Ik ga eerlijk zijn: bijen en ik zijn nooit de beste vrienden geweest. Waar sommigen meteen vertederd raken door het zachte gezoem van een bijenkorf, krijg ik spontaan de neiging om een paar stappen achteruit te zetten en wild om me heen te slaan. Toch wekte Propolis meteen mijn nieuwsgierigheid. Want als een spel mij, ondanks mijn lichte bijenstress, richting de tafel kan lokken, dan moet er wel iets speciaal aan de hand zijn. Met dat gezond vleugje nieuwsgierigheid dook ik dus de wereld van deze hardwerkende insecten in, benieuwd of deze kolonie mij zou weten te overtuigen.
Propolis komt voort uit een samenwerking tussen de ontwikkelaars Molly Johnson, Robert Melvin en Shawn Stankewich. Dit trio is niet onbekend in de bordspelwereld. Zo hebben zij welbekende spellen zoals Point Salad, Point Galaxy (lees ook zeker onze review) en Verdant op hun palmares staan. Naast groenten, het heelal en een heuse plantentuin, is de keuze van thema nu gevallen op ... bijen. Jawel, in Propolis ga je aan de slag met deze hardwerkende insecten om als eerste de goedkeuring van hun koningin te verkrijgen.
Puntendoelen lijken een beetje op die van Point Salad/Galaxy, in de zin dat er kaarten zijn die je bijvoorbeeld per twee paar grondstoffen een aantal punten geven. Anderzijds zijn er kaarten die punten geven bij het verzamelen van welbepaalde sets structuren. Ook kan je proberen om te gaan voor de ‘koninginnenpaleizen’. Deze hebben vaak hoge kosten en je mag er maximaal eentje in je kolonie bouwen, maar ze brengen wel veel punten op.
Het spel eindigt zodra een speler zijn tiende structuur heeft gebouwd, waarna iedereen nog één gelijke beurt krijgt en de eindtelling volgt. Iedereen telt vervolgens de punten op die hij of zij krijgt uit gebouwde structuren en de ongebruikte grondstoffen die nog overblijven.
Het spel speelt heel elegant en vlot, maar kleine puntjes weerhouden het ervan om echt een topper te worden. Zo worden het aanbod aan landschapskaarten en structuren net iets te weinig gerouleerd tijdens het spelen. Telkens wanneer een kaartje wordt gekocht door een speler, komt er wel een nieuwe bij, maar bij een aanbod van tien kaarten - waarbij er vaak een ronde niets wordt gekocht - blijft de markt best statisch. Als je dan net wacht op een welbepaalde kaart om een set te vervolledigen, kan dat wel eens zuur opbreken.
Hoewel Propolis een superhoge aaibaarheidsfactor heeft, kan het spel trouwens ook soms een beetje gemeen aanvoelen. Je kan elkaar echt blokkeren door de grondstoffen in te pikken die een ander net nodig heeft. Ook bij de landschapskaarten, waarbij je zo snel mogelijk je bijtjes moet positioneren, is er wat te weinig variatie, waardoor er soms lang gewacht moet worden op een specifieke grondstof. Komt die dan ineens tevoorschijn, dan heeft de eerste speler die er zijn worker op plaatst veel geluk en blijven de andere spelers mokkend achter. Daar had nog net iets meer verfijning mogen zijn.
Dat mag echter de pret niet drukken. De kaarten zijn kleurrijk en duidelijk leesbaar. Op geen enkel moment hadden we vragen bij de symbolen die werden afgebeeld. Het is echt een familiespel die een gevarieerde groep van bordspelspelers zal kunnen smaken. De iets meer doorgewinterde speler zie ik het spel misschien minder snel bovenhalen, omdat het na enkele potjes wat té simpel begint aan te voelen, maar als filler tussen zwaardere games kan het zeker dienstdoen.
Ook het vermelden waard: Propolis kan solo gespeeld worden. Er zit een apart kaartendeck in de doos dat fungeert als een geautomatiseerde tegenstander, en dat werkt verrassend goed. Je hoeft op niet al te veel zaken te letten wanneer de ‘tegenstander’ zijn beurt neemt. Een leuk extraatje is de pagina met achievements waarnaar je kan proberen toe te werken tijdens een solospel.
Propolis komt voort uit een samenwerking tussen de ontwikkelaars Molly Johnson, Robert Melvin en Shawn Stankewich. Dit trio is niet onbekend in de bordspelwereld. Zo hebben zij welbekende spellen zoals Point Salad, Point Galaxy (lees ook zeker onze review) en Verdant op hun palmares staan. Naast groenten, het heelal en een heuse plantentuin, is de keuze van thema nu gevallen op ... bijen. Jawel, in Propolis ga je aan de slag met deze hardwerkende insecten om als eerste de goedkeuring van hun koningin te verkrijgen.
Bouwen aan je bijenkolonie
Het doel van het spel bestaat erin om de koningin gelukkig te stemmen. Hoe doe je dat exact? Je gaat grondstoffen verzamelen door je beschikbare bijen op landschapskaarten te plaatsen. Hierbij is het belangrijk om rekening te houden met het feit dat iedereen voor dezelfde grondstoffen ‘vecht’. Snel en tactisch denkwerk zijn dus van groot belang. Met de verzamelde grondstoffen kan je vervolgens structuren bouwen. Deze geven op hun beurt bonussen in de vorm van extra grondstoffen, meer bijenwerkers en soms gewoon een pak punten. Op deze manier kan je echt een fijne engine bouwen waarbij het slim verzamelen van de juiste grondstoffen en het bouwen van nuttige structuren meehelpt bij het bereiken van je puntendoelen.Puntendoelen lijken een beetje op die van Point Salad/Galaxy, in de zin dat er kaarten zijn die je bijvoorbeeld per twee paar grondstoffen een aantal punten geven. Anderzijds zijn er kaarten die punten geven bij het verzamelen van welbepaalde sets structuren. Ook kan je proberen om te gaan voor de ‘koninginnenpaleizen’. Deze hebben vaak hoge kosten en je mag er maximaal eentje in je kolonie bouwen, maar ze brengen wel veel punten op.
Het spel eindigt zodra een speler zijn tiende structuur heeft gebouwd, waarna iedereen nog één gelijke beurt krijgt en de eindtelling volgt. Iedereen telt vervolgens de punten op die hij of zij krijgt uit gebouwde structuren en de ongebruikte grondstoffen die nog overblijven.
Toegankelijk en vlot, met wat nuance
Propolis is op een tiental minuutjes uitgelegd dankzij het heldere regelboekje, en ook tijdens het spelen moesten we maar af en toe naar een pagina teruggrijpen voor een kleine verduidelijking. Het spel deed me heel erg denken aan Splendor en Splendor Duel wat betreft de engine-buildingmechanieken. Als je vertrouwd bent met deze games, zal Propolis meteen klikken.Het spel speelt heel elegant en vlot, maar kleine puntjes weerhouden het ervan om echt een topper te worden. Zo worden het aanbod aan landschapskaarten en structuren net iets te weinig gerouleerd tijdens het spelen. Telkens wanneer een kaartje wordt gekocht door een speler, komt er wel een nieuwe bij, maar bij een aanbod van tien kaarten - waarbij er vaak een ronde niets wordt gekocht - blijft de markt best statisch. Als je dan net wacht op een welbepaalde kaart om een set te vervolledigen, kan dat wel eens zuur opbreken.
Propolis is echt een familiespel dat een gevarieerde groep van bordspelspelers zal kunnen smaken.
Hoewel Propolis een superhoge aaibaarheidsfactor heeft, kan het spel trouwens ook soms een beetje gemeen aanvoelen. Je kan elkaar echt blokkeren door de grondstoffen in te pikken die een ander net nodig heeft. Ook bij de landschapskaarten, waarbij je zo snel mogelijk je bijtjes moet positioneren, is er wat te weinig variatie, waardoor er soms lang gewacht moet worden op een specifieke grondstof. Komt die dan ineens tevoorschijn, dan heeft de eerste speler die er zijn worker op plaatst veel geluk en blijven de andere spelers mokkend achter. Daar had nog net iets meer verfijning mogen zijn.
Kleine doos, grote charme
Propolis ziet er echt goed uit. De meeples zijn kleine bijtjes in vier verschillende kleuren, wat de tactiele ervaring enorm ten goede komt. Thematisch oogt alles heel uitnodigend, al moeten spelers ook wel een beetje out of the box durven denken, want laten we eerlijk zijn: in het echt ga je een bij geen ‘paleis’ zien bouwen voor de koningin.Dat mag echter de pret niet drukken. De kaarten zijn kleurrijk en duidelijk leesbaar. Op geen enkel moment hadden we vragen bij de symbolen die werden afgebeeld. Het is echt een familiespel die een gevarieerde groep van bordspelspelers zal kunnen smaken. De iets meer doorgewinterde speler zie ik het spel misschien minder snel bovenhalen, omdat het na enkele potjes wat té simpel begint aan te voelen, maar als filler tussen zwaardere games kan het zeker dienstdoen.
Ook het vermelden waard: Propolis kan solo gespeeld worden. Er zit een apart kaartendeck in de doos dat fungeert als een geautomatiseerde tegenstander, en dat werkt verrassend goed. Je hoeft op niet al te veel zaken te letten wanneer de ‘tegenstander’ zijn beurt neemt. Een leuk extraatje is de pagina met achievements waarnaar je kan proberen toe te werken tijdens een solospel.
Conclusie
Propolis is een charmante en toegankelijke engine builder die snel uitgelegd is en heel vlot speelt. Het spel weet met weinig regels toch een aangename puzzel neer te zetten, terwijl de uitstekende productie met de leuke bijenmeeples en kleurrijke, duidelijke kaarten het geheel meteen uitnodigend maakt. Toch is niet alles perfect. De markt kan soms wat statisch aanvoelen, waardoor je langer dan gepland moet wachten op bepaalde kaarten, en de beperkte variatie in de landschapskaarten kan af en toe voor frustrerende blokkades zorgen. Wie op zoek is naar een vlotte, snel spelende filler met voldoende tactische keuzes, krijgt met Propolis een aangename titel die vooral in het familiesegment en als tussendoortje goed tot zijn recht komt.
Pro
- Gemakkelijk aan te leren
- Toegankelijke en interessante engine-buildingpuzzel
- Verzorgde productie met schattige bijenmeeples
- Solomodus is een leuke extra
Con
- Het kaartenaanbod in de markt zou meer mogen variëren
- Elkaar blokkeren is niet altijd even fijn
- Voor ervaren spelers mogelijks te simplistisch
7
Over
Uitgever
- White Goblin Games
Designer
Molly Johnson, Robert Melvin, Shawn Stankewich
Aantal spelers
1-4
Tijdsduur
15-30 minuten