De moeder van Henri Heimans zat in een concentratiekamp. Als ze in 1945 niet was geëvacueerd, was hij nooit geboren. Wat houdt onze politici tegen om de Belgische kinderen in Syrië te redden?
De Belgische staat moet alle mogelijke maatregelen nemen om de Belgische kinderen van IS-strijders én hun moeders naar ons land terug te halen. Dat kan je inderdaad een ‘merkwaardige’ beslissing vinden, zoals advocaat Fernand Keuleneer schrijft (DS 28 december). De kortgedingrechter gaf de procespartijen – de IS-moeders en de Belgische staat – eerst een veeg uit de pan door te stellen dat ze te weinig feitelijke en juridische argumenten aanreikten. Maar daarna maakte hij zelf een juridische cocktail. In de shake verwerkte hij een waaier aan ingrediënten: burgerlijk procesrecht, bewijsrecht, afstammingsrecht, familierecht, nationaliteitsrecht, oorlogsrecht, diplomatiek recht, consulair recht, militair recht, kinderrechten, mensenrechten en humanitair recht, dat alles met een scheutje onduidelijke feitelijkheden. Om niet weg te zakken in een juridisch moeras, zal ik de beschikking hier niet grondig analyseren.
Nood breekt wet
Maar eigenlijk moet je de kwestie niet juridisch oplossen, maar moreel en politiek. Nood breekt wet. Nu Turkije de militaire druk in het grensgebied met Koerdistan opvoert, dreigt er misschien ook gevaar voor de Belgische kinderen (DS 28 december). Het strafrecht vereist dat je mensen die gevaar lopen helpt als je jezelf of anderen daardoor niet in gevaar brengt. Plegen de verantwoordelijke politici schuldig verzuim als ze geen hulp verlenen aan kwetsbare Belgische kinderen?
Nu de donkerbruine vleugel van de N-VA niet langer druk uitoefent, kan de regering van lopende zaken de noodsituatie evalueren. Met wat creativiteit kan ze een evacuatieoperatie organiseren met de hulp van het Internationale Rode Kruis en de Halve Maan, in nauw overleg met de Turkse of Irakese autoriteiten. Wat staat er in de weg om de kinderen in een Halve Maan-konvooi over de grens te brengen tot in Turkije, van waaruit een repatriëring naar België geen probleem is? Zouden de Koerdische beheerders van het kamp niet hoe dan ook hun medewerking willen verlenen?
Nu de donkerbruine vleugel van de N-VA niet langer druk uitoefent, kan de regering van lopende zaken de noodsituatie evalueren
De moeders, die internationaal geseind zijn, zouden – met hun schriftelijk akkoord – samen met hun kinderen tot op Turks grondgebied kunnen worden gebracht. Dan kunnen ze worden overgedragen aan de Turkse rechterlijke autoriteiten, met het oog op hun uitlevering aan België. Met wat diplomatieke goodwill kunnen de kinderen en hun moeders min of meer simultaan worden overgebracht, met respect voor het gezag van de Turkse autoriteiten. Achteraf, in België, kunnen de identiteitsdocumenten voor de kinderen geregeld worden en kunnen eventueel DNA-tests plaatsvinden.
Akkoord met Himmler
In de geschiedenis zijn er veel voorbeelden van geslaagde evacuatie- en repat*riëringsoperaties, als de morele en politieke wil aanwezig zijn. Een ervan gaat me persoonlijk aan. Op het einde van WO II, in april 1945, sloten Heinrich Himmler en het Zweedse Rode Kruis een akkoord om een aantal Scandinavische, Franse, Nederlandse en Belgische vrouwen te evacueren uit de hel van het concentratiekamp van Ravensbrück in het oosten van Duitsland. De reddingsoperatie werd een race tegen de klok. Het Duitse leger, dat zich terugtrok, dreigde hen te liquideren. Het kamp was over*bevolkt en werd geplaagd door tyfus en tuberculose. En ook de extreme koude maakte slachtoffers.
In die chaotische dagen slaagde een Rode Kruis-konvooi van witgeschilderde bussen om door de frontlinies in Denemarken heen, over land en over zee, Malmö te bereiken. Honderden vrouwen en hun kinderen werden zo gered, onder wie mijn moeder. Zonder deze geslaagde evacuatie zou mijn moeder vermoedelijk niet hebben overleefd en was ik niet geboren.
Misschien kan dit historische voorbeeld de ministers van Justitie en van Buitenlandse Zaken inspireren.