allé, ik zal uw advies volgen.
Dankzij de formule F=m.a zien we de massa zorgt voor de traagheid bij het versnellen (of vertragen) bij een rechtlijnige beweging. Zie ook voorbeelden van Zeta
Bij rotatieve bewegingen zien we de formule M = J .dw/dt = massatraagheidmoment * de hoekversnelling. Een voorbeeld is een motor dat een vliegwiel (wat is een vliegwiel? -> google) aandrijft, waarbij het vliegwiel zorgt voor het massatraagheidsmoment. De formule van J voor een vliegwiel, die een massieve cilinder is, is 1/2.m.R². Het is belangrijk hier te zien dat voor een zelfde massa, het traagheidsmoment veel groter is bij een grotere straal (kwadratisch). Zo zie je bijvoorbeeld dat indien men wilt ronddraaien met een korten dikke stok of een lange dunne stok (zodat de massa gelijk is), dat het moeilijker is om te beginnen ronddraaien bij de lange versie.
Daarvoor is het in bvb. de servo-regeling belangrijk dat de motoren langwerpig zijn ipv. een grote diameter te hebben, zodat hun eigen inertie kleiner is = vluggere regeling.
Motoren worden echter veel gebruikt om een massa lineair te verplaatsen, bvb. een lift (of een auto). Welke J zal de motor dan ondervinden door die lift? Wel Jequivalent is dan gelijk aan mR², met m = massa lift en inzittenden en R = de schijf die de verbinding vormt met de kabel en de motoras. Hoe meer mensen in de lift, hoe trager de lift zal optrekken (of hoe zwaarder de auto, hoe trager hij optrekt met eenzeflde motor)
Men kan de traagheidskrachten echter verkleinen aan motorzijde via een reductiekast, maar daar ga ik verder op in, tenzij op aanvraag