Vandaag werd de informatiedrempel voor fijn stof overschreden. Voor de media was dat ongeveer het belangrijkste nieuws van de dag. En terecht: fijn stof is absoluut niet goed voor onze gezondheid.
Toch is het nodig om de puntjes op de i te zetten. Fijn stof komt nu veel meer in de berichtgeving dan vroeger. Bij sommigen wekt het de indruk dat het probleem verergert. En dat is niet zo. Integendeel: gemiddeld gesproken is de lucht nu zuiverder dan 30 jaar geleden.
Fijn stof-partikeltjes zijn ideale condensatiekernen voor waterdruppeltjes. Op die manier wordt mist gevormd. Hoe meer condensatiekernen aanwezig zijn, des te meer mist (smog) zich kan vormen.
Nu zien we dat de voorbije dertig jaar het aantal mistdagen in zowat alle Europese stations sterk is afgenomen. En dat is een gevolg van schonere lucht. De Europese luchtkwaliteit is nu (gemiddeld gesproken) duidelijk beter dan vroeger.
Hoe komt het dan dat we nu veel meer berichten horen over fijn stof? Dat is een gevolg van betere metingen. Vroeger wisten we niet hoe slecht de luchtkwaliteit was. Dat leidde soms tot dodelijke verontreiniging, o.a. in de Maasvallei in december 1930 en in Londen in december 1952
Het invoeren van een informatiedrempel voor fijn stof van 50 µg/m³ dateert pas van 9 november 2016. Vroeger bestond die informatiedrempel niet - en werd er dus ook niet over bericht. Zo simpel is dat.
De luchtkwaliteit in België is nu dus beter dan enkele decennia geleden. Steenkool wordt nog nauwelijks gebruikt om ons te verwarmen. Dieselroetfilters verkleinen de uitstoot van fijn stof. De overheid heeft de industrie strengere normen opgelegd. Meer en meer duiken er lage-emissiezones op in steden.
Als wij nu met zijn allen nog onze mobiliteit verder onder de loep willen nemen en het gebruik van de open haard beperken, wordt het nog beter. Voor ons en voor onze kinderen.
Alle links bij dit artikel vind je via
Frank Deboosere - Weernieuws 2016