Op
Google is enkel sprake van wanbetalers met meer dan 50 euro
Wanbetalers Telecom: de cijfers
Steeds meer Belgen kunnen hun facturen voor telefoon-, internet- en andere telecomdiensten niet betalen. In 2007 kwamen ruim 201.000 wanbetalers terecht op de gezamenlijke zwarte lijst van de Belgische telecomoperatoren, schrijft De Tijd.
Dat is 29 procent meer dan in 2006. Dat jaar kwamen 144.000 klanten op de zwarte lijst. Hun aantal blijft stijgen, met in 2008 al meer dan 94.000 nieuwe wanbetalers. Dat blijkt uit statistieken van Preventel, de vereniging die de zwarte lijst beheert.
Preventel heeft de cijfers nog niet eerder bekendgemaakt. Het deed dat gisteren uitzonderlijk tijdens een debat over zwarte lijsten in de Kamer. Preventel is opgericht in 1998 en groepeert onder andere Belgacom, Mobistar, BASE en Telenet. Op de lijst staan de namen van wanbetalers met vervallen facturen voor meer dan 50 euro. Wanneer ze hun schuld vereffenen, worden ze van de lijst geschrapt.
Bron: (belga/sps)
Op
http://www.privacycommission.be/nl/static/pdf/annual-reports/jaarverslag-2008.pdf vind je klacnten over schending van de privacy en de onwettelijk ervan
7.8 Zwarte lijsten en privacy
De problematiek van de zogenaamde zwarte lijsten blijft
actueel. In 2008 bracht de Commissie in dit verband reeds
haar negende advies uit.
Advies nr. 34/2008 van 24 september 2008:
• wetsontwerp omkadering zwarte lijsten;
• nuancering eerder geformuleerd standpunt;
• volledige onafhankelijkheid.
Op 24 september 2008 verleende de Commissie advies nr.
34/2008 over een wetsvoorstel met als doel de omkadering
van zwarte lijsten. Het was niet de eerste keer dat de Commissie
in deze problematiek een standpunt innam: het advies
verwijst naar acht eerdere adviezen die tussen 1998 en 2007 in
deze context werden uitgebracht. Het standpunt van de Commissie
is de laatste jaren constant gebleven.
De Commissie herinnerde eraan dat:
• (externe) zwarte lijsten principieel verboden inmengingen
in de persoonlijke levenssfeer zijn, tenzij in wettelijk
bepaalde gevallen (artikel 8 EVRM);
• enkel de wetgever op basis van artikel 22 Grondwet de
bevoegdheid heeft om een algemeen systeem in te voeren
voor de verzameling, verwerking en doorgifte van
persoonsgegevens op grote schaal voor verscheidene doeleinden,
met deelname van een groot aantal publieke of
private organen. De Commissie roept derhalve op tot een
wettelijke omkadering van bestaande, niet-gereglementeerde
zwarte lijsten zoals die van Datassur en Preventel;
• de essentiële elementen van zwarte lijsten in een wet
moeten worden bepaald. Het gaat vooral om de fi naliteitsomschrijving,
de registratievoorwaarden, de situaties en
voorwaarden voor de verantwoordelijke om zich geldig te
beroepen op de legitimiteitsgrond onder artikel 5, f ) Privacywet,
de aard van de gegevens, de bewaringstermijn,
de verspreiding van en de toegang tot de gegevens;
• de doelstellingen van zwarte lijsten duidelijk moeten worden
geformuleerd. De doelstellingen "fraudebestrijding"
en "beschermen van de veiligheid" zijn onvoldoende duidelijk.
Verder werden enkele nuances aangebracht aan het eerder
geformuleerde standpunt. Deze nuances zijn onder meer dat
de Commissie voorstander is van:
• het streven naar maximale consistentie met de gereglementeerde
zwarte lijsten voor het consumentenkrediet
(op basis van de Wet van 10 augustus 2001 betreffende de Centrale
voor Kredieten aan Particulieren), waarbij de nieuwe wet
niet van toepassing kan zijn op bestaande zwarte lijsten
die onder deze reglementering vallen;
• een meldingsplicht voor zwarte lijsten om discriminatie
tegen te gaan; een dergelijke plicht bestaat reeds in de sector
van het consumentenkrediet;
• een systeem van unieke machtigingen en conformiteitsverklaringen
met wettelijke basis, zoals in Frankrijk
gebruikelijk is;
• de invoering van een wederkerigheidsgarantie voor uitwisseling
van persoongegevens met andere landen binnen de
EU die veel verder gaande regimes erkennen, zoals multisectorale
zwarte lijsten of sectorale "zero tolerance"–lijsten;
• een uitvoeringsbevoegdheid voor de koning.
Volledige onafhankelijkheid van de Commissie in deze materie
(artikel 28 Richtlijn 95/46/EG) is ook vereist ten opzichte
van externe standpunten die over zwarte lijsten worden
ingenomen. De Commissie nam akte van het door de vertegenwoordigers
van verbruikersorganisaties aangevoerde argument dat de Ombudsman van de Verzekeringen volledig
afhangt van de verzekeringsondernemingen en dus niet paritair
wordt beheerd, zoals voor bankdiensten wel het geval is.
Dit betekent dat de ombudsman als orgaan niet beantwoordt
aan de vereiste van volledige onafhankelijkheid volgens artikel
28 van Richtlijn 95/46/EG. Omdat de Commissie volgens
de procedure van het wetsvoorstel dient te wachten op het
externe advies van de Raad voor het Verbruik, bepaalde zij
wel dat zij zich niet gebonden kan achten door dit externe
advies.
En lees op
Zoekresultaat - Test-Aankoop maar eens waar alles over preventel in vraag gesteld wordt.