Piejie zei:
Anderlecht-manager Herman Van Holsbeeck
weet dat de 0-5 uit de heenmatch niet
meer rechtgezet kan worden in München.
"We kunnen enkel proberen om daar een
goede match te spelen en met een andere
uitslag dan 0-5 naar huis te komen."
Ik denk dat de gemiddelde Anderlecht-aanhanger toch wel voor een 0-5 wil tekenen hoor, Herman
ge zit hier nu al meer dan 2 jaar ofzo? het wordt tijd wat volwassener te worden me dunkt, uw nieuwtjes posten die u goed uitkomen met uw '

' =>
drie coaches over hoe voorspelbaar brugge wel speelt, dat is pas een lachartikel! (en toevallig niet door u gepost, wel wel wel)
Club-spitsen al 26 jaar niet meer zo droog
Nummer twee uit de Jupiler League scoorde dit seizoen nog maar 33 keer
Club Brugge wordt week na week minder titelkandidaat. Dat heeft alles te maken met een gebrek aan goals. Sinds de verloren topper tegen Standard maakte Club geen enkele veldgoal meer. Hun laatste drie tegenstanders vertellen hoe zij blauw-zwart afstopten.
Club Brugge staat tweede met 51 punten, een pak meer dan de voorgaande twee rampseizoenen. Tot zover het goede nieuws. Maar Club vond dit seizoen ook nog maar 33 keer de weg naar doel. De productiviteit was in 26 jaar nooit zo laag. In '82 hadden de West-Vlamingen na 25 wedstrijden 32 goals gemaakt, slechts één minder dan het huidige seizoen. Club verkeerde toen wel in de degradatienood.
Die onmacht kostte Club punten tegen Charleroi en Moeskroen. Dat Sonck, Sterchele en Djokic kansen de nek omwringen, is maar een microscopisch deel van de waarheid. Hun vormcurve is minder schrijnend dan het fundamentele probleem om tot uitgespeelde kansen te komen. Charleroi-coach Thierry Siquet en Geert Broeckaert, assistent van Enzo Scifo bij Moeskroen, zeggen het niet met zoveel woorden, maar het probleem van Club is simpel: een gebrek aan verrassingen. En dat ligt eerder aan het middenveld dan aan de aanvallers.
'De voeding van hun spitsen is cruciaal', vertelt Siquet. 'Wij hadden het voordeel dat Blondel en Van Heerden, toch creatieve spelers die ook snelheid toevoegen, er niet bij waren. De voornaamste opdracht was dan ook om de flanken afgedekt te houden. Klukowski en Priske, die een goede voorzet in de voet hebben, mochten absoluut niet deelnemen aan het spel. Dan weet je dat het voornaamste gevaar van Leko komt. Als je er dan ook in slaagt zijn linker af te schermen - hij zal niet makkelijk met rechts een pass versturen - kom je al een heel eind.'
Broeckaert deed het met Moeskroen nauwelijks anders.
'Blondel was er bij ons wel bij, maar speelde slechts aan 50 procent. Dat hielp, want er gaan weinig ideeën uit van hun ploeg. Een Fadiga of Losada, die met een pass vier man kan uitschakelen, hebben ze momenteel niet lopen. Vandaar dat een van de opdrachten was om Leko zoveel mogelijk te beletten om die laatste bal te geven. Hun ploeg gaat uit van werkvoetbal, powerplay. Wanneer ze dan met lange halen naar voren trekken, kan het al eens tegenzitten als die bal niet goed valt.'
Moeskroen was bovendien tevreden met de spelwijze van Club.
'Voor ons was het een voordeel dat Club in een 4-3-3 speelde. Sonck en Sterchele zijn geen echte spelers voor de box zoals pakweg een Jan Koller', vindt Broeckaert. 'Zij hebben ruimte nodig. Als ze tegen die flank plakken en wij blijven goed in positie, hebben ze het moeilijk.'
Zonder Van Heerden heeft Club niemand die een flits uit zijn voeten kan schudden. Alleen Sterchele probeert het, zonder succes.
'Veelal zoekt hij naar zijn rechter en snijdt hij naar binnen. Als je hem naar buiten kan drijven, is hij minder gevaarlijk', zegt Lokeren-coach Georges Leekens, die alleen een strafschop moest toestaan tegen Club.
Stilliggende ballen
Geconfronteerd met die gebreken grijpen de troepen van Jacky Mathijssen altijd terug naar hun voornaamste wapen: stilliggende ballen van Leko. De tegenstand begint echter in de gaten te krijgen hoe dat werkt. 'In 70 procent van hun vrije trappen zie je hetzelfde patroon: Sterchele en Van Heerden die in de eerste zone weglopen en proberen om iemand mee te trekken', vertelt Georges Leekens. 'Voorts heb je in de eerste en tweede zone inlopende mensen, meestal Clement, Simaeys en Geraerts. Je ziet ook dat ze vaak proberen bepaalde spelers te blokkeren. Gelukkig hebben scheidsrechters dat wel in de gaten.'
Slotsom: Club heeft het moeilijk met het vertimmerde middenveld van de jongste weken - zonder Van Heerden, Blondel en met Englebert en Vermant - meer nog dan met een dalende vormcurve van de spitsen.
Al zou het wel helpen als een van de spitsen eens een man zou dribbelen...
:ironic: