De HRJ laat echter weten dat “de Verenigde advies- en onderzoekscommissie vandaag besloten heeft geen bijzonder onderzoek op te starten in deze zaak”. “Het arrest lokte hevige reacties uit in de samenleving”, erkent de raad, maar: “De HRJ mag zich op geen enkele wijze uitspreken over de inhoud van een rechterlijke beslissing. Dit is een basisbeginsel van de rechtsstaat.”
“Een bijzonder onderzoek richt zich op ernstige en specifieke disfuncties, en heeft als doel voorstellen en aanbevelingen te formuleren voor een optimale werking van het rechtssysteem”, klinkt het verder. “Ook de HRJ moet binnen deze rol de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht respecteren zoals voorzien in artikel 151 van de Grondwet.”
De Hoge Raad stelt dat ze “uiteraard niet blind is voor de emoties die het arrest in de samenleving heeft losgemaakt en vindt het positief dat het maatschappelijk debat wordt gevoerd. Binnen zijn opdracht om het vertrouwen van de burger in justitie te herstellen, werkt de HRJ vandaag reeds rond de verschillende thema’s die dit debat beheersen.” De Hoge Raad, die is samengesteld uit 44 leden – magistraten en niet-magistraten – zal zich “hier in de toekomst blijvend voor inzetten en zal zich daarbij ook inspireren op de elementen die uit dit debat voortkomen”. De HRJ herhaalde ook zijn oproep tot sereniteit uit respect voor de familie van Sanda Dia.