TRUTTIGHEID IN NEDERLAND
Toen ik enige tijd geleden het Nederlandse regeerakkoord doorbladerde, moest ik denken aan de drie blondjes in het bos. Uit verschillende richtingen kwamen ze aangerend, poedelnaakt, ze riepen ,,help help!'' Het was hartverscheurend.
Toen de blondjes elkaar kruisten, bleven ze hijgend stilstaan. ,,Zullen we samen roepen?'' riepen ze in koor. Daarna renden ze alledrie dezelfde kant op, vol blijdschap ,,samen! samen!'' roepend.
De christendemocraat Jan Peter Balkenende (CDA), de sociaaldemocraat Wouter Bos (PvdA) en de orthodox-protestant André Rouvoet (CU) volgen exact dezelfde strategie. Samen roepen is Zeitgeist. De politieke rivalen vallen elkaar in de armen en buigen de eenzame hulpkreten van kiezers om naar saamhorigheid. Het ik-tijdperk is definitief voorbij. Normen en waarden moeten van hogerhand bijgebracht, nee opgelegd worden.
De titels van de partijprogramma's zijn keurig verwerkt in het regeerakkoord. Zo valt te lezen dat het kabinet streeft naar een samenleving waarin mensen zich duurzaam met elkaar verbonden weten (ChristenUnie: Duurzaam voor elkaar); waarin diezelfde mensen het benodigde vertrouwen hebben (CDA: Vertrouwen in Nederland. Vertrouwen in elkaar); en samen met de coalitie werken aan een beter Nederland (PvdA: Samen Sterker. Werken aan een beter Nederland). Opvallend is verder hoe vaak het woord 'samen' in de tekst voorkomt: 25 keer, inclusief de titel van het stuk: Samen Werken, Samen Leven.
Als een zangeres in een feestzaal ,,en nu samen'' roept, zing ik gezellig mee. Maar als drie gereformeerde politici dat doen, krijg ik het benauwd. Ze hebben het zo goed met elkaar getroffen dat je denkt aan zelfgenoegzaamheid. Iedere doorgewinterde individualist heeft de afgelopen weken slecht geslapen. Worden wij geïnfantiliseerd door een trio dorpelingen? Het is vooral de toon waarop. En nu samen vooruit!
De jaren vijftig revisited. Wederopbouw. Keurige woonwijken en glanzende kinderwagens. Grasveldjes met bordjes ,,verboden te lopen''. Sociale controle en aardappelen met jus. Of couscous! Het dorp is terug, zelfs midden in de stad. Vitrages en sluiers.
Individualisten uit het ik-tijdperk moeten leren dat de saamhorigheid van Balkende IV niet hetzelfde is als je vrijheid verliezen. Ze moeten aannemen dat een deel van de mensheid de betutteling hard nodig heeft omdat het met vrijheid geen raad weet. Het wil bestuurd worden. De gemiddelde burger schijnt niets liever te willen dan een supernanny over de vloer en drie superdaddy's in pak die zeggen hoe het moet. En een steeds dikker cordon van wijkagenten, leraren en rechters voor het veilige gevoel.
Ik maak me zorgen om de stad. De plek waar tuttigheid geen kans zou moeten hebben. Waar individualiteit en creativiteit floreren. Waar je verantwoordelijk bent voor jezelf en geen rekenschap hoeft af te leggen.
Net nu Rouvoet zich vol strijdlust wil werpen op de verloedering van jeugd en gezin in Nederland, blijken kinderen nergens zo gelukkig als hier. Zou hij zich niet beter met het steeds groter wordende leger depressieve bejaarden bezighouden? Nee, het geluk van de jeugd moet nog meer worden opgestuwd, want zij zijn de toekomst. In een land zonder veel problemen is perfectie het doel. Het gaat om de finishing touch.
Rouvoet als kersverse Minister voor Jeugd en Gezin zal zich vooral richten op de jonge achterblijvers in de probleemwijken. Ze moeten bevrijd worden uit hun benarde gezinssituaties en zin krijgen in de samenleving opdat ook zij kunnen zeggen als het mes op hun keel wordt gelegd: ik ben gelukkig!
Maar wie is die man die zijn voet tussen de deur zet? Als hij lacht, ziet hij er best vriendelijk uit. Wat je niet meteen kunt zien, is dat zijn menslievendheid niet onvoorwaardelijk is. Het geluk dat hij anderen wil opleggen is slechts zijn subjectieve beeld van geluk. Het net gesloten homohuwelijk tussen de papa's of mama's zou hij het liefst ontbinden omdat hun liefde minderwaardig is en oma die al maanden op sterven ligt wil hij in geen geval uit haar lijden verlossen. En mondje dicht, want vrijheid van meningsuiting is voor hem geen absoluut gegeven. Zou een mens die potentieel onverdraagzaam is niet juist van het kind en het gezin moeten afblijven?
Sinds ik het regeerakkoord heb gelezen, moet ik aan de Truman Show denken. Het kind dat in een perfecte wereld opgroeit. Hij weet niet dat het een filmset is. Op een dag wil hij uitbreken want het geluk is fake. Hij springt in een boot en zeilt weg. Zelfs de storm is geënsceneerd. Als Truman tegen de horizon aanvaart en door een scheur in het infini de echte wereld ziet, buldert een stem - de regisseur in de rol van God - dat er daar net zoveel leugens en bedrog bestaan als hier. Truman moet kiezen. Waarom zou je niet hier blijven? Het risico dat af en toe een schijnwerper uit de namaakhemel op je kop valt neem je maar op de koop toe.