je fout ligt al bij de interpretatie van "het belang van het kind is de eerste overweging". daar zet jij dan nog eens expliciet prioriteit bij, om te impliceren dat er geen andere overwegingen kunnen gemaakt worden of dat er niet met iets anders rekening gehouden moet worden (wat de ouders zelf willen).
Het grondwettelijk hof, nét iets meer beslagen in interpretaties van de grondwet dan jij, zegt duidelijk dat er ook andere belangen een rol kunnen spelen en die eerste overweging kunnen wegdringen. Dat wil niet zeggen dat er geen rekening gehouden wordt met de eerste overweging, maar dat die eerste overweging niet opweegt tegenover andere overwegingen.
http://www.const-court.be/public/n/2015/2015-102n.pdf
....
Zoals in B.4.3 naar voren is gebracht, verplichten zowel artikel 22bis, vierde lid,
van de Grondwet als artikel 3, lid 1, van het Verdrag inzake de rechten van het kind de
rechtscolleges om in de eerste plaats het belang van het kind in aanmerking te nemen in de
procedures die op het kind betrekking hebben, hetgeen de procedures in verband met het
vaststellen van de afstamming omvat.
B.9. Hoewel het belang van het kind een primordiaal karakter heeft, heeft het daarom
nog geen absoluut karakter. Bij de afweging van de verschillende op het spel staande
belangen, neemt het belang van het kind een bijzondere plaats in door het feit dat het de
zwakke partij is in de familiale relatie. Die bijzondere plaats maakt het evenwel niet mogelijk
om niet eveneens rekening te houden met de belangen van de andere in het geding zijnde
partijen....
Die eerste overweging zorgt dus dat er MEER dan slechts een marginale toetsing moet zijn, maar verhindert niet dat de mening van ouders, bvb ivm religie, doorslaggevend kan zijn. Het kan namelijk de ouders zijn die bepalen dat een bepaalde religie, in afwezigheid van een eigen keuze van het kind, gevolgd moet worden. Het kan bvb in het belang zijn van het kind om voorlopig te behoren tot eenzelfde rite als de rest van de familie, om volledig deel uit te maken van de familie. Het kind kan daarvan afwijken, maar dan zal men expliciet dit door een kind laten uitspreken.
De keuze om géén besnijdenis te doen kan voor een kind later even "slecht" zijn als de beslissing om wél een besnijdenis te doen. KAN, omdat het ook anders kan zijn. Jij zal stellen dat de keuze voor een besnijdenis definitief is, maar de keuze om niet op jonge leeftijd een besnijdenis te doen is even definitief. En zolang er geen duidelijke negatieve effecten zijn van een besnijdenis die een groter belang kunnen hebben dan religie, zal je het niet redden. Je mag dan nog zoveel keer zeggen dat het ongrondwettelijk is, je zal betere argumenten moeten vinden.
Voor alle duidelijkheid, een Frans Hof heeft, op basis van het EVRM (en dus ook te gebruiken als rechspraak in België) duidelijk gesteld dat: "Het uitvoeren van een besnijdenis op een persoon of op zijn kinderen, tegen hun wil, is een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van art. 3 E.V.R.M." Daarnaast is er ook voldoende rechtspraak dat, als ouders niet overeenkomen, er geen besnijdenis kan zijn.
Als het kind OF een van de ouders dus een tegengestelde wil heeft, zal de besnijdenis ongrondwettelijk zjin. Anders niet.