Alles is perfect verklaarbaar door de wetenschap. Als het jullie past wil ik wel eens een korte samenvatting geven.
Ongeveer een paar miljard geleden is het leven ontstaan. Dat is een heel ingewikkelde uitleg, met iets over aminozuren, nog voor dat de continenten ter wereld kwamen. Er is een theorie dat de aminozuren samen met het water op de wereld kwamen door ruimtelijke objecten. Natuurlijk is hier geen echt bewijs voor, maar we kunnen dit wel aannemen, en het is een betere verklaring dan dat die middelen door een god geschapen werden.
Soit, door een of andere manier zijn er dan naast de anaerobe bacterien ook aerobe bacterien gekomen, zijn er continenten gekomen, is de Maan verder van ons bewogen, zijn de dagen langer geworden, is het vulkanisme afgenomen (in vgl. met de eerste jaren van onze woelige Aarde. Dit vulkanisme is stukken actiever dan dan het vulkanisme van nu omdat de aardkorst toen nog rapper bewoog, en nog wat redenen. We zijn dan in een ijstijd belandt. Mede door natuurlijke variatie, doordat een continent op de Polen zich nestelde (net zoals nu ook het geval is met Antarctica wat ook de koudere periode van nu veroorzaakt, maar destijds lag de gehele landmassa op de Zuidpool). 200 tot 300 miljoen jaar lang hadden we een Sneeuwbalaarde (eventueel met natuurlijke variatie van een smeltende aarde, of enkel zuidpool bedekt, en dan enkele jaren later de gehele Aarde, bewijs van hoe die is verlopen is moeilijk te vinden).
Toen het vulkanisme zo pakweg 600 miljoen jaar geleden toenam smolt de ijskap, en onder de ijskap kwam een gehele leefwereld tevoorschijn: De Ediacarische fauna, genoemd naar de Ediacara Hills in Australie. Een plek waar veel fossielen (wat je fossielen kan noemen want ongewerveld (enkel afdrukken van dieren), en al veel fossielen vergaan door de erosie met de jaren) uit die tijd gevonden werden. Die dieren uit die tijd hadden rare vormen, en experimenteerden met evolutie. Veel dieren hadden een dood spoor. Waarschijnlijk vond vlak voor de ingang van het Cambrium een massa-extinctie plaats die veel Ediacarische diersoorten elimineerde, gevolgd door een massale radiatie van nieuwe diersoorten in het Cambrium ook wel de Cambrische Explosie genoemd. Hiervan is niet zo veel bekend (van die heel spectaculaire overgang die misschien wel vragen bij ons kan oproepen, net zoals dat we direct na de ijstijd enorm veel vreemde diersoorten tegenkomen.). Wellicht is dit deels te wijten doordat de dieren toen nog niet gecompliceerd in elkaar staken, en er toen nog geen rekening gehouden met evolutiewetten. Als je nog geen gecompliceerd skelet hebt, kun je nog geen tenen ontwikkelen hé. Een tweede reden was dat er nog veel concurrentie was in die tijd. Carnivoren waren er nauwelijks doordat de dieren nog geen ogen hadden (en bijgevolg geen prooi kunnen zien wat een serieus handicap was), dus zochten de dieren een andere manier om te overleven. Datzelfde gebrek (het ontbreken van ogen) zorgde er tevens voor dat men nog niet gespecialiseerd kon evolueren, en men daardoor aan massale radiatie deed (in 90 procent van de mislukking was de uitkomst een mislukking waardoor het een dood spoor werd). Bij een kleine verandering in de leefomgeving vond dan ook een massale extinctie plaats (wat waarschijnlijk gebeurde vlak voor het Cambrium), en werd er ruimte gemaakt voor een nieuwe massale radiatie waarbij de basics van de soorten die het overleven al iets beter waren dan bij het begin van Ediacarium (1ste radiatie) en de gespecialiseerde radiatie al iets meer op gang kon vertrekken. De insecten waren toen waarschijnlijk in hun voordeel, want uit een onbekende gemeenschapelijke voorouder kwamen plots de trilobieten en de anomalocariden voort. Beiden werden gekenmerkt door een al wat beter ontwikkeld oog dan hun concurrent. Bijgevolg is dit ook de reden waarom de trilobieten lange tijd een succesinstrument waren totdat een teveel aan concurrentie van sterkere Devonische vissen hen zou nekken, en de P-T extinctie hen uiteindelijk definitief de das omdeed. De Anomalocariden hadden wel een goed oog, en waren een van de eerste carnivoren. Toch werden ze al vrij snel ingehaald door concurrenten waardoor hun meesterlijke ownage al snel teniet werd gedaan. De wet van de sterkste zegt men dan. Of de wet van dehene die zich het snelst kan aanpassen aan een veranderlijke omgeving en concurrentie. Daar draait het in evolutie dan toch om. De vissen bleven zich evolueren, maar er was een kleine zijtak met bijvoorbeeld de astrapis (visachtigen zich beter en beter wervelen, en dat waren aaseters. Aaseters zijn een gouden recept in evolutie en ze bleven zich ontwikkelen). In het Ordovicium kregen we dan een meesterlijke heerschappij tussen de Ornithoceras (voorloper van de Inktvis met een rechte stok) en de Zeeschorpioenen (voorloper van de spinnen en schorpioenen).
Daarna kwam een (kleine) massa-extinctie, vermoedelijk door een gammaflits en een kortstondige ijstijd. In het Siluur en Devoon bleven de vissen evolueren, en kwamen vervolgens de eerste haaien gevolgd door de eerste amfibieen (geevolueerd vanuit de vissen met een goed ontwikkelde ruggengraat bvb. tiktaalik). In het Devoon kregen ook de bossen (Varenbomen) ook een serieuze sprint. De eerste amfibieen of bepaalde amfibieen hadden de vorm van een krokodil wat niet wil zeggen dat ze dat zijn. Dat noemt men adaptieve radiatie (= krokodil is vandaag de dag een reptiel). Door het natte klimaat heersten de tropische boomsoorten, insecten (die je vandaag de dag in tropische gebieden terugvindt), en de amfibieen. Ook de vissen bleven het goed doen. De atmosfeer was enorm zuurstofrijk waardoor je reuzespinnen bijvoorbeeld kon tegenkomen. Het klimaat begon stilaan droger en droger te worden doordat Pangeae ontstond, en er in het midden van Pangeae een enorme woestijnvlakte ontstond. Dit was ten gunste van het ontwikkelen van de reptielen vanuit de amfibieen. Droogte begon overal op te duiken, en het klimaat begon op te warmen. Mede door een op hol geslagen broeikaseffect en diens gevolgen (rode vergiftigde oceanen met bijna geen zuurstof, en rood gekleurd door het gif en het bloed), zure regen ... en de Siberische trappen (de zwaarste vulkanische uitbarstingen in de submoderne geologische tijd en diens extreem zware gevolgen doordat het allemaal op 1 continent afspeelde). Het water slonk zienbaar weg seizoen na seizoen en uiteindelijk is 95 tot 99 procent van alle diersoorten uitgestorven (trilobieten, gorgopsiers, veel vissen uit The Age of Fish en veel amfibieen uit The Age of Amphibians, ...) . De beesten die overleefden zouden miljoenen jaren herstel nodig hadden om alles dat verwoest was terug op te bouwen. Een ding is zeker: we hebben hier enorm veel geluk gehad, want het leven hing hier toch even op een zijden draadje. Anders hadden we een Aarde met reusachtige heersende insecten (een winnend evolutiesoort). De reptielen keerden terug in de Zee (waarschijnlijk door het onleefbare land), en zouden zo evolueren tot de reusachtige zeereptielen (mosasaurussen, ichtyosaurussen) die tijdens de jaren van de dino's zouden heersen, en samen met de ammonieten en vissen (in mindere aantallen dan voor de extinctie) het water grotendeels bevolken. Op het land had je dieren (voorlopers van dino's die het nieuwe klimaat goed gewend raken, en minder zuurstof nodig hadden) en de dieren die s'nachts op pad gingen (voorlopers van de zoogdieren). Het ene deel werden de dino's waardoor de ontwikkeling van de zoogdieren achterop bleef, maar na de K-T extinctie wel bespoedigt werd. Vanuit de dino's kwamen ook de vogels voort die ook de K-T extinctie overleefden. In de K-T extinctie was de ideale overlever: een klein dier dat zich kon goed aanpassen. Al wat daaraan niet voldeed viel af. Uiteindelijk was er dan een radiatie van zoogdieren een 5 miljoen jaar achter de extinctie, en kregen ze zo een 20 miljoen jaar om elk een pad uit te kiezen. Walvissen doken bijvoorbeeld in de zee terug. Na het Eoceen koelde de Aarde af. De Aarde wordt gedomineerd door zoogdieren die zelf verder blijven evolueren. Elk continent krijgt een eigen ecosysteem door dat ze gescheiden zijn en het hoge zeewaterpeil (was eigenlijk ook al zo bij de dino's). Doordat de aarde afkoelde krijgen de andere diersoorten geen kans om te evolueren aangezien het niet echt gunstig is voor hen. De reptielen en de amfibieen zijn sterk in de minderheid. De vogels hebben een mooi aantal en zullen de volgende extinctie wellicht wel overleven. Insecten zijn de grootste kanshebbers op overleven. Zoogdieren domineren, en vissen zijn nog altijd herstellende van het tijdperk waarin ze ooit eens domineerden, maar dat verre van benaderden.
Zo, een kleine samenvatting, niet te gedetailleerd. Feel free to ask me some questions.