Review: Daemon X Machina: Titanic Scion

In 2019 bracht Marvelous Daemon X Machina uit op de Nintendo Switch. De game werd geproduceerd door Kenichiro Tsukuda, die hiervoor ook de Armored Core-serie had geproduceerd en het mech design werd gedaan door niemand minder dan Shōji Kawamori. De mech-actie, samen met de stijlvolle graphics, wisten de nodige interesse op te wekken, al kwam het spel door de technische restricties van de console niet volledig tot zijn recht op de Switch. Gelukkig kreeg het spel een jaar later ook een port voor pc, maar Xbox- en PlayStation-eigenaars moesten echter op hun kin kloppen. Wanneer het vervolg Daemon X Machina: Titanic Scion werd aangekondigd in 2023, werden zij gelukkig niet over het hoofd gezien, want deeltje twee verscheen naast pc en Switch 2 ook op PlayStation 5 en Xbox Series X|S. Voor deze review nam ik alvast de PS5-versie onder de loep.

Daemon X Machina: Titanic Scion speelt zich af zo'n tweehonderd jaar na het eerste spel en speelt zich af op een andere planeet waar de mensheid zich heeft gesetteld. Helaas is hier ook niet alles peis en vrede, want er woedt al jaren een hevige burgeroorlog tussen de genetisch gemodificeerde Outers van de regerende Sovereign Axiom, die leven in Garden, een ruimtestation boven de planeet, en de Reclaimers, de normale mensen die terugvechten. Ondertussen is er ook steeds de dreiging van de Immortals, gemuteerde wezens die rondlopen op deze planeet. Het verhaal gaat van start wanneer jij als een Outer samen met een vriend ontsnapt uit de Garden en crasht op de planeet, waar je geholpen wordt door twee mensen die deel uitmaken van de Reclaimers.

DaemonXMachinaTitanicScion_Screenshot_Battle_01.png

Vechten in stijl​

Het verhaal van Daemon x Machina: Titanic Scion schotelt je een vrij standaard ervaring voor waarbij de strijd tussen de Reclaimers en de Axiom Sovereign centraal staat, waarbij die laatste vooral gerepresenteerd wordt door de Neun, negen elitekrijgers die een bepaalde band hebben met jouw personage. Het verhaal is leuk om te volgen en voltooi je in een vijftiental uurtjes, maar zoals verwacht dient het vooral als omkadering voor de flitsende actie die het spel je voorschotelt. De kern van de game is dan ook de gameplay en dan vooral vechten en het aanpassen van je Arsenal. In tegenstelling tot de vorige game, zijn de Arsenals in dit tweede deel minder klassieke mechs en eerder gesofisticeerde exosuits die je waarschijnlijk zullen doen denken aan BioWare's Anthem. De Arsenals zijn wel nog steeds opgebouwd uit een helm, een harnas, beenbeschermers en twee armbeschermers, die je allen individueel kan aanpassen. Bij het aanpassen dien je rekening te houden met verschillende statistieken zoals de beschermingsgraad, het gewicht en de Femto-capaciteit. Dit laatste is een soort van brandstof die je nodig hebt om te bewegen en bijvoorbeeld sneller zal verbranden wanneer je vliegt dan wanneer je wandelt. Daarnaast heb je ook een heel arsenaal aan wapens waaruit je kan kiezen, van verschillende vuurwapens tot allerhande mêlee-wapens zoals zwaarden, speren en bijlen.

Het spel geeft je redelijk wat ruimte om te experimenteren met de build van je personage en je Arsenal.


Zoals verwacht, krijg je uiteraard ook een uitgebreide character creator om je eigen personage te ontwerpen, maar de aanpassingen van je personage gaan deze keer een stukje verder. Tijdens het spel zal je namelijk Gene Factors vrijspelen, die je verwerft door Immortals te verslaan. In het lab kan je jezelf fusioneren met deze Gene Factors via de Fusion-mechanic, wat je nieuwe skills zal geven, maar ook je uiterlijk zal muteren. Je kan op deze manier nieuwe krachtige eigenschappen verwerven, maar wel steeds ten koste van een stukje van je menselijkheid. Het uitrusten van je Arsenal, Gene Factors fusioneren, items aankopen en missies aannemen doe je net zoals in het vorige deel in je hangar, wat de centrale hub vormt in het spel. Deze hangar zal je kunnen uitbreiden met nieuwe faciliteiten en zo speel je gradueel nieuwe mogelijkheden vrij. Het spel geeft je redelijk wat ruimte om te experimenteren met de build van je personage en je Arsenal, waarbij je uiteraard ook heel wat cosmetische opties krijgt. Het mag dan geen pure mech game meer zijn, maar veel van de elementen die je terugvindt in dit soort games, zijn hier ook gewoon aanwezig. We krijgen gewoon een iets meer behendig en minder robotachtig uiterlijk aangemeten.


Mist wat finesse​

Eens je klaar bent om de wereld in te trekken, staat er je een redelijk grote open wereld te wachten. Naast de hoofdmissies, mag je je verwachten aan heel wat zijmissies, maar in de wereld kan je ook heel wat andere activiteiten ontdekken. Denk bijvoorbeeld aan world bosses - en zoals te verwachten zijn de vele baasgevechten de hoogtepunten van het spel -, dungeons, andere locaties om te verkennen en zelfs een arena, het Coliseum, waar je kan deelnemen aan ranked battles. Er valt dus redelijk wat te ontdekken, waardoor het een welkome aanvulling is op het relatief korte verhaal. Het is enkel spijtig dat de wereld vrij inspiratieloos en visueel vrij saai is. Je hebt wel verschillende biomes, maar rotsen en vervallen gebouwen domineren. Binnenlocaties zijn dan weer voornamelijk steriel en industrieel. Wat wel fijn is, is dat je deze wereld met z'n tweeën kan verkennen gezien het spel een coöperatieve modus heeft. Speel je alleen, dan zal een NPC je vaak vergezellen. Deze NPC's doen hun ding, maar zijn niet zo waardevol als een tweede speler.

Wat ook een klein beetje een domper op de feestvreugde vormt, is dat de graphics gedateerd aanvoelen. Dit merk je bijvoorbeeld aan de textures van de omgevingen, maar ook de teleurstellende animaties tijdens de cutscenes. Het design van veel van de personages is wel fantastisch, en het is daarom spijtig dat de kwaliteit van de animaties zo laag is. Zoals te verwachten, was het ontwerp van de Arsenals ook fantastisch en zijn de meeste bazen ook vaak indrukwekkend. Gewone vijanden zijn helaas niet altijd even interessant. Ook op vlak van de performance is er duidelijk ruimte voor verbetering merkbaar. Zo heeft het spel toch wel wat last van texture pop-up, zijn er af en toe wat framedrops merkbaar en zijn sommige laadtijden net iets te veel van het goede, zeker wanneer je je basis verlaat. Gelukkig kan je op PlayStation 5 wel rekenen op een framerate van zestig frames per seconde, terwijl je het op de Nintendo Switch 2 blijkbaar moet doen met dertig frames per seconde. Gezien de snelle en hectische actie, zijn die extra frames toch geen overbodige luxe.

Conclusie

Met Daemon X Machina: Titanic Scion geven de makers een nieuwe draai aan de formule van het origineel uit 2019 en schotelen ze ons een actievol openwereldavontuur voor waarin we in het heetst van de strijd terechtkomen tussen twee facties met elk hun eigen agenda voor de gevaarlijke planeet waarop de actie zich afspeelt. Met enorm veel aanpassingsmogelijkheden, indrukwekkende bazen en heel wat activiteiten om te ontdekken, neemt de gameplay alvast het voortouw ten opzichte van het verhaal. De graphics voelen helaas wat gedateerd aan en ook aan de performance is er nog wat werk aan de winkel.

Pro

  • Aanpassingsmogelijkheden voor je Arsenal
  • Snelle en hectische combat
  • Cool personagedesign

Con

  • Oninteressante open wereld
  • Matig verhaal
  • Hinkt grafisch wat achterop
7

Over

Beschikbaar vanaf

5 september 2025

Gespeeld op

  1. PlayStation 5

Beschikbaar op

  1. Nintendo Switch 2
  2. PC
  3. PlayStation 5
  4. Xbox Series X|S

Genre

  1. Action

Ontwikkelaar

  1. Marvelous First Studio

Uitgever

  1. Marvelous Europe
 
Terug
Bovenaan