Volg de onderstaande video om te zien hoe je onze site als web-app op je startscherm installeert.
Opmerking: Deze functie is mogelijk niet beschikbaar in sommige browsers.
JPV zei:geef eens ondernemingsnummer/naam via pm?
troje zei:JPV, je inbox zit vol want ik krijg volgend bericht:
"JPV heeft zijn/haar limiet voor opgeslagen privéberichten overschreden en kan pas berichten ontvangen nadat ruimte is vrijgemaakt."
Dragonix zei:JPV, je had gelijk!
Eindejaarspremie is ontvangenalthans, de loonbrief ervan. Straks eens checken of het al op mijn rekening staat.
.gekregen. Behalve indien er een bedrijfsCAO zou zijn (die ik onmogelijk kan zien, kan je wel opvragen via de sociale inspectie), is er geen bepaling die stelt dat er 5 jaar ancienniteit moet zijn, dat is dus zever.JPV zei:geef eens ondernemingsnummer/naam via pm?
JPV zei:Ik heb altijd gelijk.

kan ik met een gerust hart gaan slapen rep.nr ARBEIDSHOF TE BRUSSEL
OPENBARE TERECHTZITTING VAN VEERTIEN OKTOBER TWEEDUIZEND EN ACHT.
...
RELEVANTE FEITEN EN RECHTSPLEGING
De heer V. trad op 16-10-2003 in dienst van de NV Société des Centres Commerciaux de Belgique (hierna genoemd de vennootschap) volgens een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur, ondertekend op 10-9-2003. . Hij was verantwoordelijk voor het beheer van huur- en verhuurcontracten van onroerende goederen.
Zijn functie werd beschreven in een bijlage aan de arbeidsovereenkomst.
Op 16-10-2003 werd hem een dienstnota met door hem te vervullen taken en objectieven overgemaakt. Het gaat echter niet om cijfermatige doelstellingen doch eerder om taken die hij in het raam van zijn functie moet uitvoeren zoals het dagelijks opvolgen van de briefwisseling, het deelnemen aan beheersvergaderingen en het opstellen van verslagen, het opvolgen van de omzetcijfers etc.
Met een aangetekende brief van 21-10-2005 zegde de heer V. de arbeidsovereenkomst op met een opzegtermijn van twee maanden.
Bij het verstrijken van de opzegtermijn op 31-12-2005 nam de arbeidsovereenkomst een einde.
Met een aangetekende brief van 24-1-2006 maakte de heer V. via zijn vakverenigiging aanspraak op de betaling van de eindejaarspremie voor 2005 en de bonus voor dezelfde periode en verzocht hij om de afgifte van de sociale documenten.
De vennootschap maakte de sociale documenten over, doch meende dat de heer V. geen recht had op de gevorderde premies.
Met dagvaarding van 9-4-2006 spande de heer V. een geding aan voor de arbeidsrechtbank. Hij vorderde de veroordeling van de vennootschap tot betaling van volgende bedragen:
-3.672 euro als eindejaarspremie voor het jaar 2005 en het vakantiegeld erop t.b.v. 563,28 euro
-3.500 euro als bonus voor het jaar 2005 en het vakantiegeld daarop t.b.v. 536,90 euro
de wettelijke en gerechtelijke intresten op die bedragen.
Met het bestreden vonnis wees de arbeidsrechtbank zijn vordering als ongegrond af. Zij meende dat niet voldaan was aan de voorwaarden gesteld in de toepasselijke Collectieve Arbeidsovereenkomst om de eindejaarspremie te kunnen genieten en dat het recht op een bonus niet bewezen was.
VORDERINGEN IN HOGER BEROEP
De heer V. kan zich niet neerleggen bij de uitspraak van de arbeidsrechtbank en verzoekt het hof deze te hervormen en zijn oorspronkelijke vordering toe te kennen met veroordeling van de vennootschap tot de kosten van het geding.
De vennootschap verzoekt het hof het bestreden vonnis te bevestigen en het hoger beroep als ongegrond af te wijzen met veroordeling van de heer V. tot de kosten van beide gedingen.
In ondergeschikte orde,
Indien het hof van mening zou zijn dat de heer V. recht heeft op een bonus van 3.500 euro en het vakantiegeld erop en dat de voorwaarden tot toekenning van de eindejaarspremie vervuld zijn, voor recht te zeggen dat bonus en eindejaarspremie niet gecumuleerd kunnen worden en bijgevolg de vordering met betrekking tot de eindejaarspremie af te wijzen.
BEOORDELING
1.Ontvankelijkheid
Nu geen betekeningsakte wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep, dat regelmatig is naar vorm, binnen de wettelijke termijn werd ingesteld. Aan de andere ontvankelijkheidsvereisten is eveneens voldaan. Het is derhalve ontvankelijk.
2.Ten Gronde
De eindejaarspremie
Er bestaat een betwisting tussen partijen met betrekking tot de interpretatie van de CAO van29-5-1989, afgesloten binnen paritair comité nr. 218 met betrekking tot de toekenning van de eindejaarspremie (algemeen verbindend verklaard bij Koninklijk Besluit van 10-11-2001 en verschenen in het Belgisch Staatsblad van 14-2-2002).
Volgens de heer V. houdt deze in dat hij aanspraak kan maken op een volledige eindejaarspremie nu hij op het ogenblik van de betaling van de premie, in december, nog in dienst was en hij bovendien voldeed aan de anciënniteitsvoorwaarden.
Volgens de vennootschap zou hij, nu hij zelf ontslag heeft gegeven, enkel aanspraak kunnen maken op die premie indien hij een anciënniteit had van ten minste 5 jaar, hetgeen niet het geval is.
De betwiste bepaling luidt:
"de te vervullen voorwaarden zijn de volgende:
-verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst voor bedienden, op het ogenblik van de betaling van de premie, behalve voor de hiernavermelde gevallen;
-een anciënniteit hebben van tenminste zes maanden op het ogenblik van de betaling van de premie;
-in de onderneming in dienst zijn getreden ten laatste de eerste dag van het beschouwde werkjaar, voor de bedienden die in de onderneming in dienst zijn getreden na de eerste dag van het beschouwde werkjaar en die een effectieve aanwezigheid hebben van te minste zes maanden, verhoudt de premie zich tot het aantal maanden effectieve prestatie.
Het bedrag van de premie mag worden herleid a rato van de afwezigheden in de loop van het jaar, die niet voortspruiten uit de toepassing van de wettelijke en, reglementaire en conventionele bepalingen inzake jaarlijkse vakantie, wettelijke feestdagen, kort verzuim, beroepsziekte, arbeidsongeval en bevallingsrust en van 60 dagen ziekte of ongeval.
Behoudens andere bepalingen overeengekomen op ondernemingsvlak, wordt deze premie uiterlijk betaald hetzij bij het indienen van de maatschappelijke rekening, hetzij op het einde van het burgerlijk jaar, dit wil zeggen in de maand december.
Hebben recht op de premie berekend naar rato van de prestaties van het lopende werkjaar, wanneer zij de onderneming verlaten voor de datum van betaling van de premie en voor zover zij een anciënniteit hebben van zes maanden op het ogenblik van hun vertrek:
a) de bedienden de, behalve om dwingende reden, door de werkgever in de loop van het jaar werden ontslagen;
b) de gepensioneerden;
c) de bruggepensioneerden in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst 17 tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 19 december 1974, algemeen verbinden verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975 (Belgisch Staatsblad van 31 januari 1975), aangevuld bij de collectieve arbeidsovereenkomst 17bis gesloten op 29 januari 1976 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 mei 1976 (Belgisch Staatsblad van 3 juni 1976); verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 mei 1976;
d) de gerechtigden van een brugpensioen in toepassing van het koninklijk besluit nr. 95 van 28 september 1982 betreffende het brugpensioen voor werknemers (Belgisch Staatsblad van 29 september 1985).
Hebben recht op een premie naar rato van de prestaties van het lopende werkjaar, de bedienden die in de loop van het jaar zelf ontslag hebben genomen en voor zover zij een anciënniteit in het bedrijf van tenminste 5 jaar kunnen bewijzen.
Voornoemde bepalingen zijn niet van toepassing op:
-de ondernemingen welke in de loop van het jaar een evenwaardig voordeel toekennen, welke ook haar benaming weze, hetzij onder de vorm van een conventionele premie, hetzij ten titel van gift;
-de ondernemingen welke op hun niveau bij overeenkomst de lonen en de andere arbeidsvoorwaarden van hun bedienden regelen, voor zover de in deze overeenkomst toegekende voordelen samengenomen ten minste gelijk zijn aan de voordelen voorzien door deze collectieve arbeidsovereenkomst.
De eindejaarspremie zal eveneens naar rato worden uitbetaald aan de bedienden die werden aangeworven binnen het kader van een contract voor bepaalde duur van minstens zes maand en die de onderneming verlaten voor de betaling van de premie.
Het recht op de premie berekend naar rato van de prestatie van het lopende werkjaar wordt per volledig gepresteerde kalendermaand toegekend (ingevoegd bij CAO 25.04.2001).
Het hof stelt vast dat de heer V. voldoet aan de drie algemene voorwaarden om aanspraak te maken op een premie gelijk aan het maandloon.
Er dient derhalve nagegaan te worden of hij valt onder de uitzonderingen op de eerste voorwaarde.
Na de algemene voorwaarden volgen de gevallen van werknemers die recht hebben op een premie berekend a rato van de prestaties van het lopend werkjaar ,wanneer zij de onderneming hebben verlaten voor de datum van betaling van de premie. (werknemers die ontslagen werden, bruggepensioneerden, gepensioneerden...)
Deze bepaling kan niet van toepassing zijn op de heer V. . Hij was immers nog in dienst op het ogenblik van betaling van de premie en bovendien hoort hij niet tot de daarin opgenomen categorieën.
Daarna volgt een tweede geval waarin het recht op een premie a rato van prestaties van het lopende werkjaar wordt bevestigd. Het betreft de bedienden die in de loop van het jaar zelf ontslag hebben genomen en een anciënniteit hebben van meer dan 5 jaar.
Volgens de vennootschap geldt die bepaling voor de heer V..
Het hof is het niet eens met de door de vennootschap aan die bepaling gegeven interpretatie.
De bewoordingen a rato van de prestaties, betekenen in verhouding tot de effectieve prestaties, in tegenstelling tot het geval waarin prestaties gedurende het gehele jaar worden geleverd en men recht heeft op een volledige premie, gelijk aan het maandloon.
Het betreft een uitzondering op de eerste algemene voorwaarde nl. in dienst zijn op het ogenblik van betaling van de premie.
Het hof deelt de zienswijze van de heer V. dat hij voldoet aan de algemene voorwaarden en derhalve aanspraak kan maken op een volledige 13de maand.