Plichten
Leopold was de eerste Koning der Belgen omdat zij hem zelf hun kroon hadden aanboden. Dit heeft nog steeds gevolgen. De Koning der Belgen wordt koning bij de gratie van zijn landgenoten, niet bij de gratie Gods. De koning staat daarmee niet boven België, vandaar dat de koning spreekt over landgenoten en niet over onderdanen. De Koning der Belgen neemt de troon in bezit nadat hij de Belgen heeft beloofd dat hij de onafhankelijkheid zal handhaven. Deze troon is van de Belgen en niet van de koning in persoon, hij mag de troon gebruiken van de Belgen in ruil voor zijn eed. De koning moet aan zijn landgenoten, vertegenwoordigd in het parlement, verantwoording afleggen. De macht is namelijk van het volk en niet omgekeerd. Uiteraard moet de koning neutraal zijn, hij fungeert als een soort scheidsrechter. Hij kan geen contracten afsluiten in zijn naam, zelfs niet privé.
Voorrechten
De koning heeft ook voorrechten. Hij verschijnt op postzegels en op muntstukken (zie regaal voorrecht). Als staatshoofd heeft hij recht op een Civiele Lijst, om zijn onkosten te dekken. Hoewel zijn politieke macht de facto ingeperkt is, kan hij ministers benoemen en ontslaan, het parlement laten ontbinden. Mensen worden in naam van de Koning veroordeeld of krijgen gratie dankzij hem. Krachtens de Grondwet stelt de koning als hoofd van de krijgsmacht de oorlog of het einde van de vijandelijkheden vast. Ook hoge magistraten en militaire graden worden door de vorst benoemd en verleend, evenals de nationale orden. Hij staat aan elke wieg van een nieuwe regering en tekent alle wetten en decreten. Hij is hoofd van de drie machten, die elk verantwoording moeten afleggen. De koning is ten slotte onschendbaar (zowel privé als publiek) en kan nooit gearresteerd of beschuldigd worden, aangezien hij de Belgische staat belichaamt. Traditioneel heeft de koning ook het voorrecht het peterschap van de zevende zoon in een gezin waar te nemen en de koningin het meterschap van een zevende dochter.