Tweak37 zei:
Uit de studie gepost door JPV: "De syndicalisatiegraad is de ratio van het aantal
vakbondsleden op het potentiële aantal. Dit potentiële
aantal slaat op de afhankelijke beroepsbevolking
of de beroepsbevolking in loondienst. "
Met andere woorden, de noemer is veel kleiner dan in de KULeuven studie, waar gepensioneerden, studenten, zelfstandigen en niet-actieven meegenomen zijn.
Boven tab 5:
Ook werkzoekende
uitkeringsgerechtigde volledig werklozen,
de oudere werklozen, werklozen met een bedrijfstoeslage
(voorheen: bruggepensioneerden) en
andere werklozen zijn potentiële vakbondsleden.
Daarom worden ze bij de afhankelijke beroepsbevolking
gevoegd. De deling tussen het aantal
vakbondsleden inclusief de ‘passieve’ leden en de
afhankelijke beroepsbevolking levert de brutosyndicalisatiegraad
op. De nettosyndicalisatiegraad
corrigeert voor het aantal ‘passieve’ leden. Beide
syndicalisatiegraden houden geen rekening met de
leden van de jongerenorganisaties van het ABVV
en ACV. De nettosyndicalisatiegraad corrigeert ook
voor het aantal jongeren in de ACLVB.
Studie KUL:
Het Belgisch
Franstalige luik van het Belgisch Nationaal Verkiezingsonderzoek (BNES) 2014 bestaat
uit een face-to-face survey bij
de stemgerechtigde Belgen van 18 jaar of ouder in
Wallonië en Brussel. In de periode 09.10.2014 tot 06.06.2015 werden 719 Franstalige
Belgische kiezers bevraagd door een interviewer middels een persoonlijk interview.
Ik veronderstel dat het dan inderdaad wel logisch is dat die laatste bij een lager resultaat komt. Het punt is dat het 2 verschillende studies zijn. Een bevraagt meningen mbt vakbonden; de andere bevraagt de syndicalisatiegraad bij de actieve bevolking. Welke is van tel als we willen praten over het al dan niet representatief zijn van acties van de vakbond?