IP/03/426
Brussel, 24 maart 2003
De Commissie verhoogt het aanzien van het beroep van onderzoeker om de 'brain drain' tegen te gaan. Om te komen tot de beoogde verhoging van de Europese investeringen in onderzoek tot 3% van het bruto nationaal product (BBP), waartoe in de Europese Raad van Barcelona in maart 2002 was besloten, moet de Uniekunnen beschikken over 500.000 extra onderzoekers. De maatregelen om dit doel te bereiken zijn voorgesteld ter gelegenheid van een conferentie die op 24 maart is georganiseerd op initiatief van Philippe Busquin, Europees Commissaris voor onderzoek, en die gewijd was aan de toekomst van het onderzoekpersoneel. Terwijl uit bepaalde indicatoren blijkt dat het beroep van onderzoeker bij het publiek slecht staat aangeschreven, heeft de Commissie besloten om, uit hoofde van het 6e kaderprogramma voor onderzoek 2002-2006, 1,58 miljard euro - bijna 10 % van de totale begrotingsmiddelen - uit te trekken voor maatregelen ten behoeve van de opleiding, de mobiliteit en de loopbaanontwikkeling van onderzoekers. In juni 2003 zal de Commissie een mededeling doen over de loopbaan van onderzoeker en in de herfst wordt een Europese portaalsite voor mobiliteit
geopend en een netwerk gestart van hulpcentra voor mobiliteit.
"Steeds meer in Europa opgeleide onderzoekers vertrekken naar de Verenigde Staten, en blijven daar. Dit grote verlies van personele middelen is ook een verlies voor het Europese onderzoek", verklaarde Europees Commissaris Philippe Busquin. "Zij zijn een uiting van de geringe aantrekkingskracht en de lage maatschappelijke erkenning van het beroep van onderzoek(st)er in Europa. Als wij de doelstellingen van de Unie voor het komende decennium willen verwezenlijken, moeten we onvermijdelijk dit beroep en voorwaarden waaronder onderzoek gebeurt herwaarderen. De Europese Onderzoekruimte kan pas werkelijk tot stand komen als zij ook een Europese ruimte voor onderzoekers en onderzoeksters is". Een kloof die steeds dieper wordt
De Unie produceert relatief meer wetenschappelijk gediplomeerden (doctors) dan de Verenigde Staten maar bezit minder onderzoek(st)ers (het aantal onderzoekers binnen de beroepsbevolking bedraagt 5,36 per duizend voor de EU, tegenover 8,66 in de Verenigde Staten en 9,72 in Japan). Het aantal vrouwelijke onderzoekers bedraagt in Europa slechts 29% van het totaal en komt zelfs maar op 11% wat het Deze gegevens moeten gezien worden in samenhang met de resultaten van een Eurobarometerpeiling , waaruit blijkt dat bij jongeren een zekere vervreemding van wetenschappen is opgetreden, ook al is die ongelijk verdeeld over landen en vakgebieden: 67,3% van de ondervraagde jongeren is immers van mening dat "de lessen wetenschappen niet aantrekkelijk genoeg zijn", 53,4% vindt dat "jongeren minder belangstelling hebben voor wetenschappelijke onderwerpen", maar ook 42,4 % gelooft dat de loopbaanvooruitzichten onvoldoende zijn en 40 % dat de salarissen niet aantrekkelijk genoeg zijn.
Sporende acties
Om de doelstellingen van Lissabon te verwezenlijken, m.a.w. om van de Europese Unie tegen 2010 de meest dynamische en concurrerende kenniseconomie ter
wereld te maken, heeft de Commissie een reeks sporende acties opgezet. Daarmee wordt beoogd de kansen op het gebied van opleiding, mobiliteit en
loopbaanontwikkeling van onderzoekers te vergroten; hun maatschappelijke zichtbaarheid te verbeteren; onderzoekers en universiteiten meer te betrekken bij de
samenleving en de kenniseconomie; de banden tussen universiteiten en het bedrijfsleven aan te halen; en tenslotte bij het grote publiek actie te voeren om het
image van de onderzoeker in de samenleving te verbeteren en meer jongeren aan te trekken voor wetenschappelijke sectoren.
Kwaliteit belonen
In de door de Commissie gefinancierde programma's (Marie Curie-activiteiten) ligt het accent op de initiële opleiding van onderzoekers aan het begin van hun loopbaan
door middel van transnationale onderzoekprojecten of via een beter gestructureerde opleiding in een meer universitaire omgeving. Een ander initiatief betreft individuele
beurzen om te voorzien in de behoeften inzake aanvullende opleiding voor onderzoekers die reeds over beroepservaring beschikken.
Nog andere maatregelen hebben betrekking op de overdracht van kennis naar achterstandsgebieden van de Unie of naar de kandidaatlanden, zowel in de
universitaire sector als bij het bedrijfsleven. Tenslotte is een belangrijke innovatie ingevoerd in de instrumenten om de oprichting van onderzoekteams te stimuleren,
leerstoelen aan universiteiten te creëren en de terugkeer van onderzoekers alsmede hun professionele integratie te bevorderen, en worden alle beschikbare instrumenten
opengesteld voor onderzoekers uit derde landen. Informatie en bijstand. Ter ondersteuning van deze acties zal de Commissie, in samenwerking met de
lidstaten en de geassocieerde landen, in 2003 starten met een Europese portaalsite voor mobiliteit en een netwerk van hulpcentra voor mobiliteit. Deze twee initiatieven,
die passen in het kader van de tenuitvoerlegging van de mededeling "Een mobiliteitsstrategie voor de Europese onderzoekruimte" zijn bedoeld om te zorgen voor respectievelijk uitgebreide informatie en effectieve bijstand aan mobiele onderzoekers voor iedere vraag met betrekking tot hun vestiging en hun verblijf in
een ander land.
1
"Europeanen, wetenschap en technologie", december 2001.
2
COM(2001) 331 def. van 20 juni 2001.Een dringende discussie De conferentie biedt de gelegenheid om de stand van zaken op te maken in verband met de huidige situatie van de onderzoeker in Europa, met het accent op twee grote uitdagingen. De eerste betreft de rol van de universiteiten in de kenniseconomie, naar aanleiding van de mededeling hierover die in februari 2003 is goedgekeurd op initiatief van Philippe Busquin en Viviane Reding, de Europese Commissarissen die bevoegd zijn voor respectievelijk Onderzoek en Opvoeding. De tweede betreft de herwaardering van het beroep van onderzoeker en de verbetering van zijn maatschappelijke zichtbaarheid. Met het oog hierop zal de Commissie in juni 2003 een mededeling doen over de loopbaan van onderzoekers, die zal handelen over een aantal verschillende onderwerpen zoals een echte arbeidsmarkt voor onderzoekers in Europa; een betere coördinatie van de nationale systemen inzake indienstneming, evaluatie en loopbaanontwikkeling; en een betere erkenning van de kwalificaties en beroepservaring op Europees niveau.
De aantrekkingskracht van wetenschappen bij jongeren vergroten
Over deze specifieke dimensie is in 2002 een actieplan van de Commissie opgesteld. Een en ander is met name gericht op een betere voorliching van het grote
publiek over de resultaten van onderzoek en de ontwikkeling van een wetenschapsbeleid dat dichter bij de burger staat. Voor nadere inlichtingen kunt u de volgende website raadplegen:
http://europa.eu.int/comm/research/fp6/mariecurie-actions/home_en.html