Silmarunya zei:
Er is wel degelijk iets mis met homo's hetero willen maken. Alleen al de boodschap die je ermee uitzendt: je zegt zwart op wit dat homo inferieur aan hetero is.
Afgaande op wat we vandaag weten is seksualiteit een complex samenspel van:
- Genetica (onder andere Xq28).
- Epigenetica (onder andere variaties in het selectief uitschakelen van het tweede vrouwelijke X-chromosoom)
- Niet-beïnvloedbare omgevingsfactoren (bijvoorbeeld volgorde van geboorte: de kans op homoseksualiteit stijgt naarmate een moeder meer kinderen heeft, vermoedelijk door de aanmaak van antigenen door de moeder).
- Beïnvloedbare omgevingsfactoren tijdens de vroege jeugd.
Ingrijpen in het genetisch materiaal van een foetus is niet alleen praktisch onmogelijk, het is ook gewoonweg gevaarlijk door de complexe interacties tussen genen en de vaak meervoudige functie van een gen. Ingrijpen in een gen om een bepaald kenmerk te bekomen leidt doorgaans tot het (doorgaans negatief) beïnvloeden van andere kenmerken. Bij planten en bacterieën bljkt dit al moeilijk genoeg, bij mensen is het helemaal impossible.
Ook epigenetica kan je zeer moeilijk beïnvloeden - het aantal bepalende factoren is er immers NIET eindig.
Als psycholoog ben je waarschijnlijk het best vertrouwd met omgevingsfactoren, maar die lijken voorlopig in het beste geval een secundaire rol te spelen in het ontstaan van homoseksualiteit.
Hoho, er is iets mis als je mensen hetero wil maken. Er is imho niets mis met dat te kunnen aanbieden aan mensen. Ik respecteer het als een homo hetero wil zijn of anders om.
Specifiek over geaardheid is de genetische bijdrage volgens tweeling studies klein (ik heb er gelezen waarbij de hypothese dat genen niet meespelen niet kan ontkracht worden)(Het onderzoek dat op de pagina hiervoor is aangehaald heeft ondanks wetenschappelijke beperkingen ook geen extreem overtuigende resultaten, wel heel interessante). Genen hebben eerder een modulerend effect op wat je door de omgeving binnenkrijgt. In concreto zijn het de genen die het mogelijkheid scheppen dat iemand homo kan worden. Omgevingsfactoren zorgen voor de concrete invulling ervan.
Het is zoals een 100meter loopster die met de beste training nooit sneller kan lopen dan haar vriendin omdat haar genen dat niet mogelijk maken.
.De kans op een home stijgt als moeders meer kinderen hebben. De data daarrond is nogal iffy. Slecht gevoerde onderzoeken die de wetenschappelijke toets niet doorstaan. Das louter dus een indicatie.
Er is ook gewoon geen data om meer dan die correlatie aan te duiden.
Er wordt in wetenschappelijke kringen aangenomen dat de rol van een kind in een gezin met 5 kinderen anders is als het de oudste of de jongste is.
Dat is volstrekt logisch te verklaren omdat de omgeving anders is. Er is echter geen enkele reden dat dit effect niet omkeerbaar zou zijn door een nieuwe relatie aan te leren die je saillanter maakt dan de oude.
Praktisch gezien is het onomkeerbaar omdat je alle effecten nog niet in kaart kan brengen en dus geen tegeneffecten kan conditioneren. Die gedragseffecten gaan eigenlijk in kaart moeten gebracht worden door een historiek van neuronale inhibitie en facilitatie na te gaan en das nog 20-30 jaar minimum wachten.
Omgevingsfactoren zijn zo complex dat een kind dat na de geboorte in een rode kamer slaapt een ander kind zal worden dan een genetisch gelijk kind met een gelijk leven dat in een blauwe kamer slaapt.
Die kleur gaat de context vormen van veel leerrelaties en hopelijk veel positieve bekrachtiging waardoor kort door de bocht het kind een voorkeur zal krijgen voor rode dingen.
Uiteraard is dat een simplistisch voorbeeld om een punt te maken, in werkelijkheid is die contextconditionerring veel ingewikkelder.