Siezemore
Legacy Member
Kijk ik vond dit een zeer interessante mening, omdat het eigenlijk de kritiek blootlegt die eurofiel en euroscepticus gemeen hebben. En het toont waarom dat probleem ontstaan is. Zeker de moeite om rrns te lezen. PLUS | Niet geregistreerd - De Standaard Mobile
Boeiende tijden
Hoe EU-landen hun grenzen bewaken, is symptomatisch, zegt Caroline de Gruyter: ze richten iets als Frontex op, maar maken middelen noch mensen vrij. Zo kom je nergens.
De parabel van het agentschapje
CAROLINE DE GRUYTER
is Europa-correspondent, standplaats Wenen. In 'Boeiende tijden' reflecteert zij over de actualiteit van de voorbije week. Gisteren ontving ze een nominatie voor de shortlist van de European Press Prize .
Jean-Claude Juncker heeft Europese regeringen deze week voor het blok gezet. Als zij willen dat Europa beter functioneert, moeten ze de EU niet alleen steeds meer taken geven, maar ook de macht en de middelen om die taken goed uit te voeren. Als dat niet verandert, wil Juncker bepaalde taken aan de 27 landen teruggeven (DS 2 maart) .
De man heeft het grootste gelijk van de wereld. Hij had dit al veel eerder moeten doen. Als er één ding is dat het vertrouwen van burgers in Europa ondermijnt, dan is het de overdaad aan onvolmaakte, ondergefinancierde projecten die nooit aan de verwachtingen voldoen.
Een concreet voorbeeld is het Europese grensagentschap Frontex. Dat werd in 2004 opgericht om landen te helpen de buitengrenzen van de Schengenzone te controleren. Nu de binnengrenzen waren opgeheven en iedereen binnen Schengen vrij kon rondwandelen, werd grondige controle aan de buitengrenzen belangrijker dan vroeger. Iedereen wist dat dit geen eitje was: de buitengrenzen van Schengen zijn ongeveer 53.000 kilometer lang – 9.000 kilometer over land en 44.000 op zee. Maar toen de Europese Commissie vlak na de eeuwwisseling met het voorstel kwam voor een sterk Frontex, torpedeerden de lidstaten het meteen. Wat dacht Brussel wel, dat het geld hen op de rug groeide?
Wanneer Europa faalt, moeten nationale politici kunnen uitleggen dat zij fouten hebben gemaakt, maar ze schelden lekker mee op Brussel
En echte Europese grenswachten op je grondgebied waren theoretisch misschien een goed idee, maar bij nader inzien vonden vrijwel alle hoofdsteden dat die de nationale soevereiniteit wel erg aantastten. Na lang onderhandelen reduceerden dezelfde regeringen die Schengen zo graag wilden, Frontex tot een klein en betrekkelijk machteloos agentschapje.
Driemaal niks
Frontex kreeg een kantoor in Warschau (Polen had als nieuwe lidstaat nog geen EU-agentschap), een budget van driemaal niks en enige tientallen mensen op de loonlijst. De eerste jaren merkte niemand daar iets van.
Toen kwam de vluchtelingenstroom uit Syrië op gang, en Frontex was in geen velden of wegen te bekennen. Om op de Griekse eilanden te kunnen opereren, had het allereerst een formele uitnodiging van het ‘gastland’ nodig. Die bleef, ondanks herhaald verzoek aan Athene, maandenlang uit. Frontex had ook de mensen niet. Het kon zelf nauwelijks personeel inhuren, want het idee was dat het vooral mankracht en experts van de lidstaten zou lenen. Hetzelfde gold voor materieel. Maar veel landen deden er maanden over om mensen en schepen te leveren – als ze die juist nu al konden missen. Ten slotte mocht Frontex Schengen-databanken van de politie niet raadplegen. Als het je taak is om te beoordelen of de drenkeling die je voor je hebt Schengen binnen mag of niet, is dat nogal een handicap.
Zo laat Frontex heel mooi – of heel triest – zien wat er gebeurt als Brussel een belangrijke taak krijgt, maar niet de macht en het geld om die goed uit te voeren. De taak was: Schengen beheren. De middelen om dat te doen zijn onder andere een gezamenlijke asiel- en migratiepolitiek en een stevige grensbewaking. Die zijn allebei niet van de grond gekomen, omdat lidstaten er niet aan willen. Dus valt het Schengen*beheer bij de geringste beproeving in duigen. En roepen de mensen: ‘Zie je wel, de EU faalt. Weg ermee!’
Nationale politici zouden op dat punt kunnen uitleggen dat ze fouten hebben gemaakt. Dat zíj verantwoordelijk zijn. En dat ze die fouten nu gaan herstellen. Maar dat gebeurt niet. Ze schelden lekker mee op Brussel.
Tot in Californië
Exact hetzelfde is er gebeurd met de andere grote Europese projecten van de laatste drie decennia – alles van na de val van de Muur en het Verdrag van Maastricht (1992), grofweg. Zoals Schengen een sterk Frontex nodig had, zo had de euro geschraagd moeten worden met een noodfonds, eurobonds en stevig Europees bankentoezicht. Maar ook daar beknibbelden de lidstaten op. Ze wilden de euro, maar de rest vonden ze nergens voor nodig. In sommige hoofdsteden zei men: ‘Met Europese instellingen is het altijd hetzelfde: die vreten macht en geld. Je moet ze kort houden.’
Het gevolg van dit ‘kort houden’ is dat Brussel eigenlijk alles half doet. De euro is halfbakken. Schengen is halfbakken. De Europese buitenland- en veiligheidspolitiek bestaat vooral in naam: als de Hoge Vertegenwoordiger een ‘statement’ wil afgeven, moeten – nu nog – 28 hoofdsteden de tekst goedkeuren. Als dingen vervolgens mislopen, nemen de lidstaten geen verantwoordelijkheid. Nee, ze zeggen: ‘De EU faalt.’
Dit gebrek aan verantwoordelijkheid is de achilleshiel van Europa. Juncker heeft gelijk. De enige taken die Brussel goed vervult, zijn taken die het lang geleden kreeg, toen de EU klein was en de euroscepsis nog niet bestond: handel, landbouw en mededinging. Op die gebieden spreekt de Commissie namens de lidstaten. Ze kan een vuist maken, eisen stellen, respect afdwingen. Een land alleen kan Google of Amazon niet disciplineren – ze horen je niet eens in Californië. De EU kan dat wel.
Dit is de uitdaging van Europa anno 2017. Veel problemen van Europese landen zijn internationaal: terrorisme, databescherming, global warming, migratie. Nationale soevereiniteit is op die terreinen allang een fictie. Landen kunnen die problemen alleen samen te lijf. En als je dat doet, kun je het maar beter goed doen. Het wachten is nu op politici die dit aan de kiezer durven uit te leggen. Gewoon, zoals het is.
