Vandaag en gisteren schandalig ziek geweest en heel de tijd films gezien:
Starcrash - 5/10 (Luigi Cozzi, 1978)
Deze film is zo ongelooflijk slecht dat die normaal gezien een magere 2 zou krijgen ofzo. Maar omdat dit zo'n schaamteloze Star Wars rip-off is met een erg hoog exploitation gehalte is, heb ik nog echt wel goed kunnen lachen. De vrouwelijke hoofdrol (Stella Star

) draagt zelden meer dan latex underwear en de evil Count Zarth Arn geeft waarschijnlijk de slechtste on-screen performance die ik in een lange tijd heb gezien. Chistopher Plummer (als de Emperor of the Universe) toont hier zeer duidelijk dat hij zich in een moment bevond in zijn leven waar hij zich oneindig voor schaamde. Een film met een budget dat een pak hoger moet gelegen hebben dan Dark Star (of op z'n mins vergelijkbaar) slaagt er toch in, dankzij de volledige onkunde van alle creatieve input, om onwaarschijnlijk slecht te zijn - terwijl Dark Star nog zalig was. Ennio Morricone weigerde een score te schrijven hiervoor (en hij heeft toch muziek geschreven voor wat crappy films) en de makers van Starcrash wouden dan ook de film niet tonen aan John Barry om de muziek te componeren, uit vrees dat hij ook het aanbod zou weigeren. Uiteindelijk deed hij dit toch en het resultaat was al even facepalm als de rest van de film. Oh en did I mention dat David Hasselhoff erin mee speelt?
Mickey One - 8.5/10 (Arthur Penn, 1965)
Knap werk van Arthur Penn in deze Amerikaanse versie van Franse nouvelle vague films. Warren Beatty, in een van zijn beste rollen, speelt een komiek die on the run is voor enkele gangsters aan wie hij een behoorlijke som geld moet. Hij vlucht van Detroit naar Chicago waar hij na veel moeite werk vindt in een plaatselijke nachtclub. Toch vreest hij dat als hij zich te veel profileert, dat de Detroit mafia hem toch zal vinden. De film is prachtig gefotografeerd door Ghislain Cloquet, en de muziek van Eddie Sauter en Stan Getz past perfect bij de Chicago-setting van de film. Ook slaagt iedereen erin om tenmidden van de typische nouvelle vague-weirdness een constante onzekerheid en zelfs paranoia te behouden in de film, die sterk doet terugdenken aan die van de film noir helden uit de jaren '40 en '50. Behalve die thematiek valt er niets meer te vergelijken daarmee, maar toch vond ik het vermeldenswaardig. Het enige echte minpunt aan de film vond ik dat de monteerstijl iets te hectisch was; net iets te veel cuts naar mijn goesting. Mickey One is dus een uiterst interessante film, die weeral toont dat er in Amerika toch heel wat regisseurs zijn die buiten het dominerende Hollywood-systeem nog steeds schitterende films kunnen maken. Arthur Penn is hier zeker een van, en ik zal met plezier verder zijn filmografie verkennen. Oh, en zou Lynch uit deze film inspiratie hebben gehaald voor bepaalde scenes uit Mulhollad Dr.?
The Cotton Club - 7.5/10 (Francis Ford Coppola, 1984)
Na het magische en poetische One From The Heart en het tragische doch hoopvolle Rumble Fish, keert Coppola terug naar het gangster-genre in deze stijlvolle film die zich afspeelt in Harlem, tussen 1928 en 1931. De film volgt een korte periode uit de geschiedenis van de beruchte Cotton Club, een nachtclub waar prominente blanke NY-citizens zich ontspannen en geëntertained worden door zwarte muzikanten en dansers. Tussen de geweldige dansnummers in, speelt zich een goed uitgewerk mafia-plot af, bestaande uit een hoop goede personages, maar jammer genoeg niet allemaal even goed geacteerd. Nicolas Cage en Bob Hoskins spelen allebei schitterend hun rol, maar jammer genoeg laten Richard Gere en James Remar heel wat steken vallen. Wat mij vooral opviel aan deze film is hoe het narratief zeer sterk beïnvloed is door Robert Altman's ensemble benadering, hoe hij enkele protagonisten selecteert van verschillende sociale strata en deze in gelijke proportie volgt doorheen de hele film, en dat met heel wat muzikale intermezzi. In dat opzicht voelde The Cotton Club aan als een voorloper op Kansas City, een film die bijna exact dezelfde structuur heeft (alleen is het mafia gehalte niet zo hoog), maar toch net niet even goed is als The Cotton Club. Weeral een sterke film van Coppola; Zoetrope Studios was echt een goede beslissing!
Bound For Glory - 9/10 (Hal Ashby, 1976)
Weeral een briljante film uit 1976! Mijn tweede Hal Ashby film (Harold And Maude was de andere) en wat een prachtfilm, zeg! Bound For Glory vertelt het verhaal van de vroere jaren van legendarische folkmuzikant Woody Guthrie. Een man die opgroeide in de vroege dagen van de 20ste eeuw in Oklahoma, naar Texas verhuisde, maar dan tijdens de depressiejaren de dustbowl wou verlaten en een nieuw leven zoeken in California, de staat die in die dagen tot iedere povere mens zijn verbeelding sprak. Daar aangekomen beseft hij hoe slecht iedereen behandeld wordt en nog steeds geen werk vindt. Na een tijdje wordt zijn talent voor muziek opgemerkt en besluit hij om met behulp van zijn eigen politiek, sociaal en economisch geïsnpireerde teksten voor het volk te gaan zingen. Maar het is echt onwaarschijnlijk hoe goed dit alles in beeld wordt gebracht, niet alleen dankzij de ervaring van filmveteraan Hal Ashby, maar ook dankzij de uiterst gepaste cinematografie van Haskell Wexler. De film bevat daarenboven nog heel wat sterke acteerprestaties, niet alleen van David Carradine die een van de beste real-life portrayals neerzet die ik al heb gezien, maar ook waren er verbazingwekkende prestaties in van Randy Quaid (de Independence Day fans zullen zich hier een deuk mee lachen!) en Melinda Dillon (de Magnoliacs onder ons zullen haar ook onmiddelijk herkennen). Schitterende film.
The Edge Of The World - 7/10 (Michael Powell, 1937)
Een vroegere film van Michael Powell, nog van voor zijn collaboraties met Emeric Pressburger. The Edge Of The World vertelt het ietwat tragische verhaal van leven op het eilandje Hirta, gelegen nabij Schotland. Sommige mensen op het afgezonderde eilandje zijn zich bewust van het feit dat leven daar niet veel langer zou kunnen doorgaan, vermits meer en meer volk trekt naar het vasteland. In een wanhopige poging om duidelijk te maken dat het eiland geëvacueerd moet worden, start het drama op Hirta. De film zelf is vrij rustig, maar heeft toch een vrij relevante boodschap, zeker voor die tijd, nl. de onvermijdbare aankomst van de moderniteit in de 20ste eeuw, zelfs op een vergelegen plek als Hirta. The Edge Of The World is dus best nog een degelijke en interessante film op dat vlak, en hij is bovendien zeer zorgvuldig gemaakt. Maar toch raakt die voor mij niet aan het genie dat in het latere werk van Powell naar boven komt.