Nederlands: als't moet, zeer goed. Daarnaast "Tervuurs/Duisburgs" dat zowat een eigen variant is op het Brabants imo.
Engels: Tamelijk goed bij mijn weten, hoewel ik zeker toegeef dat ik me vaak vergis in werkwoordstijden, vooral toekomende tijden.
Frans: Op school eigenlijk niet zo goed, maar in het dagelijkse leven kan ik me zeker redden in het Frans, raar maar waar. Vooral in het spreken en verstaan dan toch, schrijven is nooit mijn sterkste kant geweest.
Duits: atm een kleine basis, als men traag spreekt, zal ik het grootste deel wel verstaan. Spreken daarentegen beperkt zich tot een ondermaatse basis en schrijven is niet veel beter.
Latijn: na vijf jaar Latijn kan ik toch wel zeggen dat ik een zeer goede basis heb, hoewel het herkennen en definieren (en dus ook verklaren) van werkwoordstijden mij nog altijd problemen oplevert.
Spaans: schandalig slecht.