Aangezien het debat over of racisme nu genetisch ofwel aangeleerd is dacht ik om wat studies te vernoemen die ik heb gezien tijdens mijn opleiding als psycholoog.
Deze komen vooral uit de cursus sociale cognitie en groepsprocessen van (de linkse) professor Van Hiel.
Ik herinner mij een studie waarbij bij het begin van een experiment mensen een arbitrair nummer werd toegewezen (groep 1, 2 ,3, ...). Aan de proefpersonen werd uitdrukkelijk gezegd dat dit nummer geen enkele functie had in het experiment (geen groepsvoordelen, etc...) en dat de proefleider dit deed om administratieve redenen. Men vond dat mensen meer punten gaven aan mensen van dezelfde arbitraire groep (ook al had dit geen enkel voordeel voor hun en waren de groepen volledig arbitrair).
Volgens sociaal psychologen is racisme een bijproduct van de informatieverwerking van het brein. Het is een gevolg van het perceptueel proces dat ten grondslag ligt van hoe we stimuli categoriseren. Men heeft deze wetmatigheid zelfs kunnen vaststellen bij lijnstukken (Tajfel en Wilkes, 1963). Mensen moesten lijnstukken beoordelen op hun lengte. Als men de korte lijnen in een groep presenteerde (groep A) en de lange in een andere groep (groep B) dan werd de perceptie van de lijnstukken gemanipuleerd. korte lijnstukken werden korter en lange langer als men dit vergeleek met een controle conditie waarbij men dezelfde lijnstukken presenteerde zonder ze te categoriseren in een groep. Hetzelfde effect vind men bij groepen van mensen (Ford & Tonander, 1998; Krueger et al., 1989; Spears, 2002; Wyer et al., 2002). Behoren tot een groep leidt altijd tot een overschatting van de verschillen tussen groepen en onderschatting van de verschillen binnen groepen. De functie voor het brein hiervoor is dat net zoals het categoriseren van dieren en voedsel, het categoriseren van mensen op basis van vroege ervaringen, een tijd- en energiebesparende manier van informatieverwerking is (Bodenhausen et al. 2003, Sherman et al. 2004, Wigboldus et al. 2004).
Overdrijven van de verschillen heeft ook meer dan alleen met perceptie te maken. Mensen zijn bezorgd over het behoud van distinctiviteit van de ingroep vergeleken met de uitgroepen (Castano et al., 2002). Volgens Robert Kurzban en Mark Leary (2001) heeft ook deze verklaring evolutionaire gronden. Het was adaptief voor de mens om contact te vermijden met buitenstaanders omdat deze een bedreiging vormde voor gezondheid (ziektes) en voedsel. Daarboven biedt het werken in groep een competitief voordeel tegenover anderen en vermijdt men dat men door andere groepen geëxploiteerd wordt.
Dit is ongeveer het fundament van het onderzoek; men verdiept dan ook nog verder: Sociaal-culturele en motivationele factoren, sociale identiteitstheorie, realistische conflictstheorie, het robbers cave onderzoek, etc... Maar ik kan/wil hier geen slecht gestructureerde cursus uit typen.
Nog een laatste argument dat racisme geen puur "bewust" en hoger cognitief proces is is alleen al af te leiden door het meest gebruikte instrument om vooroordelen te meten: IAT of implicit association test. Hiermee kan men vooroordelen terugvinden bij zelfs de meest anti-racistische individuen. En nog schrijnender: een zwarte persoon in Amerika heeft ook meer vooroordelen tegenover andere zwarten dan witte personen. Dit kan men perfect verklaren vanuit de perceptie en in- uitgroep theorieën en minder vanuit politiek gemotiveerde mensbeelden.