Om mijn bron te vermelden: Wikipedia
De faciliteitengemeenten zijn ingesteld na de vaststelling van de taalgrens op 1 september 1963. Bepaalde gemeenten waar zowel Nederlandssprekende of Duitssprekende als Franssprekende burgers woonden, werden faciliteitengemeenten. Een gemeente verkreeg dit statuut (in principe) indien de taalminderheid er minstens 30% bedroeg. De bedoeling was dat hiermee zowel immigranten als historische taalminderheden in deze gemeenten, aan de taalgrens en in de Rand rond Brussel, ruim de tijd kregen om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Voordien konden gemeenten namelijk na elke talentelling veranderen van taalrol: een gemeente kreeg een tweetalig statuut als de taalminderheid groter was dan 30% en een eentalig statuut als de minderheid kleiner was dan 30%. In de praktijk lag dit iets complexer door een omstreden vraagstelling bij sommige talentellingen, waarbij men uitging van de taal die het meest gesproken werd. Zo is vanuit Vlaamse hoek opgemerkt dat in Terhulpen en Waterloo ten tijde van de vaststelling van de taalgrens meer dan 30% Nederlands sprak, maar velen ingedeeld werden bij de groep die "meestal Frans" sprak, waardoor deze gemeenten geen faciliteiten kregen. Ook is later gebleken dat in een aantal gemeenten bij de talentelling geen eerlijke ondervraging heeft plaatsgevonden, doordat mensen onder druk werden gezet hun keuze te wijzigen. Zo werd in Edingen de bevolking aangespoord om zich als Franstalig of toch minstens als tweetalig (met als eerste taal het Frans) te laten registreren, niettegenstaande de bevolking onderling een Nederlands (Brabants) dialect sprak. Hierdoor is de gemeente uiteindelijk aan de Franstalige kant van de taalgrens beland, met faciliteiten voor Nederlandstaligen.
De telling van 1957 werd niet gehouden wegens protest van de betrokken Vlaamse burgemeesters. Bij de wettelijke vastlegging van de taalgrens in 1962 werd ook beslist dat de officiële tienjaarlijkse talentelling afgeschaft werd.
--------------------------
OK, mss niet de meest betrouwbare bron, en zeker geen juridisch geschrift.
Maar ik ga ervan uit dat de GEEST en BEDOELING van die beslissingen in 1963 de zin in bold en underlined waren!
Zoals Smitske zegt: De Vlaamse politici zijn zo dom geweest dit niet te eisen dat het op papier stond, en vertrouwden dat de franstalige politici de geest van die overeenkomst wel zouden respecteren, niet dus...
Hiapoe