal eens ontladen in buitenproportioneel geweld. Dit gaat vooral op voor jongeren met een ‘instabiel ego’. In mijn recent verschenen boek Marokkaanse
Lieverdjes citeer ik een Nederlandse psychiater die het gedrag van de Marokkaanse boefjes typeerde als ‘schaamtevol en gewetenloos’: schaamtevol voor de personen van de eigen groep, maar gewetenloos naar de leden van de dominante Nederlandse
samenleving. Dit type jongeren krijgt nogal eens het etiket opgeplakt van een ‘narcistische persoonlijkheidstoornis’.
Het zijn niet mis te verstane psychische kwalificaties voor personen uit een specifieke probleemgroep. De oorzaak van het probleem wordt vaak gezocht bij ‘de ander’, nooit bij onszelf en onze samenleving. Naar mijn opvatting zijn de problemen juist het gevolg van een botsing van verschillende normen- en waardenstelsels. In meer psychologische
termen zouden we kunnen spreken van een verinnerlijkt cultuurconflict. Dit conflict is de psychische uitkomst van de botsing van twee, misschien wel drie geheel verschillende cultuur- en denkpatronen. Op de eerste plaats, de Nederlandse egocentrische, meer egalitaire cultuur, waarin de autonomie van het individu centraal staat. Binnen deze cultuur mag je heel veel; er is veel tolerantie voor afwijkend gedrag. Ten tweede, de Marokkaans-Riffijnse groepscultuur, gekenmerkt door de sociale dwang vanuit de directe omgeving. Er is in deze autoritaire cultuur weinig ruimte voor
normafwijkend gedrag; steeds weer dient het individu zijn gedrag af te stemmen op de andere leden van zijn groep. Het spreekt voor zich dat de culturele achtergrond grote invloed heeft op het thuismilieu waarbinnen jongeren worden grootgebracht. Tot slot is er de straatcultuur. Op straat verwerf je respect door een grote bek, een machohouding, lef en provocerend gedrag. Het verinnerlijkte cultuurconflict heeft kennelijk iets te
maken met wat psychologen ‘stressvolle acculturatie’ noemen.
Kern van het probleem is dat deze jongeren leven in drie heel verschillende werelden. Het saaie, autoritaire leven thuis, het drukke leven op school en het spannende leven op straat. Bij een aantal in Nederland opgegroeide Marokkaanse jongens liggen de verschillende ‘levens’ niet meer in elkaars verlengde – ze zijn compleet verschillend. Zo kunnen jongeren gemakkelijk verdwalen in een web van elkaar tegensprekende boodschappen, codes in de omgang die ze krijgen aangereikt door hun ouders,
Nederlandse docenten en hulpverleners. Het verinnerlijkt cultuurconflict kan leiden tot normoverschrijdend en crimineel gedrag, maar ook tot innerlijke spanningen, pijn, geweld en woede. Marokkaanse ouders hebben geen greep meer op hun kinderen. Er is sprake van pedagogische onmacht, terwijl zijzelf het gevoel hebben te worden uitgekotst en niet het respect krijgen waar ze menen recht op te hebben.
Weliswaar wordt over Marokkaanse meisjes veel gunstiger geschreven, maar ook zij worden heen en weer geslingerd tussen de opgelegde beperkingen van de thuissituatie en de verlokkingen van de vrije Nederlandse samenleving. Het verinnerlijkte cultuurconflict manifesteert zich bij Marokkaanse meisjes op een wat andere wijze dan
bij hun broertjes. Een relatief groot aantal meisjes loopt weg van huis, zoekt tijdelijk onderdak bij iemand uit hun eigen kring of komt terecht in de crisisopvang. Een aantal meisjes belandt zelfs in de prostitutie of is actief in de drugshandel. Dergelijke feiten werden reeds in 1997 naar voren gebracht op een besloten conferentie over de Marokkaanse problematiek in het Oude Noorden van Rotterdam. Daar kreeg ik een notitie onder ogen, waaruit ik het volgende citaat pluk: ‘Het beeld over de meisjes
verschuift van rustig en verlegen naar onbeschoft, brutaal en grof. Meisjes runnen soms ook. Ze opereren meestal niet alleen, maar voor hun vriend (‘pooier-constructie’

. Op de meisjes wordt minder gelet door de politie, dus dat is een nieuwe markt voor het runnerschap. Als ze weggelopen zijn, geven de meisjes vaak als reden op: incest. Het meisjesprobleem is vaak: een ongeïnteresseerde vader, op hol geslagen broers en een
hulpeloze moeder die geen Nederlands spreekt.’
Maar niet iedereen wordt verscheurd door het opgroeien in twee, misschien wel drie verschillende culturen. Marokkaanse jongeren met wat meer persoonlijke bagage, opgegroeid onder minder marginaliserende omstandigheden, zijn heel goed in staat aan het verinnerlijkt cultuurconflict een positieve, creatieve wending te geven. Een aantal van hen staat zelfs continu in de schijnwerper op het gebied van kunst, theater, mode,
sport, film en literatuur.
Hoe pak je een ‘antisociale narcist’ en zijn familie aan? In mijn boek pleit ik voor actieve en verplichte opvoedingsondersteuning. Daarbij denk ik onder meer aan de inzet van goed opgeleide sociaal werkers met een Marokkaanse achtergrond. In de functie van gezinscoach zouden zij in staat moeten zijn een brug te slaan tussen de Marokkaanse probleemgezinnen en de Nederlandse samenleving. Zij krijgen ook tot taak het probleemgedrag vroegtijdig te signaleren en waar nodig interventies te plegen.
De psychiaters in het boeiende artikel van Marcia Luyten zetten nog een stap verder. Ze hebben hoge verwachtingen van de Functional Family Therapy methode. Marokkaanse probleemgezinnen (zowel ouders als kinderen) zouden zich in praatsessies moeten onderwerpen aan een groepstraining, onder leiding van een Nederlandse therapeut. Ik
zie het al voor me: een Marokkaanse moeder die niet of nauwelijks Nederlands spreekt, een orthodoxe Marokkaanse vader die zich emotioneel niet kan uiten, en ook niet gewend is om met woorden de problemen in het gezin te lijf te gaan. En tot slot, de Marokkaanse pubers die zijn opgegroeid in een schaamtecultuur, waarin je wordt geleerd om in het bijzin van je ouders niet geen afwijkend standpunt in te nemen. Graag
laat ik me overtuigen door elke nieuwe methode of opvoedkundig redmiddel, maar ik heb zo mijn twijfels over deze Functional Family Therapy.