Kernfusie is interessant om te gebruiken in de ruimtevaart en op andere planeten, waar waterstof de belangrijkste brandstof zal vormen. We gaan dan ook wellicht eerder met Tesla’s op Mars rondrijden dan dat we commerciële grootschalige kernfusie op Aarde hebben. Het grootste kernfusieproject, ITER, dat decennia geduurd heeft om te bouwen, is ondertussen al achterhaald en het is nog niet eens af.µ
Ook waterstof zal op onze planeet altijd een beperkte niche blijven. Het cyclusrendement van een hedendaagse batterij (energie in – energie uit) is meer dan 90% en stijgt nog. Het rendement van een brandstofcel is 25% en is al twaalf jaar hetzelfde. Dat betekent dat je bijna vier keer meer windturbines mag zetten als je voertuigen op waterstof i.p.v. batterijen wil laten rondrijden. Of met andere woorden: de waterstof die je tankt is vier keer duurder dan de elektriciteit die je in een batterijvoertuig steekt. Daarnaast hebben brandstofcellen een nog grotere nood aan zeldzame materialen dan batterijen, en verslijten ze sneller.
Het onderzoek naar polymeermembranen die efficiëntere brandstofcellen zonder nood aan zeldzame materialen mogelijk maken evolueert wel, maar tegen het tijdstip dat het ooit productieklaar is, is de markt voor energieopslag al volledig ingenomen door batterijen. De prijs van batterijen daalt immers 30% per jaar, terwijl hun energiedichtheid met 17% toeneemt. Ook redox batterijen, waarmee je elektrische energie langdurig (>jaar) kan opslaan, ontwikkelen zich tegenwoordig snel, waardoor ook deze markt afgedekt zal zijn.
Bovendien is er een totaal gebrek aan waterstofinfrastructuur. Slechts 4% van de totale waterstofproductie op aarde gebeurt via elektrolyse, de rest is allemaal van fossiele herkomst (aardgas en chemie). Daar lossen we het klimaatprobleem dus niet mee op. Ook de distributie van waterstof staat nergens, terwijl er tegen volgend jaar in Europa wel meer dan 1.000 350kW en 150kW superchargers zijn die een elektrische auto in 15min voltanken (30km rijbereik per minuut).
Waterstof heeft vooral een toekomst in industriële processen, waar het vaak een afvalproduct is. Dat kan je capteren en lokaal omzetten in elektriciteit om het proces aan te drijven, zoals in
de Antwerpse haven.