Faciliteiten zijn Fransiliteiten
De Franstaligen eisen het onderste uit de kan. Maar als ze zelf faciliteiten moeten verlenen is het minste hen al te veel.
Publicatie: 25 januari 2005
In de Vlaamse gemeenten waar ze over faciliteiten beschikken, eisen de Franstaligen het onderste uit de kan. Maar als ze zelf faciliteiten moeten verlenen, is het minste hen al te veel. Faciliteiten zijn Fransiliteiten. In de gemeenten waar de Vlamingen over faciliteiten beschikken, worden ze systematisch genegeerd of geminimaliseerd, zegt Leo Camerlynck, die de taaltoestanden in die gemeenten al sinds jaar en dag opvolgt.
Leo Camerlynck, een Brusselse Vlaming in hart en nieren, was lange tijd de woordvoerder van de Brusselse maatschappij voor openbaar vervoer. Nu werkt hij er nog halftijds op de klantendienst. De andere helft van zijn arbeidstijd is hij op zelfstandige en vrijwillige basis copywriter en gids, onder meer in de Waalse faciliteitengemeenten Edingen en Vloesberg.
Wie het over faciliteiten heeft, denkt meestal aan de zes faciliteitengemeenten in de rand om Brussel en aan Voeren. Maar daarnaast heeft Vlaanderen nog vijf gemeenten met faciliteiten voor Franstaligen. Het gaat om Mesen, Spiere-Helkijn, Ronse, Bever en Herstappe. Omgekeerd zijn er vier Waalse gemeenten, in Henegouwen, waar de Vlamingen over faciliteiten beschikken. Het zijn Komen-Waasten, Moeskroen, Vloesberg en Edingen.
Komen-Waasten is het spiegelbeeld van Voeren in Wallonië, in die zin dat de faciliteiten in beide gemeenten dezelfde zijn. Ze zijn er ook uitgebreider dan in de andere Vlaamse en Waalse faciliteitengemeenten, en zelfs uitgebreider dan in de faciliteitengemeenten in de Vlaamse rand.
Dank aan Demotte
In de Vlaamse faciliteitengemeenten Mesen, Spiere-Helkijn, Ronse, Bever en Herstappe worden de faciliteiten grosso modo correct toegepast, zegt Leo Camerlynck. Anders is het gesteld met de Waalse faciliteitengemeenten. Vloesberg vormt de uitzondering. Dat is volgens Camerlynck zonder meer de verdienste van Rudy Demotte (PS), de federale minister van Sociale Zaken en titelvoerend burgmeester van Vloesberg.
Bij de vastlegging van de taalgrens in 1963 werd de Vlaamse wijk D'Hutte bij Opbrakel gevoegd. Voor de eveneens Vlaamse wijk D'Hoppe gebeurde dat niet, maar in ruil kregen de Vlamingen in Vloesberg wel faciliteiten. Voor het bewind van Demotte werden die faciliteiten volgens Camerlynck maar schoorvoetend toegepast. Het heeft jaren geduurd voor er de eerste Nederlandstalige identiteitskaarten werden uitgereikt.
Maar toen in 2000 Rudy Demotte burgemeester werd, kwam de kentering. Allicht is het feit dat de moeder van Demotte afkomstig is van een deelgemeente van Geraardsbergen daaraan niet vreemd. Vloesberg is nu veruit de faciliteitengemeente met de duidelijkste aanwezigheid van het Nederlands in het straatbeeld.
Komen-Waasten (met de deelgemeenten Komen, Waasten, Neerwaasten en Ploegsteert) en Moeskroen (met de deelgemeenten Lowingen /Luigne, Dottenijs/Dottenies en Herzeeuw/ Herseaux) werden bij de vastlegging van de taalgrens in 1963 overgeheveld van West-Vlaanderen naar Henegouwen. Als een soort compensatie kregen de Vlamingen er faciliteiten. Tussen Komen-Waasten en Moeskroen bestond wel een verschil. De deelgemeenten van Komen-Waasten werden ook al in hun West-Vlaamse tijd uitsluitend in het Frans bestuurd.
In Moeskroen heerste er vóór en bij de overheveling naar Henegouwen een feitelijke tweetaligheid. De toegekende faciliteiten hadden er dan ook meteen bestaansrecht verworven, al worden ze sindsdien systematisch geminimaliseerd.
In Komen-Waasten daarentegen werden de faciliteiten slechts schoorvoetend toegekend. Pas een kwart eeuw geleden, na de rel rond de oprichting van het schooltje in Komen, kwam er enig schot in de zaak, beweert Camerlynck. Maar nog steeds wordt er onder het bestuur van burgervader Gilbert Deleu (cdH) afgeremd waar kan. Hetzelfde geldt voor Moeskroen, waar het cdH in de persoon van voormalig kamerlid Jean-Pierre Detremmerie eveneens de burgemeesterssjerp draagt. Zo zijn de straatnaamborden er tweetalig, zoals de wet voorschrijft.
Maar Moeskroen heeft wel een zeer eigen opvatting over hoe tweetalige straatnaamborden er moeten uitzien, zegt Leo Camerlynck. De straatnaam in het Frans heeft een lettergrootte die wel drie keer zo groot is als de Nederlandstalige benaming van de straat. Voorbeelden genoeg. Ronse en Voeren hebben, weet Camerlynck, hebben het voorbeeld van Moeskroen inmiddels gevolgd en geven nu de Franse straatnaam in het klein.
Op het Edingen van burgemeester Florine Pary-Mille (MR) heeft Camerlynck het alles behalve begrepen. Zij voert volgens hem een echt anti-Vlaams beleid, wat alles te maken heeft met het toenemende aantal Vlaamse inwijkelingen, vooral dan in de deelgemeenten Lettelingen en Mark. In het gemeentelijke krantje moeten de Nederlandstaligen zich tevredenstellen met een uiterst beknopte samenvatting van het gemeentelijke nieuws. Als je er als Nederlandstalige een brief stuurt naar de gemeente, duurt het maanden eer je antwoord krijgt... in het Frans.
In hun berichten aan de bevolking, moeten de faciliteitengemeenten tweetalig zijn. Maar in Edingen staat in het beste geval in een verloren hoekje van het bericht de mededeling: "Wenst u een Nederlandstalige kopie van deze brief, gelieve het ons te melden." In het slechtste geval worden de brieven verstuurd door privé-firma's of VZW's en zijn ze compleet in het Frans. Het delegeren van gemeen-tetaken aan VZW's, om zo de taalwet te omzeilen, is een techniek waaraan alle Waalse faciliteitengemeenten zich gretig bezondigen, net als de Brusselse gemeenten overigens.
"Flamand de service"
Ook met de tweetaligheid van het gemeentepersoneel is het volgens Leo Camerlynck droevig gesteld. Personeel dat in contact komt met het publiek moet volgens de taalwet een elementaire kennis hebben van het Nederlands. In de praktijk is er vaak alleen een "flamand de service", ook bij de politie.
De websites van de gemeenten geven eveneens een aanduiding over de ernst waarmee de gemeenten de naleving van de faciliteiten nemen. De webstek van Edingen is eentalig Frans. Komen-Waasten moet het nog steeds zonder eigen webstek stellen. Moeskroen en Vloesberg hebben een tweetalige site.
Hoeveel Nederlands wordt in de Waalse faciliteitengemeenten nog gesproken? In Vloesberg heeft 15 procent van de inwoners een Nederlandstalige identiteitskaart. In Edingen is dat 10 procent, in Komen 7 tot 8 procent. In Moeskroen is dat amper 3 tot 4 procent. Toch geven die percentages geen correct beeld over het aantal Vlamingen in deze gemeenten. Volgens Camerlynck bedient de middenstand je in al die gemeenten nog zonder al te veel problemen in het Nederlands, behalve misschien in Moeskroen.
Het bewijst dat een groot deel van de bevolking het Nederlands op zijn minst nog machtig is. Maar volgens Camerlynck is het Nederlands in heel wat huisgezinnen ook nog de voertaal. Veel Vlamingen durven zich er evenwel niet als Vlaming te uiten. Dat heeft te maken met wat Camerlynck "de Zolenlikkerij" van de Vlaming noemt. Maar ook met stigmatisering.
In heel wat van die gemeenten wordt wie een Nederlandstalige identiteitskaart aanvraagt als een extremist en soms zelfs als een fascist bestempeld. Intimidatie is er nog altijd troef, zij het minder dan vroeger.
En hoe zit het met het Nederlandstalig onderwijs in Wallonië? Er is het Vlaamse schooltje in Komen, er is een Nederlandstalige afdeling in de handelsschool van Moeskroen en er is een Nederlandstalige school voor militairen in Aarlen. Al die scholen worden, in strijd met de taalwetgeving, door het Vlaamse departement Onderwijs en niet door de Franse Gemeenschap Gefinancierd.
Kan meer Nederlandstalig onderwijs een steun in de rug zijn voor de Vlamingen in de Waalse faciliteitengemeenten? Camerlynck denkt het niet. Vroeger stuurden de Vlamingen in deze gemeenten hun kinderen naar het Franstalig onderwijs, kwestie van hun klim op de maatschappelijke ladder veilig te stellen. Nu is de situatie volledig omgeslagen. Het Vlaamse schooltje in Komen wordt hoofdzakelijk rechtgehouden door de Franstaligen. Het schooltje telt dit schooljaar 84 kinderen. Voor het eerst zijn de Franstaligen met 44 kinderen er in de meerderheid. De scholen van Spiere-Helkijn barsten uit hun voegen door het grote aantal Waalse kinderen.
In Vloesberg loopt de helft van de Franstalige kinderen school in het naburige Ronse. Omdat dat eveneens een faciliteitengemeente is, krijgen ze er vanaf hun negende jaar Frans, wat een bijkomende aantrekkingskracht op de Franstaligen uitoefent. Of neem Edingen. Pakweg 35 jaar geleden was de helft van de leerlingen in Sint-Agustinus in Edingen Nederlandstalig, zegt Camerlynck. Nu zit het atheneum van Herne, net aan de andere kant van de taalgrens, voor de helft vol met Franstaligen.
Stefaan HUYSENTRUYT
De TIJD, 24/01/2005
(
http://www.ovv.be/page.php?ID=260)