thecoon
Legacy Member
Xevven zei:Ondanks al die negatieve kritiek hier in deze thread op leerkrachten en leerkrachten in spe, ben ik nog steeds 100% zeker van mijn keuze om leerkracht te worden.
Ikzelf ben nu 25 en heb er net mijn 1e jaar aan de hogeschool opzitten, richting leerkracht secundair onderwijs. Ik heb ook dikwijls het gevoel gehad dat mijn vakleerkrachten de leerstof niet onder de knie hadden, maar ik heb daar nooit een probleem van gemaakt... Ik leerde gewoon wat er in mijn boek stond, klaar.
Naast de leerplannen zijn er ook de vakoverschrijdende eindtermen waar wij als leerkracht rekening moeten mee houden:
Gemeenschappelijke stam
Context 1: Lichamelijke gezondheid en veiligheid
Context 2: Mentale gezondheid
Context 3: Sociorelationele ontwikkeling
Context 4: Omgeving en duurzame ontwikkeling
Context 5: Politiek-juridische samenleving
Context 6: Socio-economische samenleving
Context 7: Socioculturele samenleving
Leren leren
Om een voorbeeld te accentueren, neem nu de gemeenschappelijke stam:
Code:De eindtermen in de gemeenschappelijke stam zijn gericht op een aantal sleutelcompetenties, hieronder in vetjes aangegeven. Deze eindtermen zijn vrij algemeen geformuleerd zodat ze breed kunnen worden geinterpreteerd en toepasbaar zijn in alle opvoedings- en onderwijsactiviteiten van de school. De bedoelde sleutelcompetenties zijn: • communicatief vermogen in de zin van verbale en non-verbale taal en contactvaardigheid, zich moeiteloos onder andere mensen begeven, naar anderen toestappen en zich in gezelschap mengen; • creativiteit in de zin van ondernemend en innoverend, soepele geest en inventiviteit; • doorzettingsvermogen in de zin van wilskracht, keuzes kunnen maken en verantwoorden, ambitieus en moedig zijn; • empathie in de zin van inlevingsvermogen en responsiviteit, het vermogen af te stemmen op de gesprekspartner en relationele gerichtheid; • esthetische bekwaamheid in de zin van schoonheid in cultuur- en kunstuitingen kunnen waarderen en schoonheid naar eigen smaak kunnen creëren; • exploreren in de zin van actief zoeken naar situaties om de eigen capaciteiten te verbreden en verdiepen, leergierig zijn, durven en een actief aftasten van handelingsmogelijkheden; • flexibiliteit in de zin van mentale soepelheid en veerkracht, relativeringsvermogen (humor) en stressbestendigheid; • initiatief in de zin van anticiperen, proactief handelen, wensen nastreven en taken aanpakken zonder dat het gevraagd wordt of zonder dat omstandigheden ertoe dwingen; • kritisch denken in de zin van onderscheidingsvermogen; • mediawijsheid in de zin van een bewuste en kritische houding ten opzichte van klassieke (televisie, radio, pers) en nieuwe media (internettoepassingen, sms) en het vermogen tot een alledaags, informeel en creatief mediagebruik dat (impliciet of expliciet) gericht is op participatie in de culturele publieke sfeer (lezersbrief, you tube, chatrooms, blogs, webcam, enz.); • een open en constructieve houding tonen in de zin van ruimdenkend, maar ook belangstellend en relationeel gericht;VOET @ 2010 — 9 • respect in de zin van verdraagzaamheid, hoffelijkheid, ethisch denken en handelen, verbondenheid met de eigen leefwereld en de ruimere samenlevingscontext, verantwoordelijkheid; • samenwerken in de zin van solidariteit en daadwerkelijke inzet voor een publieke zaak, constructieve deelname aan initiatieven die een plaatselijke of grotere gemeenschap raken; • verantwoordelijkheid in de zin van engagement en betrokkenheid, maar ook loyaliteit en effectbesef van eigen denken en handelen; • zelfbeeld in de zin van zelfkennis en realistisch zelfwaardegevoel, weet hebben van beperkingen en vertrouwen op capaciteiten, oprechtheid en authenticiteit; • zelfredzaamheid in de zin van kunnen zorgen voor zichzelf en het sociaal, cultureel of economisch netwerk kunnen benutten wanneer nodig; • zorgvuldigheid in de zin van accuratesse, nauwkeurigheid en organisatievermogen, de wil om het werk goed te doen, bedachtzaam t.a.v. middelen en doel; • zorgzaamheid in de zin van behulpzaam en liefhebbend, proactief dienst- en zorgverlenend als inter-persoonlijke, interculturele, sociale en civiele vaardigheid. De eindtermen in de stam zijn niet enkel onderling combineerbaar, maar kunnen ook samen met andere vakoverschrijdende en vakgebonden eindtermen worden aangepakt
Dus als dat eens allemaal zou lezen, snap je ineens ook waarom er groepswerken, spreekbeurten, etc... gedaan worden. Indien men enkel puur theorie en oefeningen geven betreffende een gekozen vak, dan wordt enkel de kennis van de kinderen aangedikt, maar veel andere (in het leven noodzakelijke) vaardigheden niet..
Ik vind het jammer dat iedereen zo een kritiek geeft op het onderwijs...
welke vakken?


)