JPV zei:
Ja.
20-30 jaar geleden was de instroom in lerarenopleiding lager onderwijs een mengeling tussen ASO en TSO-leerlingen. Nu is dat een mengeling tussen TSO & BSO-leerlingen.
Het probleem is dat het beroep minder en minder aantrekkelijk wordt. het is dan gemakkelijk te linken, zoals Narhtent doet, om dat te wijten aan vaste benoemingen, eventueel vriendjespolitiek en vervangingsopdrachten, maar die zaken bestonden vroeger ook hoor. In de laatste 20 jaar is op die 3 zaken imho alleen maar verbeteringen in te vinden (behalve het afschaffen van de lerarenpool, maar dat was er 20 jaar geleden gewoon ook al niet en is nu halvelings vervangen).
Er zijn imho 2 dingen die moeten gebeuren:
- verminder de uitstroom uit een job na X jaar
- verbeter de instroom in de lerarenopleiding.
Zorg dus weer dat het interessant wordt om lesgever te worden. Dat is deels het financiële stuk, maar imho véél belangrijker is het stuk werkdruk.
Dat van de gewijzigde instroom aan de hogescholen is iets wat je inderdaad zowel in de cijfers ziet, als van docenten hoger onderwijs hoort wanneer je ermee spreekt. Je ziet ook dat het niveau van stagiairs hoger onderwijs vaak bedroevend is (in het secundair onderwijs), des te meer wanneer het zelfs maar een teenbreedte een stap zet buiten het eigen vakdomein.
Dat corruptie in dit land geïnstitutionaliseerd is is op vele niveaus, is geen reden om dat als een voldongen feit te blijven aanvaarden. In onze buurlanden kan het immers anders: aanwervingsbeleid van leerkrachten in Frankrijk of Nederland is héél anders. Een deel van die geïnstitutionaliseerde corruptie is overigens ook gewoon flagrant misbruik dat in andere sectoren van de arbeidsmarkt ook niet aanvaard is of niet aanvaard zou mogen worden (bv. "gevraagd" worden om naast een part-time job onbetaalde overuren te doen op regelmatige basis).
Je kan inderdaad stellen dat 20 jaar geleden vriendjespolitiek, vaste benoemingen, etc. ook speelden. Zonder twijfel. Dat is echter geen argument om te stellen dat ze aan eenzelfde niveau aanwezig waren.
Zelfs als je stelt dat grotere scholengemeenschappen ervoor zorgen dat men sneller aan een vaste benoeming kan geraken (in theorie), in praktijk zou je ook kunnen zeggen dat er nu grotere clusters zijn waarin men officieuze praktijken als een TADD-stop hanteert, of dat de directeur van de ene school uit een scholengemeenschap nu ook de macht heeft om in andere scholen uit de groep zijn nichtje aan een job te helpen, waar dat vroeger niet zo was. Ik ben een cynicus op dat vlak, maar goed, jij noch ik kunnen zulke praktijken moeilijk hard maken, de "kunst" is immers is dat zulke praktijken onder de radar passeren.
Wat je mogelijk wél met cijfers zou kunnen staven, maar waar ik de cijfers helaas niet meteen voor vind, is dat door de toegenomen vervrouwelijking van de job van leerkracht, de job an sich ook onvermijdelijk minder aantrekkelijk wordt voor starters. Veel vrouwen kiezen immers voor het onderwijs voor een gemakkelijke combinatie met hun gezinsleven, wat onvermijdelijk leidt tot meer parttime werk binnen het onderwijs. Jobs die als ze op hun beurt vervangen worden wegens ziekte, zwangerschapsverlof verlofstelsels, minder aantrekkelijk zijn om als starter aan te nemen: want parttime dus minder inkomen net op het moment dat je je leven wilt uitbouwen, als het minder dan een halftijdse is zelfs nog minder rechten opbouwen ook, ... bovendien keren die vrouwen steevast terug, hun recht uiteindelijk ook hé, maar er is geen degelijk systeem (lees: niet het huidige TADD-stelsel) systeem om die vervanger daar ook maar enig degelijk lange termijn krediet voor te geven.
Over de pedagogische impact van een bijna volledig vrouwelijk lerarenkorps kan je ook nog iets zeggen natuurlijk, maar dat horen sommige mensen niet graag natuurlijk.
De financiële voorwaarden van een job als leerkracht met een master diploma is zeker voor een full-time niet slecht, als bachelor kan je al maar beter toch wat anciënniteit hebben, maar als het een part-time opdracht wordt buiten je wil om, dan verlies je al héél snel véél loon, ondanks dat je verhoudingsgewijs niet per se minder met je job bezig bent, want heel wat taken als leerkracht zijn forfaitair: oudercontacten, schoolfeesten, vergaderingen, pedagogische studiedagen, ... zorg maar dat je er de volledige dag bent, ook al word je slechts halftijds betaald.
Druk door:
- administratie: om nu een kind door te verwijzen naar bijzonder onderwijs, moet een gigantisch lang traject gevolgd worden bij het CLB en moet je bepaalde zaken bewijzen, die je mss al gedaan had (maar dan bvb mondeling). Redelijk frustrerend. Bovendien kunnen ouders die tegenwerken alles véél moeilijker maken. M'n vriendin is vaak 1 jaar bezig met een kind om een bepaalde vraag (diagnose, ..) die ze al op voorhand weet, ook officieel te laten vaststellen.
- ouders: de mondigheid van ouders is sterk verhoogd. Deels terecht, maar terwijl ouders vroeger nauwelijks een leerkracht tegenspraken, doen ze dat nu niet alleen tegen een leerkracht op wijzes die soms grof zijn, maar die ook soms pedagogisch gigantisch dom zijn (in bijzijn van de kinderen of zelfs via de kinderen (het ergste!)). Ook zijn de verwachtingenv an ouders sterk gestegen en is de eigen aandacht van ouers voor kinderen, door tweeverdienersgezinnen, sterk gedaald.
- tijdsbesteding van kinderen: ouders & kinderen die hobby's prioritair stellen boven huiswerk. Wij zijn een school met weinig huiswerk, maar toch vond een ouder het nodig om aan m'n vriendin te melden dat de paardjes van hun kind ervoor gezorgd hebben dat ze geen wiskundetaak afgewerkt kreeg. Tjah...
- individualisering: door o.a. het M-decreet en vooral de onderfinanciering daarvan, moet er steeds meer individueel gewerkt worden, wat betekent dat voor bijna elk kind apart een plan moet opgesteld. Nuttig? Zeker. Maar de nodige middelen ontbreken.
Grotendeels mee eens, buiten de aspecten die specifiek zijn voor het basisonderwijs daar heb ik minder tot geen ervaring mee buiten een paar kennissen die daarin werken.
Ik kan me echter niet van de indruk ontdoen dat het basisonderwijs ook los van het M-decreet ondergefinancierd is, als ik hoor wat voor materiaal leerkrachten basis- en kleuteronderwijs nog zelf moeten kopen voor hun leerlingen, zeker met de maximumfactuur (die ook al een hele tijd bestaat), dit van een loon van een bachelor in het onderwijs... sommigen moeten zelfs hun eigen pc van thuis in het klaslokaal zetten of ze hebben géén pc.
Daarnaast, maar daar zal je in de Westhoek minder last van hebben, is er naast het probleem van de mondige ouders ook de realiteit van "onmondige ouders", vnl. in de grootsteden. Als in: geen van beide ouders spreekt één van de landstalen. Dit wordt des te problematischer wanneer ook meer leerlingen onderling geen Nederlands gaan spreken.