Jozf
Active member
Het gaat niet goed in de restaurantsector (al 813 faillissementen dit jaar, het hoogste cijfer in tien jaar tijd):
Het artikel gaat over een populaire lunchzaak in Genk die door de gestegen voeding- en personeelskosten de handdoek in de ring moet gooien.
Ronny Voortmans van Horeca Vlaanderen wijst echter op nog andere problemen:
Hier mag gerust wel eens over nagedacht worden.
Een twee maanden durende zomerbar (sommige waren effectief iedere dag open) is van een totaal andere orde dan een fuif of een jaarlijks eetfestijn.
Het artikel gaat over een populaire lunchzaak in Genk die door de gestegen voeding- en personeelskosten de handdoek in de ring moet gooien.
“We hebben nochtans een topzomer gedraaid, maar we raakten maar niet uit de financiële problemen. Eerst kwam er een loonsverhoging van 11,6 procent en daarna in de zomer nog eens 3 procent erbovenop,… We hebben alles proberen te beredderen met een minimumbezetting, maar dan vallen er mensen ziek en beland je nog dieper in de problemen. Ik ben zelf ook ziek geworden van al die miserie. Ik heb al mijn spaarcenten in deze zaak gestoken. Ik heb al twee jaar geen loon meer uit de zaak gehaald.”
“Avondrestaurants kunnen zich nog een beetje redden door de prijzen te verhogen, maar we zijn een lunchrestaurant. Je kunt niet meer dan 20 euro vragen voor een croque. De mensen willen niet teveel geld uitgeven aan een lunch. We hebben bespaard op personeel, we hebben een extra openingsdag gehouden, we hebben afbetalingsplannen opgestart met de RSZ en de BTW,… Maar het is een vicieuze cirkel waar je niet meer uitgeraakt.”
Ronny Voortmans van Horeca Vlaanderen wijst echter op nog andere problemen:
"Normaal zorgt de zomer ervoor dat restaurantuitbaters de moeilijke winterperiode doorkomen. Maar in de zomer krijgen horecazaken steeds meer concurrentie van probeerhoreca. Omdat er geen vestigingswet meer is of een getuigschrift nodig is, kan iedereen een zaak opstarten. Die probeerders stoppen er na een tijdje mee, maar ondertussen komen ze in concurrentie met de gevestigde horecazaken. Pop-ups of zomerbars worden dan weer uitgebaat door verenigingen of vzw’s. Ze moeten geen belastingen betalen of hebben geen vaste personeelskosten. Zo halen ze de reserves uit de markt die horecazaken nodig hebben om te overleven.”
Hier mag gerust wel eens over nagedacht worden.
Een twee maanden durende zomerbar (sommige waren effectief iedere dag open) is van een totaal andere orde dan een fuif of een jaarlijks eetfestijn.
).
lonen hebben de prijs van een pint op café niet gevolgd.