Exorikos zei:
Er zit wel logica in de naamgeving en je moet niet gewoon namen kunnen oplepelen.
Ja, als je Latijn kent dan zit er logica in de naamgeving. Helaas, velen hebben geen Latijn gehad en voor hen zit er dus weinig logica in de naamgeving, met uitzondering van die paar woordjes en woorddelen die iedereen die een beetje snugger is begrijpt (bi, tri, magnus).
Wat teres, parvus, latissimus, parva, saphena, gracilis, parva enz. betekent, dat moet je opzoeken tenzij je het geluk hebt dat de prof zo sociaal is om even tussen haakjes te melden wat het woordje in het Nederlands is.
Het zijn eerder vragen als: Bespreek de knie.
Dat hangt van de prof af, bij geneeskunde in Leuven kreeg je voor het vak anatomie (gehoord, het kan dat het inmiddels is gewijzigd) gewoon tekeningen, in het tweede jaar moesten ze vroeger aangeven wat bepaalde structuren van/in (help?) lijken zijn, die structuren waaraan een kaartje hing, een paar jaar geleden zijn ze overgeschakeld op plaatjes en foto's. Beiden hebben voor- en nadelen, bij lijken zit je met het probleem dat het er in het echt toch anders uitziet dan op plaatjes (juist daarom misschien wel een leuke oefening), bij plaatjes kunnen ze kleine structuurtjes vragen die bij lijken niet zichtbaar zijn.