Die Welt von Gestern - Stefan Zweig
Zweig blikt in deze memoire nostalgisch terug op zijn leven in Wenen van voor de eerste wereldoorlog, toen er nog plaats was voor een näiever schrijverschap in Europa. Hij schreef dit werk in "Exil" nadat hij zelf als joodse auteur op de vlucht was geslagen voor het regime van Hitler.
Het hele boek baadt in een Lewisiaans "It Can't Happen Here"-sfeertje en leest weg als een thriller. In elke zin voel je aan dat dit Zweigs manier was om zijn verdriet over het verlies van zijn land, zijn cultuur, zijn nationaliteit te verwerken. De oprechtheid die van iedere pagina spat is pijnlijk mooi, maar wat deze roman vooral onvergetelijk maakt is het gevoel voor humor die zelfs de gruwels van de tweede wereldoorlog niet klein konden krijgen in Zweig. Ik zal niet snel vergeten hoe hij vanuit zijn woning in Salzburg letterlijk de berg kon zien waarop Hitlers huis stond, en hoe hij zich daags voor de première van een opera van Strauss - waarvoor hij de tekst had geleverd - zich vrolijk maakte over hoe Hitler zichzelf moet hebben zitten opvreten in zijn fauteuil omdat hij wel naar een opvoering van zijn hofcomponist moest gaan, maar niet had kunnen voorkomen dat de naam van een auteur die hij zelf op de boekverbranding had gegooid op het programmablad zou prijken.
Kort na het schrijven van dit boek pleegde Zweig zelfmoord. Als dit een ode van Zweig aan zijn Europa was, dan hoop ik dat Europa ook Zweig nooit vergeet, want dit is een uniek boek in een best wel verzadigd genre, geschreven door niet alleen een fantastische auteur maar daarboven ook vooral een wondermooie mens.