pina
Legacy Member
Karel De Gucht haalt slag thuis in strijd tegen fiscus
In de belastingzaak tegen Europees Commissaris voor Handel Karel De Gucht (Open Vld) en zijn echtgenote Mireille Schreurs oordeelt het Gentse hof van beroep dat de nieuwe wet die het bankgeheim opheft, moet worden voorgelegd aan het Grondwettelijk Hof. In eerste aanleg ging de rechtbank niet op het verzoek een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof, maar De Gucht haalde voor het hof van beroep in Gent wel een slag thuis in zijn strijd met de fiscus.
De Bijzondere Belastinginspectie (BBI) wil de bankrekeningen van het echtpaar De Gucht inkijken omdat er aanwijzingen van belastingontduiking waren. De advocaat van het echtpaar had de rechtbank van eerste aanleg in Gent gevraagd een prejudiciële vraag te stellen over de nieuwe wet rond de opheffing van het bankgeheim. De fiscus ging akkoord om de nieuwe wet voor te leggen aan het Grondwettelijk Hof, maar de rechter in Gent verwierp het verzoek.
De Gucht tekende beroep aan tegen dat vonnis, en het Gentse hof van beroep oordeelt nu dat het toch aangewezen is de nieuwe wet voor te leggen aan het Grondwettelijk Hof. Het Gentse hof oordeelt dat het Grondwettelijk Hof zich moet uitspreken of de wet het recht op het privéleven, gewaarborgd door de Belgische Grondwet en het EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens), niet aantast.
Het Grondwettelijk Hof moet zich eerst uitspreken alvorens de zaak van De Gucht tegen de fiscus kan voortgezet worden.
Grondwettelijk hof moet oordelen over het bankgeheim
De wet omtrent het bankgeheim moet worden voorgelegd aan het Grondwettelijk Hof. Dat heeft het Gentse hof van beroep beslist in de belastingzaak rond Karel De Gucht.
De Gucht tekende enkele weken geleden beroep aan tegen het vonnis van de Gentse rechtbank van eerste aanleg, die niet inging op de vraag om de nieuwe wet rond de opheffing van het bankgeheim voor te leggen aan het Grondwettelijk Hof.
De zaak draait rond de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) die De Gucht beschuldigt van belastingontduiking. Bewijzen daarvoor wil men bekomen door de bankrekeningen van het echtpaar De Gucht voor te leggen, maar De Gucht beroept zich op zijn bankgeheim.
In een eerste vonnis gaf de rechtbank van Gent de BBI in eerste instantie gelijk en vond dat het bankgeheim mocht worden opgeheven. De Gucht tekende echter beroep aan tegen dat vonnis en blijft erbij dat zijn bankgeheim moet worden gevrijwaard.
Het Hof van Beroep oordeelde nu dat het Grondwettelijk Hof eerst zijn zegje moet doen over de wet vooraleer de zaak ten gronde kan worden behandeld.
Kan iemand mij dit even verklaren?
• De Gucht stemde mee voor de wet om het bankgeheim op te heffen en nu het tegen hem wordt gebruikt, dient hij klacht in?
• Is dit nu een teken dat elke fraudeur die gisteren bezoek heeft gekregen van de fiscus dit precedent mag inroepen?
