M°°nblade zei:
Uw link legt juist uit dat de gedachte van menselijke 'rassen' wetenschappelijk niet aanvaard is.
De link geeft eerder aan dat er geen unanimiteit is over die vraag, en dat vele wetenschappers het toch nog een nuttig concept vinden. Toch op het moment dat ik de pagina bekeek, Wikipedia is nu eenmaal vrij onstabiel, en die specifieke pagina is zeer vaak bijgewerkt.
http://en.wikipedia.org/w/index.php?title=Race&action=history
Het is zelden dat bepaalde karakteristieken eigen zijn in een bepaalde groep, en dan hebben we het nog niet over ras en sub-ras. Op basis van 1 gen verschil kunt gij moeilijk mensen gaan indelen in rassen. Neem nu huidskleur:
"Because skin color has been under strong selective pressure, similar skin colors can result from convergent adaptation rather than from genetic relatedness. Sub-Saharan Africans, tribal populations from southern India, and Australian Aborigines have similar skin pigmentation, but genetically they are no more similar than are other widely separated groups."
Huidskleur is inderdaad geen goede indicator, zeker niet als het de enige is. Maar waarom zouden we ons moeten beperken tot dat ene kenmerk? Je vermeldt zelf dat er nog andere karakteristieken zijn, en dat sommige karakteristieken bij meerdere groepen voorkomen wil niet zeggen dat men bepaalde combinaties ervan niet kan gebruiken.
Ik merk op dat vele pogingen om het concept van "ras" in diskrediet te brengen beginnen met een belachelijk simplistische definitie van de term, die dan inderdaad makkelijk te ontkrachten is.
M°°nblade zei:
Ik had het over meerwaarde van een ras in het algemeen, niet meerwaarden.
Zelfs al is een bepaald deel bij afrikaanse bosjesmannen beter ontwikkeld, op zich is dat geen meerwaarde maar een kenmerk. Pas wanneer die eigenschap of specialisatie voordeel levert in een bepaalde omgeving kan men van meerwaarde spreken en dan nog maar in een bepaald en beperkt domein. Bijkomend probleem is hieral weer dat ge eigenschappen van een populatie gaat extrapoleren naar individuen die daar deel van uitmaken wat fout is.
Gemiddelde eigenschappen van een populatie zijn nuttig als men iets over die populatie wil weten, zelfs als die gemiddelden niet elk individu van de populatie even goed beschrijven. Het bestaan van outliers maakt statistische methoden in het algemeen niet nutteloos.
Uw plaatsafhankelijke evolutie is de dag van vandaag niet van toepassing op de mens om verschillende oorzaken.
1) Belangrijkste reden is dat mensen wezens zijn die in tegenstelling tot andere dieren een kunstmatige leefwereld rond zich heen bouwen. De mens adapteert zich niet aan een omgeving maar omgekeerd aka beschaving. Ge kunt natuurlijk uitzonderingen opnoemen zoals bosjesmannen en aboriginals maar daarbuiten gedragen mensen zich over heel de wereld hetzelfde.
Is een beschaving dan geen omgeving voor diegenen die erin leven?
2) Tweede reden is dan weer is dat die beschaving allerlei sociale en medische instanties tot stand heeft gebracht die evolutie juist tegenhouden. Evolutie berust op natuurlijke selectie en voortplanting van individuen die het meeste kans hebben op overleving. Niet voor de mens dus, aangezien overleven in onze westerse maatschappij niet meer van tel is. Iedereen kan zich voortplanten, sterker nog: het zijn eerder mensen die onderaan de sociaal-economische ladder staan die meer nakomelingen hebben dan welstellende gezinnen.
Niettemin is er toch een zekere selectie bij de voortplanting. Sociale status mag dan minder belangrijk zijn dan vroeger om de overlevingskans van nakomelingen te bepalen, maar is wel een factor bij de partnerkeuze. Het bepaalt dus eerder welke genen kunnen combineren, niet welke genen kunnen mengen. Een voorbeeld zijn de joden in de diaspora. Gezien hun relatief kleine aantal vergeleken met de gastpopulaties zouden ze, bij normaal contact, al een hele tijd als genetisch te onderscheiden groep verdwenen moeten zijn. In de praktijk blijken ze als een aparte groep te blijven bestaan, omdat ze vooral binnen de groep naar partners zoeken (en de niet-joden ook niet bepaald op zoek waren naar joodse partners, om het nog zeer zacht uit te drukken). Ze lijken wel zeer sterk op Palestijnen, maar dat lijkt in sommige kringen geen populaire bewering te zijn.
http://www.csulb.edu/~kmacd/346genetics.html
Ter illustratie van de hysterie die dergelijke onderwerpen soms veroorzaken:
http://observer.guardian.co.uk/print/0,3858,4307083-102275,00.html
Het is dan ook goed te begrijpen dat vele biologen zich niet aan het onderwerp wagen. Het trekt problemen (van niet-wetenschappelijke aard) aan.
3) Derde reden waarom men eigenlijk niet lang meer over rassen kan praten is omdat ge zelf zegt dat verschillende rassen ontstaan door verschillen in leefmilieu. Een bosjesman die in België aankomt is onderhevig aan juist dezelfde selectiedruk als autochtonen dus verdwijnen verschillende eigenschappen die ooit een voordeel waren om te overleven en krijgt men op de duur een homogene populatie. De door de eeuwen opgebouwde verschillen zullen verdwijnen.
Door vele millennia. En zolang zullen ze ook weer nodig hebben om te verdwijnen, tenzij er een zeer hoge selectiedruk is.
http://www.bgsu.edu/departments/chem/faculty/leontis/chem447/PDF_files/Jablonski_skin_color_2000.pdf
4) Laatste reden is natuurlijk gen mixing. Met het vliegtuig geraakt ge zonder problemen aan de andere kant van de wereld. De wereld is kleiner geworden, populaties zijn niet meer geïsoleerd en men kan dus ook niet meer praten van een exclusieve genenpoel.
.....dit even terzijde.
Waarmee ik verwijs naar het voorbeeld van de joden. Eeuwenlang in dezelfde landen als andere groepen, maar om culturele en religieuze redenen toch niet verdwenen.
Conclusie: een onderscheid maken tussen mensen die in dezelfde maatschappij leven maar een andere biologische afkomst hebben wordt naar de toekomst toe vrij nutteloos en racisme was al fout, pseudo-biologisch en niet meer dan een artefact uit het verleden.
Als we met toekomst de zeer lange termijn bedoelen, niet binnen een paar generaties. Of racisme fout is hangt af van de definitie van racisme. Sommigen vinden het al racistisch als je het bestaan van rassen niet ontkent (wat van m'n hele bericht hier een racistisch betoog zou maken), anderen beperken de term tot politieke systemen om specifieke rassen te schaden.
Het identificeren van genetische verschillen (of zogenaamde geconditioneerde 'meerwaarden') tussen populaties is van geen enkel nut behalve dan het verkeerd laten interpreteren door mensen met hun politieke agenda (om zo verschillen tov. minderheden te benadrukken) of tenzij ze natuurlijk van medisch belang zijn. Problemen die er zijn met allochtonen kan men niet wijten aan biologische verschillen.
Als die kenmerken op een of andere manier relevant zijn om praktische redenen zijn ze wel degelijk relevant. Kijk naar de Engelsen: diegenen die naar Australië vertrokken zijn op enkele generaties nog niet zwart geworden, en het gevolg is een probleem met huidkanker. Medisch belang in dit geval. We kunnen ook kijken naar bepaalde groepen die beter vertegenwoordigd zijn in bepaalde sporten. Niet bepaald een medisch probleem, maar wel een illustratie van verschillen. IQ-verschillen zijn nog een mogelijkheid.
En dan nu een beetje muggenzifterij...
De categorieke uitspraak dat men problemen met allochtonen niet
KAN wijten aan biologische verschillen zou ik ook nuanceren. Het is eerder zo dat er een gebrek aan gegevens is om in eender welke richting een conclusie te trekken, en dus kan men moeilijk op voorhand een specifiek resultaat uitsluiten.
Ter verduidelijking:
- gedrag wordt bepaald door de hersenen (treffend geïllustreerd door gedragsverandering door sommige mensen die door ziekte of ongeval een hersenbeschadiging krijgen).
- de structuur van de hersenen wordt, net als de structuur van elk orgaan, voor een deel genetisch bepaald (ook voor een deel door de omgeving)
Deze twee punten geven duidelijk aan dat genetische verschillen een verschillend gedrag zouden kunnen veroorzaken. Als ze bij andere organen kenmerken beïnvloeden, waarom zouden de hersenen dan een uitzondering zijn? Gelijkaardige redeneringen kan men ook voor hormonen maken. Maar er ontbreken gegevens om te weten in welke mate dergelijke verschillen voorkomen en, indien ze significant zouden zijn, of ze problematisch zijn.
Persoonlijk denk ik ook wel dat we eerst en vooral culturele verschillen moeten bekijken. Als we op dat gebied flagrante verschillen zien is het niet echt prioritair om naar puur speculatieve genetische factoren die misschien zouden kunnen meespelen te kijken, al zou het natuurlijk wel interessant zijn als er duidelijke gegevens over zouden zijn.