NeoGeo
Legacy Member
Ik kan in geen enkele God geloven, het is me iets te absurd en veel te vaag. Liever geloof ik in het determinisme, daar kan men tenminste over discussiëren omdat het een wetenschappelijke theorie betreft.
Het idee dat alles wat in het verleden gebeurde niet anders kon gebeuren stelt me in staat om emoties als spijt, schuld e.d. te kunnen relativeren. Je zou het een kille houding kunnen vinden maar dat is het niet!
Ik geniet namelijk enorm van mijn menselijkheid en van mijn irrationaliteit doordat ik heel de wereld (tot en met mijn eigen lijden) zo heerlijk relativeren kan. Ik kan werkelijk alles heerlijk naast me liggen en me wentelen in een volledig amorele kijk op alles wat er gebeurt. Lukt het me toch niet om mijn verdriet weg te denken, dan tracht ik er zoveel mogelijk van te genieten. Dat heerlijk gevoel om niets dan verdriet te voelen, om al huilend in je bed te liggen, is als een drug. Alle andere zorgen smelten weg en net wanneer je helemaal in je verdriet bent opgegaan barst je in lachen uit en bedankt je je chemische samenstelling voor deze uitstap, weg van de alledaagse bekommernissen.
Het vooruitzicht van mijn dood, dat heerlijke moment waarop alle zorgen weg zijn, geeft me ook kracht. Wereldoorlogen, atoombommen, ... wat er ook gebeurt, op een bepaald moment is het toch gedaan.
En wanneer ik kinderen krijg en er onvoorwaardelijk van houden zal, dan zal deze heerlijke visie verdwijnen als sneeuw voor de zon. Dan word ik een mens die zal strijden voor het goede, die zijn eigen dood niet meer als het eindpunt van alles ziet. De oorzaak? Die heerlijke chemische samenstelling in mijn brein, de apathie maakt plaats voor liefde, de zorgeloosheid wordt angst en de toekomst wordt belangrijker dan ooit. Mocht dit niet zo zijn, mocht de evolutie hier niet voor hebben gezorgd, dan zou de menselijkheid geen lang leven beschoren zijn.
Ethiek is pas nuttig in een sociale context, dan begint de angst voor de ander... en de liefde. Geloof echter, in wat dan ook, is het mooist als het individueel is. Een persoonlijke God verenigt geen mensen om ten oorlog te trekken
Het idee dat alles wat in het verleden gebeurde niet anders kon gebeuren stelt me in staat om emoties als spijt, schuld e.d. te kunnen relativeren. Je zou het een kille houding kunnen vinden maar dat is het niet!
Ik geniet namelijk enorm van mijn menselijkheid en van mijn irrationaliteit doordat ik heel de wereld (tot en met mijn eigen lijden) zo heerlijk relativeren kan. Ik kan werkelijk alles heerlijk naast me liggen en me wentelen in een volledig amorele kijk op alles wat er gebeurt. Lukt het me toch niet om mijn verdriet weg te denken, dan tracht ik er zoveel mogelijk van te genieten. Dat heerlijk gevoel om niets dan verdriet te voelen, om al huilend in je bed te liggen, is als een drug. Alle andere zorgen smelten weg en net wanneer je helemaal in je verdriet bent opgegaan barst je in lachen uit en bedankt je je chemische samenstelling voor deze uitstap, weg van de alledaagse bekommernissen.
Het vooruitzicht van mijn dood, dat heerlijke moment waarop alle zorgen weg zijn, geeft me ook kracht. Wereldoorlogen, atoombommen, ... wat er ook gebeurt, op een bepaald moment is het toch gedaan.
En wanneer ik kinderen krijg en er onvoorwaardelijk van houden zal, dan zal deze heerlijke visie verdwijnen als sneeuw voor de zon. Dan word ik een mens die zal strijden voor het goede, die zijn eigen dood niet meer als het eindpunt van alles ziet. De oorzaak? Die heerlijke chemische samenstelling in mijn brein, de apathie maakt plaats voor liefde, de zorgeloosheid wordt angst en de toekomst wordt belangrijker dan ooit. Mocht dit niet zo zijn, mocht de evolutie hier niet voor hebben gezorgd, dan zou de menselijkheid geen lang leven beschoren zijn.
Ethiek is pas nuttig in een sociale context, dan begint de angst voor de ander... en de liefde. Geloof echter, in wat dan ook, is het mooist als het individueel is. Een persoonlijke God verenigt geen mensen om ten oorlog te trekken

Je impliceert hier zelf mee dat geloof, gemiddeld genomen meer iets is voor 'zwakkeren'.
(waar niet veel meer van overblijft 