Herr Doktor zei:
Tuurlijk wel, in alle vormen en maten.
Muziek in mijn oren. Alle hoop is niet verloren.
Ik ga even een verhaaltje met jullie delen.
Het gaat over de ware liefde en zulke verheven noties van romantiek.
(lees; dwaasheid)
Er was ooit eens een jongeman die was zoals geen ander ooit ooit
en nergens bij hoorde. Ie had veel belofte op verschillende gebieden des levens
maar een overrompelende drang tot de romantische verhevenheid bereiken
die ter sprake kwam in het menselijk bewustzijn sinds de 19de Eeuw.
Deze verhevenheid zocht de jongeman in aardse ervaringen in poging zijn ideaal te bereiken.
Dit ideaal had een vrouwelijk gelaat; een façade zou je kunnen zeggen.
Ie ging door het leven en kwam allerlei vraagstukken tegen die de dualiteit in zich beroerden.
Vraagstukken van Goed en Kwaad.
De jongeman, als een soort Oliver Twist uit een eigen dimensie van unieke eigenheid
koos altijd het Goede over hetgene wat kwaadaardig leek in het moment.
Zijn hele leven stond in het teken van een gevecht groter dan het leven tussen Goed en Kwaad.
Soms werd de verleiding van het kwade moeilijk te weerstaan. Een eindeloze val navolgde
die voorbij beide dichotomieën heen rees.
Een eindeloos wit canvas ontstond waar tijd en ruimte niet bestonden met een
eindeloos aantal deuren die elkaar navolgden in de eindeloos omnipresente lichtheid van wit.
Deur na deur werden geopend door dit Oliver Twist archetypisch figuur.
Om uiteindelijk tot een enorme kamer te komen waarin een vrouw stond die in een straal van licht
een alomringende kracht had. Ze keek met haar ogen gericht naar de grond in meditatie,
alsof in trance.
Een jong gezicht en sneeuwwit met doordringende ogen en in kleding gehuld dat haar een aristocratisch uiterlijk gaf maar toch zeer simpel
en minimalistisch vormgegeven.
De archetypische jongeman, laten we hem
Id noemen, benaderde deze vrouw die geen naam noch identiteit had maar we
Tabula Rasa dopen.
Id aanhoorde hypnotische zangen alsof van een sirene die hem aanlokten te benaderen en zich te knielen voor haar schijnlijke immanentie.
Plots rees haar gezicht naar gelijke hoogte van Id en werd iedere verdere beweging onmogelijk.
Id viel en was in haar macht door hersenspinsels die ze speelde met zijn verstand.
Dit bleef doorgaan en zelfs een deus ex machina leek niet nabij maar dit was het onherroepelijke einde.
Id ging diep in zichzelf zo diep als een verkenning van de diepste krochten van de ziel
onder zee op zoek naar Atlantis. Hier, na veel zwemmen en gevaarlijke, buitenaardse uitziende
vissen te vermijden trof hij schatkisten aan die hij wist te openen met zijn laatste krachten.
In die schatkisten vond Id zichzelf en dit waren de diepst bewaarde geheimen in de krochten van zijn ziel.
Id stond op as herrezen en doorzag en versloeg de vrouwelijke mystiek van Tabula Rasa.
Hij greep haar van haar troon en smeet haar op de grond, ging op de troon zitten en hield haar hoofd
hard en pijnlijk neergedrukt onder zijn laars.
Het einde.