Nightfall - 8/10 (Jacques Tourneur, 1957)
Een heel mooie film noir gemaakt in de herfstjaren van de klassieke cyclus noir cinema. Het verhaal gaat over een tas geld, verborgen in een desolaat sneeuwlandschap. Dit doet mij vermoeden dat de Coen broertjes hier goed naar hebben gekeken, want de gierigheid van de bandieten is zeker en vast vergelijkbaar. De films is uitstekend geschoten door de geniale Burnett Guffey, maar wat opmerkelijk is aan deze film is dat die in 1.85:1 is gefilmd, en hoewil dit helemaal niet conventioneel is voor dit soort films, doet de gekozen aspect ratio de film alle eer aan. Nightfall is ook een goed voorbeeld van hoe noir cinema helemaal niet gelimiteerd hoeft te zijn tot een urbane omgeving: de open vlaktes van Wyoming bieden hier net een even goede sfeer als de zwoele straten van het nachtelijke Los Angeles.
Trouble In Paradise - 8.5/10 (Ernst Lubitsch, 1982)
Helemaal wat ik verwachtte van deze film. Het duurde misschien wel even vooraleer ik de film ten volle kon apprecieren, maar na een dik halfuurtje was ik overtuigd van het komische element in de film. Trouble In Paradise gaat over een dief en een dievegge die samen een heleboel geld willen stelen van een rijke Parijse dame. Elke scene is ofwel leuk ofwel hilarisch, elk personage is ofwel leuk ofwel geniaal en het scenario is prima. Knap gefilmd; er zaten enkele indrukwekkende horizontale sweeps en enkele mooie crane shots tussen. Dit is voor mij niet van uiterste belang in Hollywood-komedie, maar het is altijd zalig wanneer een cameraman of regisseur beslist om toch wat technische vaardigheid in het camerawerk te brengen. Zeker een van de betere '30s comedies en een absolute aanrader voor zij die wat films van Ernst Lubitsch willen bekijken, of simpelweg wat willen lachen.