Ik doe taal- en letterkunde aan de KUL, en ik zal het eens even bespreken.
Allereerst heeft het grootste deel van de beginners geen idee van de richting. Je kan wel brochures lezen en naar infomomenten gaan, maar de praktische kant van het verhaal is toch altijd anders. Geen verwijt, maar je moet beseffen dat wat je ook kiest, het een sprong in het duister is. Je hebt dus eigenlijk twee soorten eerstejaars: enerzijds zij die geluk hebben, en goed gekozen hebben, anderzijds zij die pech hebben en dit na 1st 2e of derde examenperiode beseffen.
Niemand of niets kan jou garanderen dat jij bij de eerste soort behoort. Ga op je buikgevoel af.
Natuurlijk kan je wel op voorhand je geschiktheid wat testen door na te denken over de vragen: was ik in het middelbaar goed in geschiedenis leren? Moest ik mijn grammatica helemaal vanbuiten leren, of lukte het voor een groot deel al gewoon vanzelf? Interesseren talen mij werkelijk? Enzoverder.
Daarbij valt op te merken dat er genoeg mensen zijn die de richting doen voor het diploma, niet zozeer om ieder detail van een taal teweten te komen. Ook zij slagen uiteindelijk. Het is een motivatie als een ander.
Algemeen gesproken kan je taal- en letterkunde opdelen in 3 subdisciplines:
Ten eerste geschiedenis/ cultuur; als je een taal volledig beheersen, moet je ook haar verleden kennen. In Leuven (ik weet niet hoe het elders is) moet je ook de geschiedenis van de Europese literatuur en cultuur kennen. Hieraan is niets moeilijk, je moet het 'gewoon' vanbuiten leren. Het is echter de hoeveelheid die het problematiseert. Om je een idee te geven: voor Europese moet je bij het eerste examen meer dan 100 auteurs bij naam kennen, hun geboorte- en sterftedatum tot op de halve eeuw nauwkeurig kunnen situeren en verder nog hun werken, stijl en soms zelfs hun levensverloop. De ene natuurlijk al wat uitgebreider dan de ander. Dit allemaal naast de rest van de leerstof, de werkelijke geschiedenis.
Ten tweede zal je de taal (taal op zich + jouw talen) wetenschapelijk benaderen. Ook weer zeer theoretisch, met toepassing.
Ten derde zoom je natuurlijk in op je talen zelf. Taalkunde (de grammatica tot op het bot uitgemergeld), vocabularium, uitspraak enzoverder.
Tenslotte nog wat algemenere zaken als filosofie, maar die vormen zelden een probleem.
De meest foute gedachte over deze richting is dat je, zoals in het middelbaar, de taal praktisch verwerft. Universitaire richtingen zijn (geen idee hoe het bij de wetenschapsrichtingen zit) doorgaans zeer theoretisch. Natuurlijk krijg wel praktijk zoals bv. Bij taallabo's, maar zulke vakken zijn zwaar in de minderheid.
Verder heb ik, in vergelijking met het middelbaar, ook het gevoel dat je veel meer zelfstudie hebt. Vroeger had je tot 16u les en als je dan thuiskwam, zat een groot deel van de leerstof al in je hoofd. Aan de universiteit is het anders: de prof (als hij al tot de betere proffen behoort) doet meestal niet meer dan de stof herformuleren. Ter illustratie: stel, het gaat over de bijendans. In het secundair onderwijs zal de leerkracht beginnen met een filmpje te laten zien. Dan ga je aan de hand van invulblaadjes zelf de kenmerken a.h.w. ontdekken. Alles wordt voorgekauwd, uitgelegd. Op het einde vraagt hij zelfs nog of iedereen het snapt, eventueel gevolgd door nog een extra uitleg.
Aan de unief is dat dus niet het geval. De prof zal de kenmerken van de bijendans opsommen, oorzaken en gevolgen, eventueel met een klein voorbeeld. Daarna gaat hij door naar een ander onderdeel.
Kortom, je gaat naar lessen om extra informatie te winnen. Het studeren van die extra informatie en de cursus is dan voor thuis.
Mijn besluit: als je voor taal- en letterkunde kiest, kies je voor een zeer theoretische richting. Theorie blokken vraagt veel tijd. Je bent dus 8u per dag bezig met talen in al de facetten. Ik persoonlijk vind de afwisseling tussen geschiedenis - algemenere dingen - taalkunde etc. wel leuk. Zo heb je toch nog het gevoel met iets totaal anders bezig te zijn.
Maar zoals gezegd: als je hart zegt dat je het wilt proberen, moet je ervoor gaan. Dit alleen al om niet heel je leven spijt te hebben dat je het niet eens probeerde.