Club Brugge stelde met veel trots Wilfried Dalmat en Marcos Camozzato voor, beiden op overschot bij Standard en toch charmant genoeg bevonden voor de Brugse geldzwaaiers. Een zoveelste blammage voor het wanbeleid dat al jaren heerst in de blauw-zwarte kant van het Jan Breydelstadion.
In mijn wildste dromen stel ik me soms voor hoe gelukzalig het leven van een Brugs manager moet zijn. Dagelijks de schijn hoog houden dat alles van een leien dakje loopt, rijkelijk gesteund worden door Brugse millionairs en hartelijk gefeliciteerd worden bij het binnenhalen van restafval uit Luik. Luc Devroe is er eentje van, over een droomjob gesproken. Een manager die oogkleppen ophoudt en enkel denkt dat de Belgische spelersmarkt talenten bevat, die moet wel eens vallen.
Een gegrond scoutingsapparaat, waar Anderlecht, Genk, Gent en menige andere eersteklassers over beschikken, lijkt volledig onbestaande voor het Brugse kamp. Spelers als Daerden, Dalmat, wijlen Sterchélé en ‘zwarte parel’ Akpala bieden voor middenmotors een absolute meerwaarde, maar blauw-zwart moet dringend eens een klasse hoger mikken. De Brugse geldschieters overtuigen al jarenlang smaakmakers van subtoppers om in het Brugse shirt te mogen spelen, maar geen van hen lijkt ook echt door te breken in het ‘Venetië van het Noorden’. En, geloof het of niet, maar het zijn net die buitenlandse spelers die een hoger niveau halen en topclubwaardig zijn. Denk maar aan Vargas, Van Heerden en Kouemaha, een drietal met meer potentieel dan de huidige Belgisch gezinde kern samen. Dat kan niet meer in de doofpot blijven gestoken worden, het beleid van Club Brugge is eerste klasseonwaardig.
De kans dat Dalmat en Marcos ook hier potten breken is nagenoeg nihiel. Het zal enkele maanden duren, en beide heren staan weer met de valies op de luchthaven naar een beter oord. Luc Devroe kan volgen, de Aarde bestaat uit meer dan Vlaanderen.