Wat te denken van dit voorstel:
1) Een niet-bindende kennis- en motivatieproef per faculteit
Bij de overgang van het secundair onderwijs naar het hoger onderwijs zal iedere faculteit van een universiteit en iedere faculteit van een hogeschool een niet-bindend faculteitsexamen inrichten en dit examen zal door iedere student die aan de betreffende faculteit wenst te studeren, afgelegd moeten worden.
De proef zal peilen zowel naar specifieke kennis als naar motivationele factoren. Voor deze proef kan niet gestudeerd worden. Het niveau van de proef is gelijkaardig aan het niveau van de studierichting.
Elke student dient minimum aan twee proeven van een verschillende faculteit deel te nemen, dit om meer perspectieven te bieden zodat de student niet enkel die proef zou afleggen waarvan hij toch reeds, wegens de ‘onbindendheid’ van de test, vrij zeker zou zijn de daarbijhorende studierichting aan te zullen vangen.
Voorbeeld: student Jan is er van overtuigd dat hij TEW wil gaan studeren. Hij behaalde op de faculteitsproef 50%. Hij deed ook mee aan de proef van de faculteit taal- en letterkunde. Talen is steeds zijn ding geweest en hij deed het ook graag in het middelbaar. Hij behaalde op deze test 70%. De keuze om TEW te doen is nu een heel stuk minder evident dan wanneer hij maar 1 niet-bindende proef zou hebben ondernomen, namelijk die voor TEW (ik zeg niet dat hij nu geen TEW meer mag doen of zal doen, maar ik denk dat Jan zich nu eventueel meer zal openstellen voor een andere richting dan TEW).
Vanaf 1 september kunnen alle faculteiten van hogescholen en universiteiten faculteitsproeven organiseren. De data voor deze proeven worden reeds 3 maanden hieraan voorafgaand meegedeeld. De proeven zullen uiterlijk 1 week voor het begin van het academiejaar moeten zijn afgenomen. Wie geen 2 faculteitsproeven aflegt, mag zich niet inschrijven in het hoger onderwijs.
2) De resultaten van de proef koppelen aan de studievoortgang vanaf jaar 2 in het hoger onderwijs
Het percentage dat behaald werd op de proef, is het percentage aan studiepunten waarvoor de student ieder academiejaar in de desbetreffende studierichting een onvoldoende mag behalen zonder die studierichting te moeten stopzetten. Wordt het percentage overschreden met een hoger percentage aan onvoldoendes, dan mag de student zich, in geval van hoger universitair onderwijs, het komende jaar niet meer aan een universiteit inschrijven in België, en ingeval van hoger niet-universitair onderwijs, zich niet meer aan een hogeschool of universiteit in België inschrijven. Na dit ene jaar mag de student zich terug inschrijven, op voorwaarde dat opnieuw twee niet-bindende faculteitsproeven worden afgelegd. Het nieuwe behaalde percentage zal op zijn beurt weer bepalend zijn voor de studievoortgang (steeds berekend op 60 STP). Eventuele credits worden behouden voor een periode van 3 jaar.
Voorbeeld 1: Jan behaalde 50% op de faculteitsproef FEB en kiest ervoor om TEW te gaan studeren aan de universiteit Leuven. Hij mag dan op 50% van de totale studiepunten een onvoldoende behalen, indien hij die 50% overschrijdt dan zal hij zijn studie voor het eerstkomend jaar moeten stopzetten en wordt hij uitgesloten van eender welke universiteit in België. Slaagt hij bijvoorbeeld in zijn eerste jaar voor 30 studiepunten, mag hij TEW blijven volgen en dus reeds voorafnames doen van het tweede jaar. Ook voor dit nieuwe academiejaar dient hij zich te houden aan het percentage van 50% voldoendes om zijn studie te mogen verderzetten (berekend op 60 STP).
Indien Jan voor minder dan 50% aan voldoendes (of voor meer dan 50% aan onvoldoendes) behaalde in zijn eerste jaar, dan zal hij het eerstkomende jaar uitgesloten worden aan iedere universiteit in België. Hij mag zich wel inschrijven aan een hogeschool, en kan eerder verworven credits inzetten in de nieuwe studierichting. Wel dient hij alvorens zich te kunnen inschrijven aan de hogeschool eerst nog 2 niet-bindende proeven te ondernemen waarvan het nieuwe behaalde percentage van de uiteindelijk gekozen studierichting de studievoortgang zal bepalen (berekend op 60STP).
Voorbeeld 2: Jan behaalde 20% op de faculteitstest voor handelswetenschappen en kiest ervoor om HW te gaan studeren aan de hogeschool. Hij mag nu maar op 20% van de totale studiepunten een onvoldoende behalen (=12STP). Heeft hij voor meer dan 12STP een onvoldoende, dan zal Jan het eerstkomende jaar uitgesloten worden aan iedere hogeschool én universiteit in België.
Opmerkingen: Dit systeem is uiteraard erg afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van de proef. Is deze te gemakkelijk, dan zullen teveel studenten nog steeds teveel onvoldoendes mogen behalen. Is de test te moeilijk, dan zullen teveel studenten het niet halen en ofwel naar de hogeschool moeten of een jaartje thuis zitten (en dan hopelijk niet met de vingers te draaien!). Zo’n test creëren zal ook niet echt makkelijk zijn, maar daar zijn dan specialisten voor, denk ik dan.
Het zal ook niet evident zijn om alles georganiseerd te krijgen. Het vastleggen van de data kan wel eens voor problemen zorgen, daar deze proeven dan samen zullen vallen met de herexamens in september. Hoe breng je ook zoveel studenten samen etc. Uiteraard zullen er verschillende data moeten vrijgehouden worden waarop de faculteitsproeven (meerdere keren per faculteit) georganiseerd worden.
Ik ben wel eens benieuwd naar reacties hierop. Het is misschien een beetje drastisch allemaal, er zullen altijd addertjes onder het gras liggen, maar toch denk ik dat de hoofdlijnen duidelijk en het bekijken waard zijn.
Zijn er trouwens nog andere visies?
Mvg