Om terug even op de maatregel zelf terug te komen, ik hoop dat het hoofd van het gemeenschapsonderwijs toch ook heeft nagedacht over één belangrijk aspect wat met deze maatregel in gevaar komt: het gezag van de leerkracht in de klas.
Als iemand die lesgegeven heeft in Brussel (ook een jaar daar in de privésector gewerkt) en die nu ook nog een behoorlijk aantal Franstaligen in de klas heeft, heb ik frequent genoeg meegemaakt dat leerlingen onderling snel even in het Frans communiceren, vanuit het idee dat de "Limburgse/Vlaamse" leerkracht dat wel niet zal verstaan. Jammer voor hen is mijn kennis van het Frans, hoewel uiteraard niet zo goed als de hunne, ruim voldoende om hen te begrijpen en zelfs indien nodig in het Frans van antwoord te dienen.
Als de conversatie onschuldig is en kort, heb ik er geen probleem mee dat te tolereren, zeker wanneer het soms ook nodig is dat een Franstalige leerling een Nederlandstalige opdracht uitlegt aan een medeleerling die het Nederlands nog niet even goed beheerst. Het kost immers tijd om Nederlands te leren voor leerlingen die dat alleen op school moeten doen.
De eindfinaliteit moet echter zijn: Nederlands als onderwijstaal en dus Nederlands in de klas en Nederlands in de communicatie met leerkrachten.
Als je andere talen op bepaalde momenten niet meer "mag" verbieden creëer je wél potentiële probleemsituaties waarbij leerlingen onder elkaar gaan converseren in een taal die de leerkracht niet machtig is en waar ze het dan over hebben: God mag het weten. Zo verlies je als leerkracht je gezag omdat je niet meer kan ingrijpen op basis van de inhoud van het gesprek. Ook zelf meegemaakt, weliswaar niet in Brussel en niet in het GO-onderwijs, dat leerlingen onderling in het Wit-Russisch of in het Arabisch met elkaar begonnen te converseren, ik heb dat toen eenvoudigweg verboden en zou het zo morgen ook opnieuw doen.