Volg de onderstaande video om te zien hoe je onze site als web-app op je startscherm installeert.
Opmerking: Deze functie is mogelijk niet beschikbaar in sommige browsers.
Gromme zei:Zijn er hier mensen die eigenlijk schrijven?
). Ik ben daar vorig jaar uit verveling mee begonnen en iedere keer k me nu terug verveel, schrijf k verder. Nu is het ongeveer een half jaar geleden
.Defkes zei:Nog eens edit: dit is btw t slechtste stuk naar t schijnt, dus k moet t nog wel aanpassen
Defkes zei:Dikke nekken behoren dan ook niet tot de doelgroep...
Parnakra zei:...
Dit is niet alleen een flame, maar het doet ook totaal niets ter zake.
Ik zou zeggen, leer schrijven voor je begint met schrijven.
Reeds in het eerste middelbaar schreef ik betere teksten dan hetgeen jij hier neergepoot hebt. (zowel qua techniek als qua originaliteit)
Defkes zei:Dikke nekken behoren dan ook niet tot de doelgroep...
Zero Grav zei:Ik vind het ook niet goed hoor, slechte zinsbouw en wat er geschreven staat is overduidelijk geforceerd. Het leest als de gedwongen schrijfoefening van een eerstegraadsstudent.
Zomaar beginnen schelden als iemand je verhaal niet goed vind is trouwens ook niet bepaald aan te raden.
Defkes zei:Panakra heeft al meermaals aangetoond zich boven de rest te voelen (imo dan). Vandaar die reactie.
.killgore zei:Jullie willen echt allemaal zoveel mogelijk in 1 iets stoppen he.
Je zegt in nog geen 3 zinnen zowat heel zijn leven, dat is meestal niet de bedoeling in een boek.
.Op een frisse herfstdag werd Sammi gewekt door zijn moeder, Herla. Sammi was een dertienjarige jonge knaap en vormde de jongste telg van de Schachtfamilie. Hij had, net als de rest van zijn gezin, licht blond haar en fel blauwe ogen. Samen met de andere Schachten woonde hij al generaties lang op het veld van Heer Nodderich.
‘Kom je eten Sammi’ vroeg Herla ‘vandaag is het je grote dag’. Slaapdronken kroop Sammi uit zijn bed, kleedde zich aan en schuifelde naar de keuken. Zijn vader zat nog aan tafel. Amelie, de zus van Sammi, was al opgewekt de afwas aan het doen. Even later voegde Herla zich bij haar en roddelden ze opgewekt over de nieuwe knecht van Heer Nodderich. ‘Heb je die nieuwe knecht van Nodderich al gezien? Die heeft nu nog eens een knap snoetje hé moeder’.
Sammi keek geanimeerd toe en draaide zich toen om naar de tafel. Daar zat zijn vader, Hermes, eveneens naar de twee dames te luisteren. ‘Vrouwen’, zuchtte hij diep. Sammi grijnsde en begon aan zijn ontbijt. Zijn dagelijkse dosis spek met eieren smaakte hem elke ochtend weer. Even later dumpte hij het bord in de tobbe met afwaswater en ging naar de wasplaats om zich op te frissen. Toen hij opnieuw in de keuken kwam zag hij tot zijn grote verbazing een groot pak op de tafel liggen.
‘Een geluksbrenger voor deze namiddag’, verklaarde Herla. De verbazing werd nog groter en ongeduldig sprong hij naar het grote pak. Als een woesteling verscheurde hij de verpakking en ontdekte een broek, vest, helm, handschoenen en laarzen. ‘Voor je race deze namiddag jongen’, vervolgde zijn vader. ‘Een goede piloot moet een goede uitrusting hebben’. Sammi kon niet op van vreugde en rende met z’n nieuwe outfit naar de kamer om hem aan te trekken. De voorbije weken bereidde Sammi zich constant voor op z’n allereerste kosmiprace.
Een kosmipwagen was een langwerpige metalen bak met vooraan en achteraan een ijzeren lat die gebruikt werd om de snelheid te verhogen. Binnenin hing een stuur dat verbonden was met de reusachtige wielen van het voertuig. Het voertuig werd aangedreven door een kristal dat hij enkele weken geleden van Heer Nodderich had gekregen. Het bestond uit vier kleuren: rood, blauw, groen en wit. De kristallen waren over de hele wereld verspreid en niemand wist waar het precies vandaan kwam.
Kosmipraces werden over de hele wereld gehouden en in verschillende competities. Sammi was van jongs af aan al geïnteresseerd in deze bijzondere sport en van zodra hij dertien werd, de minimumleeftijd voor een kosmiprace, liet hij zich inschrijven voor de plaatselijke competitie. Vandaag ging deze van start in het dorp naast dat van Heer Nodderich, Alazia.
Van zodra hij aangekleed was, rende hij terug naar de keuken. Hermes' hart was met trots gevuld toen hij z’n zoon daar zo zag staan. ‘Het past je werkelijk schitterend jongen! Vlug, maak je klaar zodat we kunnen vertrekken’. Sammi zette zijn helm af en ging naar buiten. Achter het huis stond hij dan, zijn zelfgebouwde kosmipwagen. Hij smeet z’n helm op z’n stoel en duwde het voertuig naar de voorkant van het huis. De rest van de familie stond al klaar en ook Hermes had handschoenen aangetrokken, zodat hij samen met z’n zoon de wagen naar het volgende dorp kon duwen. Dit was een lastige taak, aangezien het een wandeling was van minstens vijf kilometer.
Een dik uur later kwamen ze aan op de plaats van de gebeurtenis. De tribunes langs de helling waren enorm en Hermes ging samen met Sammi naar het inschrijvingsloket. ‘Sammi Schacht’, zei Hermes opgetogen. De loketbediende, een kleine dik mannetje met een gigantische bril op zijn dopneus, haalde een dik boek naar boven en bladerde het door. Sammi zag dat het boek vol namenlijsten stond en telkens stond er een nummer naast. ‘Je bent het nummer veertien vandaag jongeman. Is het je eerste race?’ Sammi knikte enthousiast. ‘Wel succes dan, ik zie dat je niet de enige nieuweling bent. Je kunt dus zeker meedoen voor een goede positie.’
Sammi en Hermes keerden terug naar de rest van het gezin. Eens daar aangekomen, zag hij tot z’n grote vreugde dat Heer Nodderich ook was afgezakt naar Alazia. Hermes groette zijn landheer en vroeg wat hij kwam doen. ‘Ik kan de eerste race van onze grootste belofte toch niet missen. Kijk, ik heb zelfs een kleine verrassing bij voor jouw Sammi’. Heer Nodderich klapte twee maal in zijn handen en plots verschenen er twee bedienden met een groot spandoek. Op het spandoek stond in grote letters “HUP, SAMMI, HUP!”. ‘Deze gaan we op een duidelijk zichtbare plaats hangen zodat iedereen weet wie de piloot van de toekomst wordt.’
‘Hey Noddie!’. Iedereen draaide zich verwonderd om. Het was Heer Paldo, de landheer van Alazia.
‘Wat kom jij hier doen? Kom je ook mijn zoon in z’n eerste race aanmoedigen?’ zei Heer Paldo op een spottende manier. ‘Nee Paldo, ik kom onze dorpsbelofte naar het podium juichen.’ Heer Paldo bulderde van het lachen. ‘Wel, dan heb je zeker geen rekening gehouden met m’n zoon. Het is vandaag ook zijn eerste race en we hebben de voorbije maanden iedere dag getraind.’
Sammi voelde z’n maag omdraaien (Getraind? Is het dan zo zwaar? Doet iedereen dit? Kan ik nog wel een goede race rijden?). Heer Paldo riep zijn zoon tot bij hem. Reynard was een jongen van eveneens dertien jaar. Een gespierde jongeman kwam aangelopen. Hij had zwart haar en heel donkere ogen.Hij ging naast Paldo staan, keek naar Sammi’s kosmipwagen en grinnikte.
‘Je gaat toch niet met die roestbak aan de start komen? Dat is levensgevaarlijk! Mijn vader koopt me alleen het beste materiaal.’ Hij draaide zich om en liet twee van z’n bedienden afkomen met een splinternieuwe Razio. Dit was het snelste model op de markt. Sammi voelde de moed nog dieper zakken. Tegen zo’n wagen maakte hij geen schijn van kans!
Heer Nodderich draaide zich naar Paldo. ‘In mijn dorp telt enkel het talent. Met wat geld kan iedereen zich zo’n machine veroorloven. Talent is echter niet de koop.’ De smalende mondhoeken van Heer Paldo zakten naar een lelijke grimas. Net op het moment dat ze elkaar in de haren leken te vliegen klonk er een luid geruis gevolgd door een stem.
.
