Een (inter)culturele problematiek?
“Een medestudente kon zich tijdens de examens niet goed concentreren.
Grootmoeder was op bezoek uit Marokko, dus trok ze daar tijd voor uit. Deze vorm van beleefdheid en gastvrijheid is een onderdeel van de Marokkaanse cultuur. Onze leefsituatie is totaal anders dan die van autochtone studenten. Een voorbeeldals dit zegt veel over onze achtergrond.” (Soumia El Majdoub, Student Focus)
Het is duidelijk dat het culturele referentiekader van migranten van de eerste generatie niet het westers-Europese kader is. Hun kinderen kwamen daar uiteraard wél mee in contact, maar kregen van huis uit tegelijk een ander referentiekader mee, dat niet Vlaams/West- Europees maar ook niet langer Turks was. Het gaat dan bijvoorbeeld over traditionele vormen van autoriteit, religieuze gebruiken, zichtbare verschillen (kleding), voeding, momenten van feestdagen, de culturele canon… Er is volgens onderzoek evolutie merkbaar in de houding tegenover onderwijs bij veel allochtone ouders. Dat wordt als steeds belangrijker beschouwd en als een poort naar maatschappelijk succes. Maar er blijft een dualiteit: er zijn ouders die bewust mee kiezen en hoge ambities koesteren, en er zijn ouders die weinig voeling hebben met het onderwijs, hun eigen verleden als maatstaf nemen en het belang van studies onvoldoende onderkennen.
“Alle drie de clusters spelen een rol. De groep van allochtonen verschilt, ook
zichtbaar, cultureel van de anderen. Daarom is het belangrijk die groep als
dusdanig niet te laten verdrinken in de problematiek van de slaagkansen van
kansarmen in het algemeen. De problematiek herleiden tot het sociaaleconomische zou een heel grote vergissing zijn. Het is ook cultureel, religieus, levensbeschouwelijk, en het is ook taal. Dat kleuters al beginnen met een achterstand, heeft te maken met het feit dat de ouders niet geïntegreerd zijn of zich niet laten integreren. Zij vormen een gesloten gemeenschap. Omgaan met diversiteit, daar schort het aan.” (Bea Cantillon)
“Er zijn wel degelijk ook culturele factoren, zoals de andere omgang met onderwijs en met ‘spel’ zoals wij dat kennen (puzzelen, blokken, de jeugdbeweging als ze wat ouder zijn…). De meeste ouders zijn zeer bezorgd om hun kinderen en geven veel liefde, maar door onkennis gebeuren er op een cruciale leeftijd dingen niet, bv. voor de ontwikkeling van de linker- en rechterhersenhelft.” (Karin Heremans)
“Je kunt niet over Scherpenheuvel praten en Mekka niet vernoemen. Of neem eeninvuloefeningetje als ‘de witte van…’ Geen enkele allochtoon kind kan daaropantwoorden. ‘Zo mooi, zo blond en zo…’? Idem. Zij hebben dat referentiekaderniet. Het is een enorme uitdaging voor leraars om te zien door welke bril zo’n kind kijkt.” (Herman Frooninckx)