Radicale islam wint veld'
Marijke Uijt den bogaard: ,,De standpunten van Vlaams Belang krijgen enorm veel aandacht. Als zich onder moslims ook zo'n extreem ideeëngoed verspreidt, krijgt dat nauwelijks aandacht.''
Bron: De standaard
ZES jaar lang werkte de van Nederlandse origine ,,allochtone'' Marijke Uijt den bogaard in Berchem als veldwerkster voor een stedelijke vzw onder supervisie van de schepen van samenlevingsopbouw, Chantal Pauwels (Groen!). Ze hield er zich bezig met samenlevingsopbouw, positieve beeldvorming en dialoog en had nauw contact met Berchemnaren van Turkse of Marokkaanse origine.
Ze omschrijft het als een succesverhaal, precies omdat ze de Berchemnaren niet benaderde vanuit hun levensbeschouwelijke aard, maar als Antwerpenaar, aan wie de vraag werd gesteld wat hij voor een positieve, diverse samenleving wou doen.
,,Ik speelde op een gevoel van herkenning en zag de allochtoon niet als een soort 'nobele wilde', maar als een stadsbewoner met wie je best kunt praten, en dingen kunt realiseren. Dat dat zo is, bewijzen de vele geslaagde acties in samenspraak.
Zo werd een muzikale avond georganiseerd, met de Marokkaan Rachid Kasmi, waarop veel Berchemnaren af kwamen. We waren die avond allemaal Antwerpenaar. De avond werd afgesloten met de Bolero van Ravel, die werd opgevoerd door muzikanten van Turkse, Marokkaanse en Vlaamse origine. Een Turkse zanger zong op die tonen een oud Hebreeuws lied.''
In de zomer werd Uijt den bogaard ontslagen. De leiding van de vzw zag haar als een problematische figuur, en smaakte haar verslagen over de situatie onder een deel van de moslims niet. In die verslagen en tijdens werkvergaderingen waarschuwde ze voor verontrustende tendensen onder de Antwerpse moslims, waar sprake is van een duidelijke en structurele radicalisering.
Uijt den bogaard had tot dan niet anders dan uitstekende evaluaties gekregen, en vecht haar ontslag aan. Ze heeft ook gelijk gekregen bij de stedelijke commissie 'ongewenst gedrag op het werk'. Die vond dat de leiding niet functioneerde zoals het hoorde.
Door haar opzij te zetten en haar verslaggeving te brandmerken als tendentieus, gaat de stad volgens Uijt den bogaard aan een zorgwekkende evolutie voorbij.
,,Er is onder een deel van de moslims in Antwerpen een groep die stelt dat contact met niet-moslims alleen nodig is als je daar als moslim je profijt kunt uit halen. Ze vinden dat ongelovigen niet gelijk zijn aan de moslims. Ze zijn niet geïnteresseerd in ons samenlevingsmodel van gelijkwaardigheid en overleg.''
Hoeveel gewicht hebben zij?
Hun zelfverzekerdheid neemt toe, en ze zijn almaar beter georganiseerd. Om jongeren te bereiken gebruiken ze moderne middelen, met een website en internetmogelijkheden om vragen te stellen. Ze geven advies, maar vanuit een zeer strikte beleving van de islam. Voor hen is bijvoorbeeld de strikt gescheiden sociale omgang tussen mannen en vrouwen belangrijk. Dat mag, maar dat leidt tot problemen als je vanuit die visie vrouwen adviseert om er bij ziekenhuisbezoek op te staan alleen door een vrouwelijke arts te worden geholpen. Dat is in strijd met het gelijkheidsprincipe van waaruit wij de samenleving organiseren.
Een ander voorbeeld is de sociale omgang tussen moslims en anderen. Ik hoorde een jongere ooit de vraag stellen of je nu wel of niet met een collega na het werk wat kan drinken als moslim. Het antwoord was onthutsend: 'met niet-moslims ga je alleen om als je er voordeel bij hebt.' Dat is, met alle respect, binnen een diverse samenleving die samen door de deur moet, een radicaal standpunt.
In hun ideologie staan koran en islam boven de wet. Dat het de vereniging ernst is met de manier waarop zij de islam ziet, bleek uit de manier waarop ze in het cultureel centrum Berchem een avond wilde organiseren. Men wilde de zaal in tweeën splitsen met doeken, vrouwen achter het doek en gescheiden van mannen. De leiding van het centrum stak daar gelukkig een stokje voor. Er liep op dat moment een tentoonstelling. Foto's die onzedelijk waren, werden omgedraaid.
Slaat hun boodschap aan bij de allochtonen?
Volgens de vereniging zelf heeft ze ondertussen een duizendtal leden. Wat mij nog meer verontrust, is dat deze trend zich ook lijkt door te zetten naar sommige moskeeën. Ze volgen de strategie van wat gebeurde in Rotterdam, waarmee de vereniging naar eigen zeggen een samenwerkingsverband had. In Rotterdam en Den Haag heeft men aandacht voor de activiteiten van die organisaties, omwille van hun radicale ideeëngoed.
De standpunten van Vlaams Belang krijgen enorm veel aandacht, men noemt de kiezers zelfs mestkevers. Maar als zich onder de moslims ook zo'n extreem ideeëngoed verspreidt, hebben we er nauwelijks aandacht voor.
Op de duur was ik voor de moslims met dat radicale ideeëngoed de vijand. Het was even schrikken toen iemand het had over de ,,christelijke vijand''. Ik heb deze zorgwekkende ontwikkelingen binnen mijn dienst gemeld, mijn oversten vergeleken mijn verslagen met Vlaams Belang-teksten, met het advies ze niet meer te schrijven. Maar als een dokter iets wil genezen, moet hij wel durven kijken naar de wonde.
Uw hiërarchische oversten hebben er weet van uit uw verslagen?
Ja, maar als je op zo'n zorgelijke evolutie wijst, moet je vaststellen dat dat op een muur van stilzwijgen botst. Er moet eens werk gemaakt worden van een identiteit als Antwerpenaar, het middenveld van Turkse en Marokkaanse organisaties kan hier een rol in spelen. Maar dat zie ik te weinig gebeuren bij de meeste verenigingen van Turkse en Marokkaanse origine. Ik heb in al die tijd maar één Turkse vereniging, vzw Meva, dat weten doen.
Maar omdat etnische en levensbeschouwelijke overtuigingen het verenigingsleven kleuren is de onderlinge verstandhouding tussen die Turkse en Marokkaanse verenigingen soms een mijnenveld. In die zin geloof ik niet in woordvoerders. Iedereen staat voor een subgroep.
Wat zeggen de moskeeën van deze evolutie?
Het bestuur van zo'n moskee heeft volgens mij vaak te weinig verbondenheid met de samenleving, ze begrijpen er soms niet zoveel van. Vaak bestaat het bestuur uit mensen van de eerste generatie, ouderen van rond de zestig. Ik bewonder dat het ze lukt om die moskee draaiende te houden, maar ze spreken weinig tot slecht Nederlands. Bij sommigen is de kennis van de islam zeer rudimentair.
Bij de Turken ligt het anders. Hun imams komen uit het thuisland en worden vandaaruit en hier gevolgd. De consul is verantwoordelijk en die heeft een opleiding achter de rug. De Marokkaanse imams worden gekozen door het bestuur hier, en moeten dus prediken voor hun broodheren. Hoe goed hun kennis is over de islam en welke interpretatie ze aanhangen, zal sterk onderling verschillen.
Als het bestuur uw bevindingen niet oppikt, wie moet het dan wel doen?
Ik blijf me afvragen wanneer de eerste debatavond komt waarop moslims, en zeker de bekende moslims, hardop zeggen dat ze uit naam van de koran door die hardliners in een wereld worden geduwd waarin ze zich niet meer herkennen. Maar ja, kritiek geven op een broeder of zuster, ligt erg moeilijk. De visie die radicale moslims verspreiden, doet nochtans vele andere moslims onrecht aan, en stigmatiseert een hele godsdienst. Dat moet toch iedere moslim in Antwerpen aanbelangen. Ze moeten echt niet meer wachten, het is vijf over twaalf