Review: Greedfall: The Dying World

Greedfall was een game die vrij succesvol een jeukend plekje wist te krabben voor gamers die met weemoed terugdenken aan de goede oude tijd. Je weet wel, de tijd van ouderwetse BioWare RPG’s waar verhaalvertelling, lore en rudimentaire actie hand in hand gingen. De game liep weliswaar tegen wat budgettaire barrières aan, maar wist dat met degelijk schrijfwerk en een charmante setting aardig te omzeilen. De game deed het aardig genoeg om een sequel te verantwoorden, wat ervoor zorgt dat we nu ... een verdomde prequel krijgen. Een game dus die zich afspeelt voor de gebeurtenissen van het origineel en zo mogelijk nog een stuk ouderwetser en beperkter aanvoelt.

Dit Greedfall: The Dying World is dus geen opvolger. Laat ons dat maar even extra hard benadrukken. Het richt de blik op elk vlak duidelijk naar het verleden. Niet enkel door je niet langer te laten spelen als een Europese kolonisator in een nieuwe wereld, maar als een wandelend cliché dat een inboorling van het eiland Teer Fradee moet voorstellen. Denk aan veren, afgoden en andere inheemse stereotypen en je bent er. Niet enkel dat aspect van de game is echter gedateerd, het voelt op elk vlak namelijk als een ouderwetse RPG van rond de eeuwwisseling. Herinner je je die oldschool RPG’s nog met gepauzeerde turn-based combat? Als je heimwee hebt naar die tactische tijden, dan ga je met dit Greedfall goed uit de voeten kunnen. Als je echter de aandachtsboog van een Amerikaanse president met een eigen socialemediaplatform hebt, hou je dan maar vast.

greed.jpg

Toondoof

Op zich waardeer ik het creatieve lef van ontwikkelaar Spiders om iets anders te proberen met hun reeks, alleen voelt het voor mij geforceerd aan. Greedfall kreeg kritiek omdat het een geromantiseerd beeld van kolonisatie optrok, dus gaan we de prequel opzetten als een soort allegorie voor de slavernij waar inheemse volkeren toe gedwongen werden, moeten ze ongetwijfeld gedacht hebben. Dat had kunnen werken. Als het niet gebracht werd met een gebrek aan subtiele finesse die totaal achterhaald is. Gekoppeld met de gedateerde gameplay levert het een game op die al bij het begin een verouderde indruk maakt.

Dat alles zou nog enigszins vergeeflijk zijn, als de verhaalvertelling erin zou slagen zijn haakjes in je te zetten. Ook op dat vlak heeft Greedfall: The Dying World echter nauwelijks succes. Je begint je queeste op Teer Fradee, waar je hoofdpersonage Vriden Gerr druk bezig is met een rituele beproeving om een wijze te worden. De hoofdtaak van zo’n wijze is de stam helpen met zaken die als een bedreiging gezien kunnen worden. Een geheimzinnige ziekte bijvoorbeeld. Is iedereen nog wakker? Dit is een game waarin de inboorlingen te maken hebben met kolonisatie, dus wie anders dan de kolonisten kunnen er verantwoordelijk zijn voor ziektes en andere calamiteiten? Toen de game na een tergend lang aanslepende proloog naar voorspelbare antwoorden strompelde, was ik eigenlijk klaar met de game. Het is lang geleden dat een game zo ontzettend sloom uit de startblokken schoot en niets boeiends qua substantie bood om me aan op te trekken.

greed 3.jpg

Strompelen richting een betere wereld

Na de proloog probeert The Dying World gelukkig iets van een tempo te vinden. Want uiteraard word je gevangengenomen door de kolonisten en op een boot meegebracht naar het vasteland, en uiteraard weet je te ontsnappen. Uiteindelijk duurt het een uur of acht voor je in de spelwereld wordt losgelaten en het spel van main quests en zijopdrachten en het uitbouwen van je party kan beginnen. Acht uur, voor iets dat Bethesda twintig jaar geleden op een half uurtje afhandelde. Zeggen dat dit Greedfall nogal wat probleempjes heeft met pacing is een understatement.

Greedfall: The Dying World voelt op elk vlak als een reliek uit het verleden.


Maar hé, hoera … we zijn vrij en de wereld is onze oester, toch? Ja, vergeet het maar. Je wordt nagenoeg meteen weer gevangen en je vraagt je luidop af of de makers met je voeten aan het spelen zijn, of gewoon erg hard duidelijk proberen te maken dat het echt niet plezant is te leven als inboorling in een wereld gedomineerd door kolonisten. Het plot moet duidelijk plotten, alleen duurt het godnondeju even lang als de volledige Lord of the Rings-trilogie voor de game je eindelijk de teugels in handen geeft. En dan nog boeit het voor geen meter. Dat komt door het schrijfwerk dat gewoon zo ontzettend onsubtiel is, dat het haast lachwekkend begint te worden. De leden van je party boeien voor geen meter, en niks van wat je uitspookt in die wereld komt ook maar in de buurt van iets cools. Je bent gewoon iemand die klusjes opknapt voor anderen met macht, in de hoop dat ze je genoeg gaan appreciëren om je te helpen met het redden van je stamgenoten. Op zich kun je opperen dat er een zeker realisme in dat idee zit, maar in een game waar personages geschreven zijn als cartoonfiguren slaat het als een tang op een varken. Het voelt alsof de makers bewust voor een thema gekozen hebben waar ze zelf schrik van hadden om er fun mee te hebben. Dat kolonisatie slecht was en een tol had op de lokale bevolking wist ik heus al voor ik het spel opstartte, jullie hoeven het er echt niet constant in te hameren, Spiders. De game weet simpelweg nooit de juiste toon te vinden. Het vertelt een ernstig gegeven, maar doet het met zo’n doorgedreven absurde sérieux dat het gewoon lachwekkend overkomt.

greed 2.jpg

Turn-based verveling​

De eigenlijke gameplay, je weet wel, dat turn-based tactische dat we in de vroege Dragon Age-games zagen, is uiteindelijk nog het minste probleem van de game. En ook dat is tergend saai. Mijn personage had drie abilities die projectielschade aanrichten en vijandige mannetjes op hun gat kon dwingen, en veel meer dan dat had het ook allemaal niet om het lijf. Het is een kwestie van zetten doen en tegenzetten krijgen in een cascade van gevechten die stuk voor stuk op elkaar leken en nauwelijks iets hadden wat op tactische diepgang of variatie leek. Het is beschamend oppervlakkig en repetitief, maar de absolute doodsteek is hoe verdomd stupide de leden van je party zich gedragen. De moeilijkheid bij deze game zit hem niet in je eigen acties, maar in het in leven houden van je party. Hen aansturen is al een knullig gegeven met je controller, maar als ze nog eens elke voorzichtigheid in de wind gaan slaan en als een kip zonder kop rond beginnen te rennen, loopt het al snel faliekant af. Gooi nog wat bugs in de mengelmoes zoals een camera die vast komt te zitten of personages die gewoon weigeren te bewegen, en je krijgt gewoon een shitshow. Dit ding is anderhalf jaar in early access geweest en dan nog hebben ze het lef om de game zo buggy als dit als finaal product op de markt te brengen? Woef.

Conclusie

Ik geloof best dat er ergens in GreedFall: The Dying World een degelijke ouderwetse RPG zit verstopt, maar het zit zo ontzettend hard bedolven onder een modderstroom aan slechte verhaalvertelling, bugs en ronduit vervelende gameplay, dat ik het niet kon ontdekken. Dit is dan ook geen sequel op het vrij succesvolle Greedfall, maar een prequel die op alle stappen voelt als een paar stappen terug in de tijd.

Pro

  • Het thema is op zich boeiend
  • Probeert iets anders en oldschool

Con

  • Het gevoelige thema wordt lachwekkend onsubtiel uitgewerkt
  • De gevechten zijn repetitief, buggy en saai
  • De hele game doet er eeuwen over om op gang te komen
  • Vergeet dat een game ook amusant mag zijn
4

Over

Beschikbaar vanaf

13 maart 2026

Gespeeld op

  1. PlayStation 5

Beschikbaar op

  1. PC
  2. PlayStation 5
  3. Xbox Series X|S

Genre

  1. RPG

Ontwikkelaar

  1. Spiders

Uitgever

  1. Nacon
 
Terug
Bovenaan