Katy Perry in de ruimte. De langste speech in de geschiedenis van het Amerikaanse Senaat. De hoogste ratings in jaren voor een de ontknoping van een Thais luxehotel -- en dat zonder Jennifer Coolidge. Deze dingen en meer hebben de redacteurs bij BeyondGaming aan zich voorbij laten gaan. Waar we over schrijven? Wat ons op dat moment inspireert. Simpel zat. Deze maand hebben we het over een stoute actiefilm (niet op die manier...), de Belgische export waar tandsartsen hun fortuin mee verdienen, een toneelstuk over fascistische babynamen, en een doodleuke sitcom over huiselijk misbruik.
Dit is de premisse van het Franse theaterstuk Le Prenom, geschreven door Matthieu Delaporte en Alexandre de la Patellière, die deze maand door de European Theater Company in een tweetalige productie genaamd “What’s In a Name” naar de Studio Warehouse in Brussel kwam. Regisseur Janet Middleton verzet het verhaal naar een flatje in Londen - waar een Britse geleerde zijn autosleutels zoekt terwijl zijn Franse vrouw in de keuken zwoegt om de perfecte maaltijd te creëren voor hun vrienden Vincent, Anna en Carlo. Al draaft de titulaire naam-discussie wat te lang voort, en mist het stuk een cohesieve these, is het sappige gedeelte juist de geheimen en beschuldigingen die naar voren komen. Het unicum aan deze productie — de tweetaligheid — leidt niet af maar zorgt juist voor meer intrige en meer persoonlijke schildering van de cast. Die was dan ook uitmuntend, van de bloedlinke arrogantie van Vincent (Mikaël Meunier — die het hopelijk niet al te persoonlijk nam wanneer ik hem na de show vertelde hoezeer ik Vincent haatte) tot het hartverscheurend monoloog van de anders stille Carlo (Giuseppe Marletta — die van mij een snikkend wrak maakte.)
De productie zelf is jammer genoeg reeds ten einde — anders was het een onmiddellijke aanrader — maar om de te snijden familiale spanning en brulwaardige komedie van dat origineel script toch mee te maken, is er nog steeds de Frans-Belgische filmadaptatie van 2012. Maar dat is Adolf met Adolphe vergelijken.
Salemi opent sterk met een voice-over van Molinari, die ons meeneemt over uitgestrekte wietvelden, wat visueel indrukwekkend is. Het verhaal is goed opgebouwd en hoewel niet alle acteerprestaties even krachtig zijn, doet dit weinig af aan de ervaring. Ik had misschien graag wat meer pit in sommige personages gezien, wat de dynamiek ten goede zou komen. Het tempo varieert ook; af en toe voelt het net iets te traag, waardoor de spanning soms inzakt. Maar ondanks de beperkingen van een bescheiden budget, levert Salemi een overtuigende film af. The Last Deal toont aan dat een sterk script, solide regie en visuele finesse een indie-actiefilm naar een hoger niveau kunnen tillen.
Kunst die genre elegant kan overbruggen — zij het tussen actie-RPG en bullet hell in NieR Automata, of tussen horror, drama en komedie in Parasite — zindert zo makkelijk na in ons geheugen omdat het ons zowel kan verrassen met zijn creativiteit, maar ook een unieke identiteit voor zichzelf uitkerft in de uitwerking van die samenmenging. Zo maakt Kevin can F*** Himself een geweldige eerste indruk, op basis van de onverwachte vervlechting van een kolderieke sitcom met een chaotische prestige-misdaaddrama. In de eerste aflevering wordt een schrijnend beeld geschetst van een vrouw die niet enkel de stommiteit en respectloosheid van haar familie moet verduren, maar wiens onvervulde leven het mikpunt van elke grap is. Jammer genoeg kan de serie dit contrast niet effectief aanhouden. Wanneer flauwe grapjes een vaste prik worden in het meer dramatisch gedeelte. Wanneer de logica van de genre-wissel vervaagt, en zelfs de kleurbalans in latere afleveringen minder aandacht krijgt. Annie Murphy, die deze rol opnam na zes seizoenen van de ultra-droge comedy-reeks Schitt’s Creek als Alexis “Ew, David” Rose, kan, ondanks een knap staaltje acteren, de tonale wirwar niet ontsnappen van een serie die evenveel belangstelling toont aan het verhaal van een huisvrouw gedreven tot het uiterste, als dat van een burgemeester-kandidaat met als actiepunt “wekelijkse barbecues”.
Nou dient het gezegd...als je Chocolade Nation bezoekt met het idee om alles op te steken over chocolade... dan valt het misschien wat tegen. Je moet het vooral zien als een viering van de reputatie die onze chocolade heeft, en in dat opzicht werkt Chocolate Nation uitstekend. Je begint het parcours met enkele ruimtes waar je met behulp van je audiogids en automatisch openende deuren door het proces van de cacao plantage naar de haven en fabriek geleid wordt. Het gaat meer over het evoceren van een sfeer dan het overstelpen met info, en dat werkt wel om het luchtig te houden. Je komt in een restaurant terecht en een ouderwetse winkel waar je alles ontdekt over pioniers als Neuhaus, Leonidas en Callebout. Dat ons Koningshuis verschillende hofleveranciers hebben, omdat ze geen favoriet kunnen kiezen, is dan ook veelzeggend voor de kwaliteit van de chocolade van ons land. Kun je opperen dat er te vluchtig over het werk van inheemse volkeren gedaan wordt tijdens de ervaring en dat de zaal met foto's van influencers wat overbodig voelt? Zeker. Maar dat de ervaring met duidelijke trots voor chocolade en oog voor detail is opgezet, is duidelijk. Of het nu gaat om de gang met tientallen chocolademallen of de blik die je in de keuken kan werpen, je komt ogen tekort en krijgt het water in de mond dankzij de geuren die je tegemoet komen.
Het hoogtepunt voor de meesten, ook voor ons, komt er uiteraard aan het eind, wanneer je een lepeltje krijgt en van ruim 10 smaken vloeibaar spul naar hartelust mag proeven. De mierzoete Ruby, de stevige pure chocolade, de romige gouden variant. Het is moeilijk een favoriet te kiezen, maar ik bleef duidelijk hangen bij de chocolade die gebruikt wordt om de Mignonette van Cote d'Or te maken. Als je na al dat proeven nog niet voldaan bent, kun je uiteraard een voorraad inslaan in de giftshop. Chocolate Nation is kortom inderdaad toeristisch van opzet, maar we vonden het fun en yum.'
De beste kindernaam? Apollinaire of Adolphe? - Quentin
Weze het met fake-gamer biljonairs die een herkenbare salutatie gebaren of met voortrazende ethnische genocides — er lijkt geen dag voorbij te gaan waarin de naam van ene Oostenrijkse mislukte kunstenaar niet even relevant dan ooit oogt. Maar dat maatschappelijk gewicht heeft ook neveneffecten voor de minder relevante aspecten van zijn wezen. Het “tandenborstelsnorretje” is al helemaal een faux-pas, alsook zijn naam. Daarom drama alom wanneer de Franse provocateur Vincent aan zijn vrienden de gekozen naam voor zijn baby aankondigt. Adolphe — die spelling is belangrijk, voor Vincent althans.Dit is de premisse van het Franse theaterstuk Le Prenom, geschreven door Matthieu Delaporte en Alexandre de la Patellière, die deze maand door de European Theater Company in een tweetalige productie genaamd “What’s In a Name” naar de Studio Warehouse in Brussel kwam. Regisseur Janet Middleton verzet het verhaal naar een flatje in Londen - waar een Britse geleerde zijn autosleutels zoekt terwijl zijn Franse vrouw in de keuken zwoegt om de perfecte maaltijd te creëren voor hun vrienden Vincent, Anna en Carlo. Al draaft de titulaire naam-discussie wat te lang voort, en mist het stuk een cohesieve these, is het sappige gedeelte juist de geheimen en beschuldigingen die naar voren komen. Het unicum aan deze productie — de tweetaligheid — leidt niet af maar zorgt juist voor meer intrige en meer persoonlijke schildering van de cast. Die was dan ook uitmuntend, van de bloedlinke arrogantie van Vincent (Mikaël Meunier — die het hopelijk niet al te persoonlijk nam wanneer ik hem na de show vertelde hoezeer ik Vincent haatte) tot het hartverscheurend monoloog van de anders stille Carlo (Giuseppe Marletta — die van mij een snikkend wrak maakte.)
De productie zelf is jammer genoeg reeds ten einde — anders was het een onmiddellijke aanrader — maar om de te snijden familiale spanning en brulwaardige komedie van dat origineel script toch mee te maken, is er nog steeds de Frans-Belgische filmadaptatie van 2012. Maar dat is Adolf met Adolphe vergelijken.
Legalize it -- of niet? - Aeyenah
We ontvingen een screener van de film The Last Deal, met wat uitleg van de producent. Deze actiefilm werd zonder vergunning op meer dan 65 locaties gefilmd, waaronder wietplantages en vliegvelden – best gedurfd en het wekte mijn nieuwsgierigheid. Deze onafhankelijke film van Jonathan Salemi is gebaseerd op ware gebeurtenissen en volgt Vince (Anthony Molinari), een succesvolle marihuanadealer. Zijn comfortabele leven komt echter op losse schroeven te staan wanneer cannabis in 2016 wordt gelegaliseerd.Ik had graag wat meer pit gezien.
Salemi opent sterk met een voice-over van Molinari, die ons meeneemt over uitgestrekte wietvelden, wat visueel indrukwekkend is. Het verhaal is goed opgebouwd en hoewel niet alle acteerprestaties even krachtig zijn, doet dit weinig af aan de ervaring. Ik had misschien graag wat meer pit in sommige personages gezien, wat de dynamiek ten goede zou komen. Het tempo varieert ook; af en toe voelt het net iets te traag, waardoor de spanning soms inzakt. Maar ondanks de beperkingen van een bescheiden budget, levert Salemi een overtuigende film af. The Last Deal toont aan dat een sterk script, solide regie en visuele finesse een indie-actiefilm naar een hoger niveau kunnen tillen.
Zoals Kevin tussen zijn verdiende loon heen struikelt, zo struikelt Kevin Can F*** Himself tussen genres - Quentin
Reeds vier jaar geleden kreeg de tv-wereld te maken met een oelewapper genaamd Kevin en zijn eeuwig-geduldige vrouw Allison. Zijn “zaag” van een vrouw waarschuwt hem steeds van de gevaren die kunnen komen kijken bij zijn plannen, zoals een motto-sprong van zijn dak maken, aan de burgemeestersverkiezingen meedoen, of zich aan een worst-eet-wedstrijd wagen op hun huwelijksverjaardag. Standaardkost voor een sitcom van de jaren 90. Totdat Allie de woonkamer en diens single-camera opstelling verlaat, en daarmee ook de vrolijke, huiselijke kleuren. Na al het smeken om respect — om een beter leven — is het genoeg geweest: Kevin is eraan!Kunst die genre elegant kan overbruggen — zij het tussen actie-RPG en bullet hell in NieR Automata, of tussen horror, drama en komedie in Parasite — zindert zo makkelijk na in ons geheugen omdat het ons zowel kan verrassen met zijn creativiteit, maar ook een unieke identiteit voor zichzelf uitkerft in de uitwerking van die samenmenging. Zo maakt Kevin can F*** Himself een geweldige eerste indruk, op basis van de onverwachte vervlechting van een kolderieke sitcom met een chaotische prestige-misdaaddrama. In de eerste aflevering wordt een schrijnend beeld geschetst van een vrouw die niet enkel de stommiteit en respectloosheid van haar familie moet verduren, maar wiens onvervulde leven het mikpunt van elke grap is. Jammer genoeg kan de serie dit contrast niet effectief aanhouden. Wanneer flauwe grapjes een vaste prik worden in het meer dramatisch gedeelte. Wanneer de logica van de genre-wissel vervaagt, en zelfs de kleurbalans in latere afleveringen minder aandacht krijgt. Annie Murphy, die deze rol opnam na zes seizoenen van de ultra-droge comedy-reeks Schitt’s Creek als Alexis “Ew, David” Rose, kan, ondanks een knap staaltje acteren, de tonale wirwar niet ontsnappen van een serie die evenveel belangstelling toont aan het verhaal van een huisvrouw gedreven tot het uiterste, als dat van een burgemeester-kandidaat met als actiepunt “wekelijkse barbecues”.
Belgisch bruin goud - Killjoy
Chocolate Nation, het lijkt een toeristendingetje... en eigenlijk is het dat ook. Toen we een tijdje geleden echter een paar uurtjes te spenderen hadden voor een concert in Antwerpen, besloten we het beleveningsmuseum een kans te geven. Op de plek waar vroeger Aquatopia zat, zijn nu een paar verdiepingen ingepalmd door een ervaring die volledig in het teken van één van onze fijnste exportproducten staat.Je komt ogen tekort en krijgt het water in de mond.
Nou dient het gezegd...als je Chocolade Nation bezoekt met het idee om alles op te steken over chocolade... dan valt het misschien wat tegen. Je moet het vooral zien als een viering van de reputatie die onze chocolade heeft, en in dat opzicht werkt Chocolate Nation uitstekend. Je begint het parcours met enkele ruimtes waar je met behulp van je audiogids en automatisch openende deuren door het proces van de cacao plantage naar de haven en fabriek geleid wordt. Het gaat meer over het evoceren van een sfeer dan het overstelpen met info, en dat werkt wel om het luchtig te houden. Je komt in een restaurant terecht en een ouderwetse winkel waar je alles ontdekt over pioniers als Neuhaus, Leonidas en Callebout. Dat ons Koningshuis verschillende hofleveranciers hebben, omdat ze geen favoriet kunnen kiezen, is dan ook veelzeggend voor de kwaliteit van de chocolade van ons land. Kun je opperen dat er te vluchtig over het werk van inheemse volkeren gedaan wordt tijdens de ervaring en dat de zaal met foto's van influencers wat overbodig voelt? Zeker. Maar dat de ervaring met duidelijke trots voor chocolade en oog voor detail is opgezet, is duidelijk. Of het nu gaat om de gang met tientallen chocolademallen of de blik die je in de keuken kan werpen, je komt ogen tekort en krijgt het water in de mond dankzij de geuren die je tegemoet komen.
Het hoogtepunt voor de meesten, ook voor ons, komt er uiteraard aan het eind, wanneer je een lepeltje krijgt en van ruim 10 smaken vloeibaar spul naar hartelust mag proeven. De mierzoete Ruby, de stevige pure chocolade, de romige gouden variant. Het is moeilijk een favoriet te kiezen, maar ik bleef duidelijk hangen bij de chocolade die gebruikt wordt om de Mignonette van Cote d'Or te maken. Als je na al dat proeven nog niet voldaan bent, kun je uiteraard een voorraad inslaan in de giftshop. Chocolate Nation is kortom inderdaad toeristisch van opzet, maar we vonden het fun en yum.'