gentille zei:
"... dat jullie niemand mogen doden - wat God verboden heeft - behalve volgens het recht..." (Koran 6:151)
Een mensenleven is heilig en onschendbaar, zonder onderscheid van ras, geloof, afkomst, nationaliteit, of wat dan ook. Net als in België worden op dit recht op leven een aantal wettelijke uitzonderingen gemaakt. Het gedeelte "behalve volgens het recht" betekent dat in sommige door de wet bepaalde gevallen doden niet bestraft wordt. Het sluit tegelijk uit dat mensen zelf het recht in handen nemen.
"Iemand die een Dhimmi doodt, zal zelfs niet de geur van het Paradijs ruiken."
Hiermee wordt er gezegd dat elke mensenleven heilig is, maar naar dieren toe.
"Vermijdt de zeven afschuwelijke dingen (hoofdzonden): polytheïsme (meergoderij), magie, het doden van ademende wezens! wat God verboden heeft behalve voor rechtmatige redenen"
Hier, nog 1 keer voor u.
Onschuldigen
Koran 6:151. Zeg, 'Kom, ik zal jullie verkondigen, wat jullie Heer heeft verboden, namelijk dat jullie een ziel ten onrechte doden die God heilig heeft verklaard'.
Koran 17:33. En doodt niemand, wiens doden God verboden heeft verklaard, tenzij het met recht geschiedt.
Koran 5:32. Wie ook een mens doodt, behalve wegens het doden van anderen of het scheppen van wanorde in het land, het ware alsof hij het gehele mensdom had gedood, en voor hem, die iemand het leven schenkt, alsof hij aan het gehele mensdom het leven heeft geschonken.
Doden mag dus onder de achterlijke regels van de koran en co.
Hier wat context voor u:
Het statuut van de Ahl Ad-Dhimmah
In de vroege islamitische geschriften worden niet-muslims die in een islamitische staat wonen dhimmi's of Ahl Adh-Dhimmah genoemd, dit wil zeggen: 'Beschermde Mensen'. Profeet Mohamed en de gemeenschap van de muslims sloten met hen immers een verbond waardoor hun veiligheid in een islamitische staat gegarandeerd werd. Daarom worden zij ook de Al-Mu’ahiddum genoemd, de 'Houders van een Convenant'.
Aanvankelijk gold het statuut van de Ahl Ad-Dhimmah enkel voor Joden en christenen; later werd het uitgebreid naar andere religieuze minderheden.
Profeet Mohamed benadrukte de plichten van muslims tegenover dhimmi's, en bedreigde iedereen die hen schade zou toebrengen met de toorn en de bestraffing door God in die mate dat zulke muslims zelfs alle hoop op een verblijf in het paradijs mochten vergeten. Mohamed beloofde dat hij op Oordeelsdag de persoonlijke vijand zou zijn van muslims die dhimmi's krenken.