3.4 Kcal
3.4.1 Waarom? (4)
Om al deze lichaamsprocessen draaiende te houden, zonder benzine loopt de motor niet, is brandstof nodig. We verbruiken dus constant energie dat zal moeten worden aangevuld. De enige manier om dit te kunnen aanvullen is via het voedsel. Koolhydraten, vetten en eiwitten uit ons voedsel zijn de belangrijkste energieleverende voedingsstoffen (de brandstof voor ons lichaam). Ze bevatten chemisch gebonden energie, die vrij komt bij verbranding. De ene brandstof levert meer energie dan de andere.
3.4.2 Waar?
Uit onze voeding en of supplementen ; op deze site kan je de calorieën die zich in je in voedsel bevinden bekijken en rangschikken van calorierijk naar caloriearm:
www.voedingswaardetabel.nl of
http://www.calorietabel.nl/
3.4.3 Hoeveel?
Hoeveel calorieën men nodig heeft en verbruikt is verschillend van persoon tot persoon. Dit hangt af van je geslacht, leeftijd, gewicht en dagelijkse activiteiten.
Op internet kan je er diverse sites met ingebouwde calculators voor terugvinden. Een voorbeeld:
http://www.wijvallenaf.nl/index.php?pagina=verbruik
Ook moet je jezelf de vraag stellen; Wil ik afvallen of aankomen ; minder of meer calorieën?
Bereken het verschil van de hoeveelheid calorieën je verbruikt en inneemt (1.5) en je komt al gauw te weten of je extra zal moeten eten of juist minder.
3.5 Koolhydraten (5)
3.5.1 Waarom?
Koolhydraten (zetmeel en suikers) zijn vooral van belang als energiebron. Ze leveren de energie die nodig is voor alle lichaamsprocessen en dienen als brandstof voor de hersenen.
3.5.2 Waar?
Koolhydraten in de vorm van zetmeel komen voor in brood, aardappelen, rijst, pasta en peulvruchten (bruine en witte bonen). Vruchten en vruchtensap bevatten eenvoudige koolhydraten als vruchtensuiker en druivensuiker. In melk en yoghurt zit melksuiker. In snoep, koek, gebak, frisdrank en dergelijke zit suiker (sucrose). Veel voedingsmiddelen bevatten een mengsel van complexe en eenvoudige koolhydraten.
3.5.3 Hoeveel?
Koolhydraten moeten minstens 55% van de totale energiebehoefte uitmaken.
Het is aanbevolen de inname van toegevoegde suikers te beperken zowel voor kinderen, tieners en volwassenen
Koolhydraten kunnen slechts beperkt in het lichaam worden opgeslagen. Er kan een kleine voorraad aangelegd worden in de vorm van glycogeen, met name in de spieren. Een tekort aan koolhydraten zal niet vaak voorkomen. Alleen bij een speciaal dieet of in andere bijzondere situaties kan een tekort ontstaan. In dat geval zal het lichaam een andere energiebron aanboren en daaruit koolhydraten aanmaken.
Een tekort aan koolhydraten leidt tot een slechte adem, vermoeidheidsverschijnselen en concentratiestoornissen. Op den duur leidt een tekort aan koolhydraten tot afbraak van spierweefsel.
3.5.4 Soorten?
Monosacchariden, zoals glucose (druivensuiker) en fructose (vruchtensuiker). Bestaan uit één molecuul.
Disacchariden, zoals sucrose/sacharose (suiker), lactose (melksuiker) en maltose (moutsuiker). Samengesteld uit twee monosaccharide moleculen: respectievelijk glucose en fructose, glucose en galactose en glucose en glucose.
Polysacchariden, zoals zetmeel en glycogeen. Samengesteld uit meerdere monosaccharide-moleculen (meestal glucose).
Mono- en disachariden worden ook wel aangeduid als 'eenvoudige' koolhydraten, terwijl polysachariden ook wel complexe koolhydraten worden genoemd.
3.5.5 Gevaren? (6)
Als u meer vezels gaat consumeren, moet u er goed op letten dat u voldoende drinkt om de vezels te helpen de darm te passeren. Zorg ervoor dat u ten minste 1,5 liter per dag drinkt, en als u een vezelverrijkt dieet volgt 2-2,5 liter. Een zeer hoge vezelinname kan, vooral als er weinig vloeistof bij wordt gedronken, een dermate bindende werking hebben dat het obstipatie veroorzaakt.
Vezels in het dieet kunnen in sommige gevallen de opname van belangrijke vitaminen en mineralen verhinderen. Gebruik daarom niet meer dan 40 gram vezel per dag. Met alleen de voeding zult u deze hoeveelheid niet snel bereiken. Vezelrijke voedingsmiddelen zijn bovendien in het algemeen ook goede bronnen van vitaminen en mineralen, zodat dit verlies zal worden gecompenseerd.
Als u niet gewend bent veel vezels te eten, dan kunt u na de uitbreiding van de hoeveelheid vezels in uw voeding last krijgen van winderigheid. Het verschilt van persoon tot persoon welke producten en welke hoeveelheden deze klachten veroorzaken. Het is aan te raden om de hoeveelheid vezel geleidelijk uit te breiden.
3.6 Water
3.6.1 Waarom? (7)
Vochttekort zorgt er voor dat de spieren minder functioneren waardoor o.m. krampen kunnen optreden. Als het vocht niet snel aangevuld wordt, kan het tot dehydratie (uitdroging) leiden. Dat vermindert niet alleen het prestatievermogen, maar schaadt ook uw gezondheid.
3.6.2 Waar?
In de winkel?
3.6.3 Hoeveel? (7) (8)
Elke dag 1,5 liter drinken is de boodschap.
Bij langere inspanningen moet u proberen om zoveel te drinken als u zonder problemen aankunt: streef naar tussen 125 en 250 ml per kwartier. Een dergelijk vast drinkschema leer je best aan op training, begin er niet mee tijdens een wedstrijd.
De hoeveelheid die vlot verdragen wordt varieert van 300 ml tot 600 ml, maar uiteraard zal iedereen voor zichzelf tijdens de training moeten uitmaken wat de ideale hoeveelheid is. Boven 700 ml treden er vaker maag- en darmklachten op.
3.6.4 Soorten? (9)
Leidingwater wordt geleverd via het openbaar waterleidingsnet en is geschikt voor menselijke consumptie. Het is wettelijk onderworpen aan regelmatige controles van verschillende parameters en moet voldoen aan bepaalde maximaal toelaatbare waarden (bv. chloor) en bepaalde minimumwaarden (bv. calcium- en magnesiumgehalte).
Bronwater is afkomstig van een bron die wordt bevoorraad door oppervlakkige waterlagen. Hierdoor is de chemische samenstelling seizoensgebonden, dit wil zeggen beïnvloedbaar door de atmosferische neerslag en het klimaat. Dit betekent ook dat contaminanten (ongewenste bestanddelen) snel de kwaliteit van bronwater kunnen aantasten. Daarom moet er steeds streng worden toegezien op de kwaliteit van bronwater.
Natuurlijk mineraalwater is afkomstig van dieper gelegen lagen uit een strikt afgebakend geologisch gebied. De samenstelling en de temperatuur van het water is zeer stabiel binnen natuurlijke schommelingen, ongeacht de wisselende seizoensomstandigheden. Voor mineraalwater schrijft de wet geen normen voor wat betreft de gehaltes aan minerale zouten. Natuurlijk mineraalwater mag niet in de handel worden gebracht zonder voorafgaande toelating van de Minister van Volksgezondheid op basis van een verslag van de Algemene Eetwareninspectie.
3.6.5 Gevaren? (10)
Vier liter water per dag is voor de doorsnee mens al te veel. Bij de inname van water moeten bovendien voldoende suikers en zouten worden ingenomen. Gebeurt dat niet, dan zwellen de cellen in ons lichaam op. Miljarden cellen dus. Het bloed raakt verdund, en zenuwbanen raken bekneld. Eerst ontstaan verschijnselen als hoofdpijn en misselijkheid. Wie deze waarschuwingen niet serieus neemt, of onvoldoende herkent, loopt vervolgens grote risico’s. Zodra de bloedvaten worden dichtgedrukt, kunnen mensen buiten westen raken, en erger nog: ze kunnen in een coma raken en tenslotte overlijden.